Welkom bij de laatste editie van de CAPI nieuwsbrief voor de zomervakantie! Leuk dat je meeleest. In deze editie vind je de save the date voor het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis 2026. Ook maak je kennis met het onderzoek van CAPI PhD kandidaat Thomas Emonds over vaccinatiebesluitvorming, kun je je aanmelden voor de CAPI Academy over het schrijven van een abstract, en vertelt CAPI onderzoeker Maarten de Jong over het WaterMicro 2025 congres. Daarnaast vind je een oproep voor de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’, waarin onderzoekers vertellen over de implicaties van hun bevindingen voor de praktijk. Verder hebben we weer een tweemaandelijkse literatuurupdate, een uitdagende quizvraag én een geactualiseerde kalender. Veel leesplezier en een hele fijne zomer gewenst!
Met veel enthousiasme kondigen we de derde editie aan van het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis. Ook deze keer staat het symposium volledig in het teken van infectieziekte-onderzoek uitgevoerd door én voor GGD’en. Zet 27 januari 2026 alvast in je agenda!
Voor wie: Zowel medewerkers van de teams Infectieziektebestrijding, Reizigersadvisering, Seksuele Gezondheid, Tuberculosebestrijding en Onderzoek als medewerkers van AWPG – Infectieziekten en andere geïnteresseerden zijn van harte welkom
Kosten: Er zijn geen kosten verbonden aan deelname aan het CAPI Symposium.
Accreditatie: Wordt aangevraagd voor artsen, verpleegkundigen en deskundigen infectiepreventie.
Programma: Informatie over het programma zal in het najaar bekend worden gemaakt, maar we kunnen alvast een tipje van de sluier oplichten: we trappen het symposium af met keynote lecture door Prof.dr. Patricia Bruijning, kinderarts en epidemioloog bij UMC Utrecht.
Heb je een onderzoek uitgevoerd en wil je jouw resultaten presenteren? In september volgt de call for abstracts voor GGD en AWPG medewerkers.

Wereldwijd daalt de vaccinatiegraad, waardoor infectieziekten die eerder grotendeels onder controle waren, weer toenemen. Dit vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Een belangrijke mogelijke oorzaak is dat steeds meer mensen twijfelen over het nut of de veiligheid van vaccinaties; een verschijnsel dat vaak wordt aangeduid als vaccinatietwijfel (vaccine hesitancy).
Hoewel de term veel wordt gebruikt, ontbrak het lange tijd aan een duidelijke en eenduidige wetenschappelijke definitie, waardoor het lastig was om goed onderzoek te doen naar de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag.
Een recent systematisch literatuuronderzoek (systematic review) heeft deze inconsistentie in de conceptualisering van vaccinatietwijfel in kaart gebracht en stelt een heldere definitie voor: vaccinatietwijfel als een psychologische staat van besluiteloosheid. Hierdoor is het nu wel mogelijk om de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag zorgvuldig te onderzoeken. Gebaseerd op die definitie, is het doel van ons onderzoek om de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag te onderzoeken middels een systematische review en een meta-analyse.
Uit de systematische review blijkt dat bij 95 geselecteerde studies, die de strikte definitie van vaccinatietwijfel hanteren, sprake is van aanzienlijke variatie in hoe vaccinatiegedrag wordt gedefinieerd, met name wat betreft de volledigheid en tijdigheid van vaccinatie. Deze bevinding leidde tot de ontwikkeling van vier overkoepelende definities van vaccinatiegedrag, als noodzakelijke stap om de geïncludeerde studies beter vergelijkbaar te maken om de latere meta-analyse te kunnen uitvoeren.
Voor de meta-analyse hebben we ruwe data opgevraagd bij alle auteurs van de review, waarvan in 16 gevallen de gegevens werden verkregen. Momenteel analyseren we de correlatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag, en onderzoeken we welke factoren deze relatie beïnvloeden. Voorlopige resultaten wijzen, zoals verwacht, op een negatieve samenhang tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag.
Persoonlijke achtergrond wetenschap en onderzoek
Mijn naam is Thomas Emonds en ik ben werkzaam als promovendus bij de academische werkplaats AMPHI en de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc Nijmegen. Mijn promotietraject richt zich op vaccinatietwijfel en het besluitvormingsproces rondom vaccinatie. Ik heb een achtergrond in consumentenpsychologie en gedragswetenschappen. Tijdens de start van mijn studies was ik vooral gefascineerd door het economische beslissingsgedrag van mensen. Gaandeweg is mijn interesse echter verschoven naar het bredere vraagstuk van hoe onderzoek naar menselijk gedrag kan bijdragen aan het verbeteren van het welzijn van individuen. Wat me aanspreekt in het doen van onderzoek is de verantwoordelijkheid om iets nieuws en onbekends te ontdekken over menselijk gedrag. Het biedt mij de kans om complexe vraagstukken te doorgronden en deze op een heldere manier over te brengen, terwijl ik intensief samenwerk met collega’s die dezelfde passie delen.
De volgende editie van de online CAPI Academy staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Deze keer staat het schrijven van een abstract centraal – een belangrijke vaardigheid voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke publicaties en een abstract willen indienen voor een congres of symposium.
Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor van awpg Lumens handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die na de zomervakantie volgt!
De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.
Er is nog een beperkt aantal plekken vrij voor deze Academy. Wil jij erbij zijn? Meld je dan snel aan via onderstaande button!
CAPI PhD-kandidaat Maarten de Jong doet onderzoek op het gebied van rioolwatersurveillance en was mede-organisator van het internationale WaterMicro congres 2025 dat in juni plaatsvond in Amersfoort. Maarten vertelt: WaterMicro is hét tweejaarlijkse congres waar alle experts op het gebied van watermicrobiologie en gezondheid wereldwijd naar uitkijken. Tijdens deze editie werd opnieuw duidelijk hoe sterk de verschillende wetenschappelijke disciplines met elkaar beginnen te verweven. Waar ik normaal gesproken vooral infectieziekte-epidemiologiecongressen bezoek, liet dit congres zien dat water- en infectieziektengerelateerde onderwerpen elkaar steeds vaker tegenkomen.

Diezelfde ontwikkeling zie ik ook bij andere congressen, zoals ESCAIDE, waar rioolwatersurveillance steeds meer aandacht krijgt. Het was ontzettend leerzaam en waardevol voor mijn netwerk om zes dagen lang met dé internationale experts te spreken over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van rioolwatersurveillance. Wat zijn de meest recente methoden voor monstername? Welke innovaties zijn er op analysegebied? En vooral: hoe kunnen we onderzoeksresultaten beter toepassen in de praktijk? Over dat laatste onderwerp werd ik vaak aangesproken — veel deelnemers hadden mijn poster en praatje gezien over de toepasbaarheid van rioolwatersurveillance, en het bleek dat er grote behoefte was aan zo’n overzicht.
Maarten maakte niet alleen deel uit van het organisatiecommitée, maar had ook een grote inhoudelijke bijdrage, met onder andere presentaties over gerichte rioolwatersurveillance bij uitbraken, paneldiscussies en een workshop over hoe om te gaan met infectiegevaar in een warmer wordende wereld. Wij feliciteren Maarten met deze mooie prestatie!

In de vorige nieuwsbrief vroegen we waar de afkorting MeSH voor staat in PubMed. Het juiste antwoord is: Medical Subject Headings. 85% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, gaf het juiste antwoord!
De quizvraag van deze nieuwsbrief gaat over antimicrobiële resistentie (AMR), wat ook wel de ‘stille pandemie’ wordt genoemd. Hoewel wordt voorspeld dat AMR in de komende 25 jaar verantwoordelijk zal zijn voor zo’n 39 miljoen sterfgevallen wereldwijd, blijft het probleem grotendeels buiten het publieke bewustzijn. Juist daarom is het van cruciaal belang om nu in actie te komen – voordat deze onzichtbare dreiging uitgroeit tot de volgende grote gezondheidscrisis.
Wat is een belangrijke reden dat AMR moeilijk onder controle te krijgen is op internationaal niveau?
Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze resultaten zich naar de dagelijkse praktijk binnen de GGD? In deze rubriek gaan we op zoek naar voorbeelden. We brengen recent uitgevoerde studies onder de aandacht die niet alleen wetenschappelijk waardevol zijn, maar ook direct toepasbaar in het veld.
Heb jij onderzoek gedaan dat een brug slaat tussen wetenschap en praktijk? Werk jij aan een studie die relevant is voor de dagelijkse praktijk van de infectieziektebestrijding, of ken je een goed voorbeeld waarin onderzoeksresultaten al met succes zijn geïmplementeerd?
Neem dan contact met ons op via info@capi-consortium.nl, en misschien verschijnt jouw bijdrage wel in één van onze volgende nieuwsbrieven!
Welkom bij onze literatuurupdate van mei! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.
In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.
Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 18 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst.
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl.

14 juli
NVIB-webinar
13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives
11 september
EPI Masterclass
RIVM – 12:30u – 13:30u
Onderwerp volgt
23 september
CAPI Academy
Schrijven van een abstract – 14:00u – 16:00u
25 september
EPI Masterclass
RIVM – 12:30u – 13:30u
Onderwerp volgt
29 september
Congres
Nationaal Congres Preventie & Gezondheid
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de CAPI Nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie blikken we terug op de eerste CAPI Academy én kondigen we de volgende editie aan die gaat over het schrijven van een abstract. Ook stellen we je graag voor aan CAPI programmacoördinator Lynn Eggink, blikken we terug op het CAPI Café over AMR, en vertelt CAPI jaaronderzoeker Martijn Vink over zijn onderzoek naar scabiës diagnostiek bij asielzoekers. Verder hebben we weer een uitdagende quizvraag voor je klaarstaan, zetten we een bijzondere publicatie in de spotlight, en is de kalender weer bijgewerkt. We wensen je veel leesplezier!
De eerste editie van de CAPI Academy stond in het teken van literatuur zoeken in PubMed en was een groot succes! In een interactieve workshop door informatiespecialist dr. Mitch van Hensbergen hebben de enthousiaste deelnemers waardevolle strategieën geleerd om systematisch literatuur te zoeken in PubMed. De sessie was dynamisch en leerzaam, waarbij volop ruimte was voor vragen en discussie. Ga jij aan de slag met het zoeken van literatuur in PubMed? Klik dan hier om gebruik te maken van een handig zoekplan van de Radboud Universiteit!
De volgende editie van de online CAPI Academy staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Deze keer staat het schrijven van een abstract centraal—een belangrijke vaardigheid voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke publicaties en een abstract willen indienen voor een congres of symposium.
Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor van awpg Lumens handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die na de zomervakantie volgt!
De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Wil jij deelnemen aan deze CAPI Academy? Meld je dan aan via onderstaande link. Wees er snel bij, want het aantal plekken is beperkt! Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.
Hoi! Mijn naam is Lynn Eggink en sinds maart 2025 werk ik als programmacoördinator bij CAPI, namens AWPG Lumens. Samen met mijn collega’s houd ik me bezig met het organiseren van het jaarlijkse CAPI-symposium, coördineer ik scholingsactiviteiten zoals de CAPI-academies en cafés, verzorg ik de tweemaandelijkse literatuurupdate en houd ik onze LinkedIn en deze nieuwsbrief bij.

Daarnaast ben ik actief binnen de onderzoeksgroep Infectieziektebestrijding van GGD Haaglanden en GGD Hollands-Midden, vanuit awpg Lumens. Ik ben hier betrokken bij diverse onderzoeksprojecten, draag bij aan de communicatie naar specifieke doelgroepen en ondersteun de onderzoekshelpdesk van de awpg Lumens-website.
Ik krijg energie van organiseren, plannen en mensen in beweging brengen. Wat ik het belangrijkst vind? Dat onderzoek niet op de plank blijft liggen, maar écht iets doet in de praktijk. Hoe zorgen we ervoor dat kennis bijdraagt aan betere zorg en gezondheid, en aansluit bij wat professionals en burgers nodig hebben? Juist dát vraagstuk drijft mij.
Die drive begon tijdens mijn bachelor Gezondheid en Maatschappij in Wageningen, waar ik leerde hoe gezondheid verweven is met gedrag, beleid en maatschappelijke structuren. In mijn master Global Health aan de VU verdiepte ik me in internationale gezondheidsvraagstukken en het verbinden van praktijk en wetenschap – precies wat ik nu met veel plezier in de praktijk breng.
In mijn vrije tijd ben ik vaak onderweg, of het nu voor werk is, een bezoek aan vrienden, of tijd met familie. Ik geniet ervan om nieuwe plekken te ontdekken en nieuwe ervaringen op te doen. Daarnaast blijf ik graag actief met pilates, volleybal, skeeleren etc!. En tenslotte maak je me altijd blij met livemuziek, of het nu een groots festival is of een klassiek concert!

Op 3 juni vond het zesde CAPI Café plaats bij GGD Zuid-Limburg. Deze keer sprak dr. Petra Wolffs, medisch moleculair microbioloog bij Maastricht UMC, over antimicrobiële resistentie (AMR). Ze gaf een diepgaande presentatie over de moleculaire ins en outs van AMR: wat houdt dit fenomeen precies in? Hoe ontstaat het, en hoe verspreidt het zich? Welke mechanismen heeft een bacterie in huis om resistent te zijn? En hoe groot is het wereldwijde probleem? We hebben deze boeiende editie van het CAPI Café beknopt voor je samengevat in een factsheet. Neem een kijkje via onderstaande button!

Martijn Vink, CAPI jaaronderzoeker bij CEPHIR
In het kader van mijn CAPI jaaronderzoek heb ik in het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar scabiës onder asielzoekers. Uit verschillende bronnen was mij al duidelijk geworden dat in asielzoekerscentra scabiës een groeiend en soms moeilijk te controleren probleem is. In mijn onderzoek wilde ik nagaan of de ziekte bij binnenkomst met een aantal gerichte screeningsvragen te detecteren was. Ook wilde ik kijken of er specifieke risicofactoren waren voor de ziekte.

Er was geen relatie met het land van herkomst. Veel asielzoekers lopen de ziekte namelijk op tijdens de vlucht, bv. in vluchtelingenkampen of gevangenissen. Omdat vrouwen in het algemeen kiezen voor minder risicovolle vluchtroutes, hebben zij ook minder vaak scabiës. Van de verschillende geteste (combinaties van) screeningsvragen was de vraag naar ‘nachtelijke jeuk’ het meest sensitief voor de diagnose ‘scabiës’. Asielzoekers met scabiës hadden gemiddeld 4,1 maand klachten voordat de diagnose werd gesteld. In de tussentijd had de ziekte zich vaak naar meerdere lichaamsdelen verspreid.
Onze onderzoeksresultaten gaan wij bespreken met het GZA (Gezondheidszorg Asielzoekers). Ons voorstel is om asielzoekers bij binnenkomst in Nederland gericht te screenen op scabiës. Hiermee voorkom je veel ziektelast en waarschijnlijk veel secundaire infecties in volgende AZC’s.
Ik vond het een voorrecht om dit onderzoek uit te voeren. Ik heb veel geleerd van de interviews met de asielzoekers, ook over de redenen waarom mensen vluchten en de moeilijkheden die zij onderweg tegenkomen. Door de talenkennis van Aziza namen asielzoekers ons snel in vertrouwen. De onderzoeksvoorbereiding duurde lang, ook omdat wij alle partijen ‘aan boord’ moesten krijgen. Het was hierbij essentieel om deze partijen vanaf het begin bij de onderzoeksopzet te betrekken. Door de afnemende asielzoekersinstroom was het moeilijk om te gewenste steekproefgrootte te bereiken. Wij zijn hierdoor langer doorgegaan met de inclusie dan aanvankelijk gepland.

In de vorige nieuwsbrief vroegen we welke factor de specificiteit van een PCR bepaalt. Het juiste antwoord was de sequentie van de primers. Maar liefst 65% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, had het juiste antwoord gegeven! Gefeliciteerd!
In de eerste editie van de CAPI Academy over literatuur zoeken in Pubmed hebben we geleerd hoe je een goede zoekopdracht maakt en hoe je handige functies van PubMed gebruikt, zoals MeSH termen. Maar, waar staat de afkorting MeSH eigenlijk voor in PubMed?
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Infection prevention and control without borders: comparison of guidelines on multidrug-resistant organisms in the northern Dutch-German cross-border region” uit, dat is geschreven door Cansu Cimen, Matthijs S Berends, Mariëtte Lokate, Corinna Glasner, Jörg Herrmann, Erik Bathoorn, Axel Hamprecht, en Andreas Voss.
Bijna 40% van de EU-bevolking woont in een grensregio, waar patiënten regelmatig zorg over de grens zoeken. In het noordelijke Nederlands-Duitse grensgebied (Ems-Dollard gebied) gebeurt dit al jaren intensief, wat ook risico’s meebrengt voor de verspreiding van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO’s), oftwel bacteriën die ongevoelig zijn voor meerdere soorten antibiotica. Omdat BMRO-infecties erg moeilijk te behandelen zijn, nemen ziekenhuizen preventie- en bestrijdingsmaatregelingen bij BMRO’s zoals patiënt-isolatie, extra hygiënemaatregelen, en screening in risicogroepen. Deze maatregelingen zijn opgenomen in nationale protocollen.
Maar hoe zit dit in grensgebieden, bijvoorbeeld in het Ems-Dollard gebied? Deze recente vergelijkende studie brengt opvallende verschillen aan het licht in infectiepreventiemaatregelen (IPC) voor BRMO’s tussen Nederland en Duitsland. De onderzoekers analyseerden zowel nationale richtlijnen als de lokale protocollen van twee academische ziekenhuizen in het Nederlands-Duitse grensgebied; het UMCG in Groningen en het Klinikum Oldenburg in Oldenburg. Opvallend is dat de Nederlandse richtlijnen vaak centraler en strikter zijn, terwijl Duitsland – mede door de federale structuur – juist meer ruimte laat voor lokale invulling.
De studie richtte zich specifiek op richtlijnen rond drie groepen BRMO’s: vancomycineresistente enterokokken (VRE), ESBL-producerende Enterobacterales (ESBL-E) en carbapenemase-producerende Enterobacterales (CPE/CRE). Met behulp van documentanalyse vergeleken de onderzoekers de richtlijnen met betrekking tot de gehanteerde definities (zoals de laboratoriumcriteria om een bacterie als BRMO te classificeren), screeningscriteria, isolatiemaatregelen en uitgangspunten voor het opheffen van isolatie. Ook epidemiologische verschillen werden in kaart gebracht. Zo bleek de prevalentie van VRE in Duitse ziekenhuizen in het Ems-Dollard gebied tot 30 keer hoger dan in Nederlandse, wat deels kan samenhangen met verschillen in screeningsbeleid.
Dit onderzoek benadrukt het belang van goede afstemming bij grensoverschrijdende patiëntenzorg. In grensregio’s zoals de Eems-Dollard is het essentieel dat zorginstellingen elkaar begrijpen en informatie over BRMO-dragers efficiënt uitwisselen. De studie benadrukt dat verschil in definities en richtlijnen – zoals het wel of niet screenen op ESBL-E – dit belemmert. Daarom bevelen de auteurs meer samenwerking en harmonisatie aan, bijvoorbeeld in de vorm van gezamenlijke afspraken of een cross-border labelsysteem. Eerder succes van MRSA-Net heeft aangetoond aan dat zo’n aanpak werkt. GGD’en kunnen hierin een cruciale rol spelen: door zorgnetwerken te verbinden, informatie-uitwisseling te stroomlijnen, gezamenlijk overleg te faciliteren en te zorgen dat infectiepreventie niet stopt bij de grens.
Meer weten over dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

5 juni
Symposium
Gedrag & Pandemieën – RIVM
5-6 juni
WEON congres
Leiden
11 juni
Promotie
Beyond the red lights: Understanding the STI/HIV burden and sexual healthcare needs of home-based and migrant sex workers – Charlotte Peters, AWPG Mosa
12 juni
Masterclass
RIVM EPI Masterclass – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
18 juni
Meet&Greet
Soa Aids Nederland – Utrecht
14 juli
NVIB-webinar
13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de CAPI nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie vind je de aankondiging voor het komende CAPI Café, waar antimicrobiële resistentie centraal staat. Ook maak je kennis met CAPI jaaronderzoeker Rosa van Hoorn en CAPI programmacoördinator Elfi Brouwers. Daarnaast nieuw in deze editie: de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’, waarin onderzoekers vertellen over de implicaties van hun bevindingen voor de praktijk. Verder hebben we weer een tweemaandelijkse literatuurupdate, een uitdagende quizvraag én een geactualiseerde kalender voor de komende twee maanden. Veel leesplezier!
Op dinsdag 3 juni van 12:00 uur tot 13:00uur vindt het volgende hybride CAPI Café plaats bij GGD Zuid-Limburg! Tijdens deze editie zal dr. Petra Wolffs, medisch moleculair microbioloog bij Maastricht UMC, ons aan de hand van voorbeelden uit de publieke gezondheidszorg meer vertellen over antimicrobiële resistentie (AMR). Wat houdt AMR precies in en hoe vaak komt het eigenlijk voor, wereldwijd en in Nederland? Dr. Petra Wolffs legt uit hoe bacteriën antibioticumresistentie ontwikkelen én besteedt aandacht aan factoren die bijdragen aan de verspreiding van antibioticumresistentie. Ook wordt uitgelegd hoe deze verspreiding kan worden voorkomen. Tot slot wordt besproken hoe de publieke gezondheidszorg bij kan dragen aan het verminderen van verspreiding, aan de hand van voorbeelden van praktijkgericht onderzoek naar AMR.
Ben jij erbij? Meld je dan aan via onderstaande button! Je kunt zowel online als fysiek deelnemen.

Mijn naam is Rosa van Hoorn, ik heb een achtergrond in gezondheidswetenschappen, gericht op infectieziekten en publieke gezondheid en ben bij GGD Haaglanden gaan werken tijdens de COVID-19-pandemie. Daar heb ik meegewerkt aan de monitoring en surveillance van SARS-CoV-2. Al snel merkte ik dat mijn interesse vooral lag bij onderzoek.
Met twee gehonoreerde subsidies – een stimuleringsimpuls pandemische paraatheid via ZonMw en een regioproject gefinancierd door RIVM Cib – zijn we vorig jaar gestart met onderzoek naar testbereidheid tijdens infectieziektenuitbraken onder inwoners van de regio’s Hollands Midden en Haaglanden.
Vanaf januari dit jaar heb ik via CAPI en de AWPG Lumens de mogelijkheid gekregen om verder te werken binnen deze onderzoekslijn en daar ben ik heel blij mee. Naast dat ik bij de GGD Haaglanden werk heb ik ook een gastaanstelling bij de Universiteit Leiden, afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie, wat handig is mbt de samenwerking.
De aanleiding van ons onderzoek is dat GGD’en signaleren dat een test vaker wordt geweigerd, wat zorgelijk is gezien de toenemende dreiging van uitbraken en de dalende vaccinatiegraad. Daarom is de centrale vraag van het onderzoek: welke factoren beïnvloeden de testbereidheid bij een infectieziektenuitbraak?
Via interviews onderzoeken we testbereidheid van inwoners en de onderliggende drijfveren en barrières. We nemen de deelnemers mee in een hypothetische vogelgriepuitbraak die overdraagbaar is van mens-op-mens. De informatie die we uit de interviews halen is van groot belang om bij een toekomstige infectieziekte uitbraak beter te kunnen inspelen op de behoeften en wensen van de inwoners. Op deze manier dragen we bij aan een aanpak op maat voor testen tijdens toekomstige uitbraken. Binnenkort starten we ook een kwantitatieve vervolgstudie naar testbereidheid tijdens bron- en contactonderzoek.
In mijn vrije tijd ben ik graag met mijn gezin, familie of vrienden. Ik vind het leuk om zelf kleding te maken, te koken/bakken en te lezen. Maar het meest ontspannen word ik van hardlopen in de natuur. Ik heb in februari dit jaar mijn eerste trailmarathon gelopen in de omgeving van Noordwijk (zie foto).
Mijn naam is Elfi en ik ben een van de vijf programmacoördinatoren van CAPI, vanuit de AWPG Mosa. Sinds de oprichting in 2023 ben ik met veel plezier aan het werk binnen het Consortium en betrokken als programmacoördinator en secretaris. Mijn hoofdtaken zijn afstemming met de andere 4 AWPG’en op het gebied van juridische zaken als samenwerkingsovereenkomsten opstellen, vragen bij alle GGD’en ophalen, zorgen dat processen blijven lopen en ondersteuning van de programmaleiders op allerhande vlak als informatie opvragen over bijv. financiën, personeel, bijdrage aan opleidingen etc.
Naast mijn taken bij CAPI ben ik ook projectcoördinator en onderzoeker/epidemioloog bij AWPG Mosa/ GGD Zuid-Limburg. Daar draag ik bij aan projectondersteuning van alle onderzoekers en hou ik (mede) overzicht op lopende projecten, financiën, personeel, etc., en neem ik deel aan het MT en Coaching en Coördinatie team van onze AWPG.

Ik ben sinds 2003 werkzaam in de GGD wereld en heb diverse functies gehad als verpleegkundige soa-bestrijding, reizigers advisering, tuberculosebestrijding, unithoofd. Daarnaast heb ik als coördinator het Lokaal zorg Arrangement binnen de TBC zorg in Zuid-Limburg, een samenwerkingsverband tussen GGD Zuid-Limburg en het Academisch Ziekenhuis Maastricht (MUMC+) mee vorm gegeven. Naast mijn andere werkzaamheden ben ik bezig met een PhD-traject bij onderzoeksschool CAPHRI bij universiteit Maastricht, vanuit AWPG Mosa. Ik onderzoek het vóórkomen en de risicogroepen van hepatitis B, hepatitis C en hiv. Afgelopen jaren heb ik onderzoek gedaan naar migrantengroepen, gedetineerden in een Limburgse gevangenis en heb ik een studie naar prikaccidenten buiten de ziekenhuissetting gedaan.
Ik heb een superleuke baan: De verbinding mogen maken tussen praktijk, onderzoek en beleid. Ik ben geen wetenschapper uit alleen de boeken. Ik kijk vanuit mijn visie als onderzoeker met een andere blik dan wanneer ik als verpleegkundige kijk. Hierdoor kan ik steeds een mooie combinatie van inzichten in onze projecten meenemen.
Ik ben mama van 2 puberdochters, loop graag hard of wandel met onze hond en ik ga graag iets gezelligs doen met vrienden. Oh ja, ik maak ook nog graag stedentrips en verre reizen. Eigenlijk verveel ik me nooit ????

In de vorige nieuwsbrief vroegen we wat het betekent dat antilichamen tegen het usutuvirus bij kippen na ongeveer 20 weken snel afnemen. Het juiste antwoord was dat personen (of dieren) na ongeveer vijf maanden minder beschermd kunnen zijn tegen een nieuwe infectie door hetzelfde virus. 74% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, had het juiste antwoord gegeven!
In de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’ heb je gelezen over de toepassing van een PCR-test om Hepatitis A te diagnosticeren. De quizvraag voor deze maand is:
Welke factor bepaalt vooral de specificiteit van een PCR, oftewel welk DNA-fragment wordt gekopieerd?
Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze onderzoeksresultaten zich naar de dagelijkse GGD-praktijk? In deze nieuwe rubriek zoomen we in op de praktijkrelevantie van recent uitgevoerde studies uit het werkveld.
Deze maand lees je over de toepassing van feces-PCR, waar onderzoek naar is gedaan door Marloes Stradmeijer, Harry Vennema, Irene Vroom, Diane de Zwart-Slats, Joan Roozemond, Petra Ligthart, Ellen Verspui-van der Eijk en Rosaline van den Berg. Dit onderzoek was een samenwerking tussen GGD Hollands Midden, GGD Zuid-Holland Zuid, en het RIVM.

Feces-PCR: een goede diagnostische optie bij het bestrijden van een hepatitis A-uitbraak in de gehandicaptenzorg
Eind 2023 kregen we in de GGD-regio’s Zuid-Holland Zuid en Hollands-Midden te maken met twee uitbraken van hepatitis A binnen dagopvanglocaties van dezelfde koepelorganisatie voor (meervoudig) gehandicapte kinderen en jongvolwassenen, waarvoor in beide GGD-regio’s een uitbraakonderzoek is uitgevoerd. Gebrekkig hygiënebesef van de cliënten, atypische klachtenpresentatie en intensieve contacten met zorgprofessionals – vaak verspreid over verschillende zorglocaties – zijn bekende risicofactoren voor transmissie van hepatitis A binnen deze doelgroep – factoren die tevens een uitdaging in het uitbraakmanagement van hepatitis A vormen.
Conform de richtlijn werden vaccinaties aangeboden en werd bloedafname voor diagnostiek overwogen, maar dit laatste bleek vaak een drempel bij deze doelgroep van (meervoudig) gehandicapte kinderen/jongvolwassenen, en kon daardoor niet laagdrempelig worden ingezet. De inzet van feces-PCR werd wél laagdrempelig geaccepteerd en was een patiëntvriendelijk alternatief dat ons in staat stelde om snel en gericht maatregelen te treffen. Daarmee droeg het bij aan de beheersing van de uitbraak én het beschermen van deze kwetsbare doelgroep. Het bleek ook een goede keuze te zijn bij contacten buiten de instellingen, zeker omdat een deel van de diagnostiek verricht werd in het belang van de publieke gezondheidszorg en niet in het individuele belang.
Adviezen voor de praktijk
Wanneer je te maken hebt met een hepatitis A-uitbraak in de gehandicaptenzorg of onder kinderen, overweeg dan het inzetten van feces-PCR. Met feces-PCR is diagnostiek mogelijk, ook wanneer bloedafname lastig of niet haalbaar is. Dit vergroot het zicht op de uitbraak en maakt gerichtere bestrijdingsmaatregelen mogelijk. Bovendien kunnen met feces-PCR ook asymptomatische of vroeg geïnfecteerde personen worden opgespoord, wat van grote waarde is bij het indammen van verdere verspreiding.
Welkom bij onze literatuurupdate van mei! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.
In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.
Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 22 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst.
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl

8 mei
CAPI Academy
Literatuur zoeken in PubMed – 14:00u – 16:00u
8 mei
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u
Changing epidemiology of influenza A(H5) viruses in animals, with implications for human health risks
19-23 mei
Infectiepreventieweek
20 mei
Webinar
RIVM – 12.00u -13.00u
Ervaren pandemische paraatheid in Nederland
20 mei
Webinar
ECDC’s Lighthouse webinar – 13.00 -14.00 CET
Behavioural science in action: Social and behavioural science in outbreak investigation and response
22 mei
Webinar
Regionale Zorgnetwerken AMR – MUIZ in de Praktijk:
Signaleren, Delen, Handelen – 19:00u – 20:30u
22 mei
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
3 juni
CAPI Café
Antimicrobiële resistentie – 12:00u – 13:00u
5 juni
Symposium
Gedrag & Pandemieën – RIVM
12 juni
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
26 juni
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij deze lente-editie van de CAPI nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie blikken we terug op het CAPI Café over wet- en regelgeving bij infectieziekteonderzoek, vertelt PhD kandidaat Laura Boogaard over haar onderzoek gericht op de infectielast van arbeidsmigranten en blikken we vooruit op de komende CAPI Academy. Ook stelt CAPI programmacoördinator Jonna Wijburg zich voor, en kun je kennis maken met de nieuwste CAPI publicatie van Daniel Franken. Ook staat er een publicatie in de spotlight van onze tweemaandelijkse literatuurupdate, vind je weer een nieuwe quizvraag en is de kalender bijgewerkt. Kortom: een goed gevulde nieuwsbrief! Veel leesplezier!

Op 11 maart vond het CAPI Café over wet- en regelgeving bij infectieziekte-onderzoek plaats op locatie bij GGD Amsterdam. Tijdens haar overzichtelijke presentatie nam Dr. Marjolein Booij, onderzoekscoördinator bij de afdeling infectieziekten van GGD Amsterdam, ons mee in de verschillende wetten en processen die van belang zijn bij het doen van medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen. Wij hebben de take-home messages van dit CAPI Café voor je op een rijtje gezet. Benieuwd? Klik dan op onderstaande button!
Arbeidsmigratie is de voornaamste reden voor internationale migratie. In Europa is 1 op de 10 werknemers arbeidsmigrant en dit aantal zal blijven stijgen. De verwachting is dat praktisch geschoolde arbeidsmigranten in laagbetaalde sectoren een hogere infectieziektelast en slechtere toegang tot zorg hebben, door factoren gerelateerd aan migratie en een lage sociaaleconomische status. Het doel van dit promotietraject is om het inzicht te vergroten in (determinanten van) infectieziektelast bij praktisch geschoolde arbeidsmigranten in Europa, evenals hun behoefte aan, gebruik van en ervaring met de zorg voor deze infectieziekten.

Hiertoe combineren we kwalitatieve en kwantitatieve methoden. Twee van de kwantitatieve studies focussen op het voorkomen van, risicofactoren voor en verspreiding van COVID-19. Voor de studie die nu loopt werken diverse GGD-en samen om data te verzamelen over meldingsplichtige infectieziekten en gerelateerd zorggebruik bij arbeidsmigranten. Een kwalitatieve studie richt zich op de ervaringen en behoeften van arbeidsmigranten met betrekking tot zorg voor infectieziekten, en op barrières en bevorderende factoren daarin.
Uitgelicht: Binnen dit PhD-traject hebben we een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar infectieziektelast bij praktisch geschoolde arbeidsmigranten die werken in de EU. We zochten in de belangrijkste databases op systematische wijze studies over morbiditeit, mortaliteit en zorggebruik van infectieziekten bij deze doelgroep. Ruim vijftig studies bleken verricht te zijn op dit onderwerp. Het merendeel van de studies richt zich op morbiditeit. De helft betreft studies naar infectieziektelast voor SOA, HIV en hepatitis B en C in sekswerkers. De infectieziektelast voor deze ziekten bleek over het algemeen verhoogd in deze groep arbeidsmigranten. Studies naar COVID-19 bleken ook veel voorkomend, en gericht op arbeidsmigranten in een breder scala aan beroepen, zoals landbouw en industrie. Deze resultaten worden momenteel geanalyseerd.
In de vorige nieuwsbrief kondigden we de eerste editie van de CAPI Academy aan: een online workshop op 8 mei van 14:00 – 16:00 uur, waarin we aan de slag gaan met strategieën om systematisch literatuur te zoeken in PubMed.
We zijn blij dat we in een korte tijd veel aanmeldingen hebben ontvangen! De workshop is inmiddels vol en de inschrijving is gesloten. Je kunt je nog wel aanmelden voor de wachtlijst door te mailen naar info@capi-consortium.nl. Wanneer er een plek vrijkomt, krijg jij als eerste bericht!

CAPI PhD-kandidaat Daniel Franken publiceerde onlangs het artikel: ‘Adherence to stand-by emergency treatment and mosquito protection measures in short-term travellers to moderate malaria risk areas’. Wij feliciteren Daniel en co-auteurs met deze publicatie!
Malaria blijft een bedreiging voor reizigers naar (sub)tropische gebieden. Dit onderzoek beoordeelde de naleving van malariapreventiemaatregelen onder reizigers naar malariagebieden met een matig risico, waaronder het gebruik van stand-by-noodbehandeling (SBET), het zoeken van gezondheidszorg tijdens koorts en maatregelen ter bescherming tegen muggen.
Van de 686 gerekruteerde reizigers vulden er 405 (59%) het dagboek in. Van deze reizigers kreeg 44% vóór de reis een SBET voorgeschreven, hoewel vermoedelijk slechts een klein deel van hen daadwerkelijk op afstand reisde. Geen van de 25 reizigers die koorts rapporteerden, gebruikte het voorgeschreven SBET en vijf zochten medische hulp. Vijfendertig procent van de deelnemers gebruikte DEET en 5% gebruikte een klamboe op ≥75% van de nachten met malariarisico. Een langere reisduur was geassocieerd met een lager DEET-gebruik.
Weinig reizigers met koorts gebruikten SBET of zochten medische hulp, ondanks hun advies vóór de reis. Om kosten en verspilling van medicatie te beperken, zou SBET alleen moeten worden geadviseerd aan reizigers die naar zeer afgelegen gebieden reizen waar medische hulp ontoegankelijk is. Verder onderzoek moet zich richten op de gedragsconcepten die aan deze keuzes ten grondslag liggen.

Mijn naam is Jonna en ik ben een van de vijf programmacoördinatoren van CAPI, vanuit de AWPG CEPHIR. Al anderhalf jaar zet ik me met veel plezier in voor het consortium. Wat ik zoal doe? Samen met mijn collega’s organiseer ik het jaarlijkse CAPI Symposium, coördineer ik het scholingsaanbod – zoals de CAPI Cafés en Academies – en stellen we de tweemaandelijkse literatuurupdate en deze nieuwsbrief samen.
Naast mijn taken bij CAPI ben ik ook junior onderzoeker bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. Daar heb ik onderzoek gedaan naar no-shows bij het Centrum Seksuele Gezondheid. Door middel van statistische analyses bracht ik in kaart welke factoren hierop van invloed zijn, zodat we gerichter kunnen werken aan oplossingen. Daarnaast ben ik betrokken bij projecten over transmissie van orale gonorroe en maternale kinkhoestvaccinatie.
Mijn werk bij zowel CAPI als de GGD sluit helemaal aan bij wat ik belangrijk vind: wetenschap toegankelijk maken en bijdragen aan verbeteringen die direct impact hebben op de samenleving. Dit ontdekte ik al tijdens mijn studie Biomedische Wetenschappen in Bordeaux (Frankrijk), toen ik als gids in een wetenschapsmuseum werkte. Daar werd ik me ervan bewust hoe belangrijk het is om wetenschappelijke kennis op een boeiende manier over te brengen– bij voorkeur al op jonge leeftijd, om zo de kloof tussen wetenschap en maatschappij te verkleinen. Dit motiveerde me om een tweede master te doen: Global Health aan de VU, waarmee ik mijn ambitie verder kon verdiepen.
Ook buiten mijn werk blijft mijn nieuwsgierigheid mij drijven. Ik volg graag nieuwe interessante cursussen (momenteel ‘documentaire maken’!), leer graag talen en reis het liefst avontuurlijk – liftend en wildkamperend, omdat je zo de meest onverwachte mensen, situaties en plekken tegenkomt. Daarnaast ben ik vaak creatief bezig en heb ik misschien iets te veel hobby’s.
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Sentinel chicken surveillance reveals previously undetected circulation of West Nile virus in the Netherlands” uit, dat is geschreven door Kiki Streng, Nnomzie Atama, Felicity Chandler, Rody Blom, Henk van der Jeugd, Maarten Schrama, Marion Koopmans, Wim van der Poel, en Reina Sikkema.
Surveillance van sentinelkippen onthult eerder onopgemerkte circulatie van West-Nijlvirus in Nederland.
In 2020 werd Nederland voor het eerst geconfronteerd met een uitbraak van het West-Nijlvirus (WNV), terwijl het Usutuvirus (USUV) al sinds 2016 circuleerde. Beide virussen worden vooral door muggen overgedragen en kunnen ernstige ziekten veroorzaken bij vogels en mensen. Vroege detectie en monitoring van deze virussen helpen bij het voorkomen van verdere verspreiding en het nemen van preventieve maatregelen.
Na de ontdekking van WNV in Nederland vroegen wetenschappers zich af of kinderboerderijen konden dienen als stedelijke wachtposten om de verspreiding van deze virussen te monitoren. Kinderboerderijen zijn geschikt voor virusmonitoring omdat ze vaak in stedelijke gebieden liggen en een constante populatie van dieren hebben die regelmatig in contact komen met mensen en andere dieren.
Voor het onderzoek werden gedurende een jaar kippen (n=639) van 36 kinderboerderijen en achtertuinen binnen een straal van 15 kilometer van de uitbraakgebieden bemonsterd. Hun bloed werd onderzocht op antilichamen tegen WNV en USUV. Daarnaast werden ook muggen (n=47) verzameld op de bemonsteringslocaties om hun bloedvoedingsgedrag te beoordelen en te testen of ze drager zijn van de virussen WNV en USUV.
De resultaten waren opvallend: zowel WNV als USUV werden gedetecteerd in de bloedmonsters, zelfs buiten de oorspronkelijke uitbraakgebieden. Dit toont aan dat bemonstering van kinderboerderij-kippen en muggen een waardevolle rol kan spelen in de viruscirculatie monitoring, vooral in stedelijke gebieden.
Hoewel deze studie het belang van innovatieve surveillancemethoden benadrukt en wijst op gezondheidsrisico’s die anders onopgemerkt zouden blijven, is verder onderzoek nodig om de effectiviteit van bemonstering van kinderboerderij-kippen en muggen als monitoringsinstrument volledig te begrijpen.
Meer weten over de resultaten van dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

In de vorige quizvraag vroegen we jullie hoe er binnen de bestrijding van infectieziekten wordt omgegaan met privacy-uitdagingen bij rioolwatersurveillance. Het juiste antwoord, het analyseren en rapporteren van geaggregeerde data op regionaal niveau, werd door 88% van de lezers gekozen.
Welkom bij de quizvraag van deze maand!
In de rubriek ‘Publicatie in de spotlight’ heb je kunnen lezen over de rol van sentinelkippen bij het monitoren van het West-Nijlvirus (WNV). Deze kippen dienen als vroege waarschuwingssystemen voor viruscirculatie en potentiële overdracht naar de mens. Antilichamen spelen een cruciale rol in dit proces, omdat ze het immuunsysteem helpen om virussen te herkennen en te bestrijden.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat de antilichamen tegen het usutuvirus (USUV) bij kippen na ongeveer 20 weken snel afnemen. Wat betekent dit?
Kippen kunnen na ongeveer vijf maanden minder beschermd zijn tegen een nieuwe infectie door hetzelfde virus.
Onderzoek naar antilichamen bij kippen is niet de juiste methode om de circulatie van het virus te monitoren.

8 april
10 april
Webinar
EPI Masterclass CIb RIVM van 12:30-13:30
Using Stepped Care to strategically organize eHealth and promote self-care: experiences from public sexual health care in the Netherlands.
11-15 april
24 april
24 april
Webinar
EPI Masterclass CIb RIVM van 12:30-13:30
(onderwerp volgt)
6 mei
Deadline
Subsidiecall ZonMw Infectieziektebestrijding
8 mei
CAPI Academy
Literatuur zoeken in PubMed
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.