Welke van onderstaande mechanismen draagt hier het minst aan bij? – Antwoord B
Helaas, dit is niet het juiste antwoord. Het juiste antwoord (die het minste bijdraagt aan een verhoogd risico op transmissie van het westnijlvirus) was: D. Hogere temperaturen versnellen de ontwikkeling van muggenlarven tot volwassen muggen.
Hoewel dit mechanisme ervoor zorgt dat muggen zich sneller kunnen ontwikkelen, draagt het relatief weinig bij aan de verhoogde overdracht van het westnijlvirus tijdens warme en droge perioden. Het westnijlvirus wordt namelijk niet alleen bepaald door het aantal muggen, maar vooral door hoe efficiënt het virus tussen vogels, muggen en uiteindelijk mensen kan worden overgedragen.
Waarom zijn A, B en C belangrijker?
A: Het virus vermenigvuldigt zich sneller in de mug, waardoor muggen eerder besmettelijk worden.
B: Muggen nemen bij hogere temperaturen vaker een bloedmaaltijd, waardoor zij het virus vaker kunnen overdragen.
C: Tijdens droogte concentreren vogels en muggen zich rond de resterende waterbronnen, wat de kans op virusoverdracht vergroot.