Welkom bij de eerste CAPI nieuwsbrief van het jaar, waarin wij allereerst iedereen een heel gezond en gelukkig 2026 wensen! In deze editie kijken we terug op onze activiteiten in 2025, nodigen we je uit om deel te nemen aan het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis, en brengen we een nieuwe publicatie van Babette van Deursen over datagedreven infectieziektebestrijding onder de aandacht. Ook lichten we het recent verschenen infectieziekteboek uit. Verder staat er een interessante publicatie in de spotlight, vind je zoals gebruikelijk een nieuwe quizvraag, en sluiten we af met de kalender voor de komende twee maanden. Veel leesplezier!

CAPI blikt terug op een goed gevuld 2025, vol mooie bijeenkomsten, onderzoek, ontwikkelingen en kennisdeling: precies wat CAPI belangrijk vindt!
Het Infectieziekten onderzoek uitgevoerd binnen CAPI werd actief voortgezet, door onze 16 PhD kandidaten en 3 nieuwe jaaronderzoekers, die allen werken aan vraagstukken uit de praktijk. Ook dit jaar zijn er weer mooie stappen gemaakt om kennis op te doen en deze te verspreiden, door maar liefst 7 gepubliceerde wetenschappelijke artikelen en vele presentaties op congressen.
In januari 2025 trapten we het jaar af met het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis, waar GGD-infectieziekten onderzoek werd gepresenteerd door professionals uit het hele land. De positieve sfeer zette de toon voor de andere CAPI evenementen van de rest van het jaar. De CAPI Cafés werden weer met veel enthousiasme bezocht. Dit jaar kwamen de thema’s privacy in onderzoek, AMR, en inclusief onderzoek aan bod. CAPI introduceerde in 2025 ook de CAPI Academy’s, hands-on workshops waar deelnemers aan de slag zijn gegaan met praktische onderzoek-skills. Leerzaam, en leuk!
Onze platforms- de nieuwsbrief en de website- bleven groeien, qua inhoud, bezoekers en abonnees. Ook op LinkedIn worden onze activiteiten steeds beter gevonden.
Wij voelen veel betrokkenheid van GGD’ers en partners bij onze acties, en dit is voor ons een grote drijfveer om ons te blijven inzetten voor onze doelen. Achter de schermen blijven we daarom altijd bezig om ons te ontwikkelen, scholing en carrièrekansen te bieden voor GGD-medewerkers, samenwerking te bevorderen en te werken naar toepassing van wetenschappelijke kennis in de praktijk. Ook in 2026 zullen we ons blijven inzetten; we kijken uit naar weer een vol en inspirerend jaar voor CAPI!

Op dinsdag 27 januari 2026 organiseren we de derde editie van het jaarlijkse
CAPI Symposium – Besmettelijke Kennis bij Congrescentrum 1931 in
‘s-Hertogenbosch. Dit symposium staat in het teken van onderzoek op het gebied van infectieziektebestrijding, infectiepreventie, seksuele gezondheid, reizigersadvisering, en tuberculosebestrijding, uitgevoerd door én voor GGD’en.
Naast presentaties over praktijkgericht infectieziekte-onderzoek staan er deze editie wederom twee keynote lectures op het programma: ‘Schoolziek of ziek van school? Verspreiding van infectieziekten onder de loep’ door Prof.dr. Patricia Bruijning-Verhagen en ‘Gedragsverandering en infectieziektebestrijding: verstandshuwelijk of echte liefde?’ door Prof.dr. Rik Crutzen.
Ben jij er ook bij? Meld je dan uiterlijk 12 januari 2026 aan!
Wij feliciteren Babette van Deursen (promovendus bij AWPG AMPHI) en co-auteurs met het onlangs gepubliceerde artikel ‘Data-Driven Infectious Disease Control: Qualitative Study of Professionals’ Attitudes, Barriers, and Needs’.

In de samenvatting hieronder vind je de highlights van deze studie. Het gehele artikel lees je hier!
Datagedreven werken krijgt binnen de infectieziektebestrijding steeds meer aandacht. Het stelt professionals in staat sneller te signaleren en proactief te handelen bij uitbraken. Maar hoe ervaren professionals dit in de praktijk? Welke obstakels komen ze tegen en wat hebben zij nodig om data om te zetten in actie? Ons onderzoek betrof 36 IZB-professionals van verschillende GGD’en, waaronder artsen, verpleegkundigen, epidemiologen, beleidsadviseurs en managers. Via online focusgroepen bespraken zij hun ervaringen met datagedreven werken, de waarde die zij eraan toekennen en de factoren die het gebruik beïnvloeden.
Uit de gesprekken kwamen vijf thema’s naar voren: huidige werkomgeving, betekenis van datagedreven werken, toegevoegde waarde, participatie vanuit het team en ontwikkeling en implementatie. Deelnemers merkten dat, ondanks bestaande initiatieven, data nog beperkt worden vertaald naar concrete acties. Hun houding en betrokkenheid verschillen, afhankelijk van rol, kennis, tijd en bereidheid tot verandering.
Een landelijke visie, duidelijke rolverdeling en heldere protocollen werden genoemd als cruciale voorwaarden om datagedreven werken te verbeteren. IZB-professionals zien vooral kansen: data kunnen hen helpen sneller en gerichter te handelen bij uitbraken, mits de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn.
Het onderzoek laat zien dat investeren in een gezamenlijke visie, ondersteunende werkomgeving en duidelijke rollen kan helpen om datagedreven infectieziektebestrijding toekomstbestendig te maken. Wil je meer weten over de inzichten en aanbevelingen van IZB-professionals? Lees het volledige artikel hier!
Door Christian Hoebe, voorzitter en programmaleider bij CAPI vanuit AWPG Mosa
In een tijd waarin infectieziekten vrijwel dagelijks het nieuws halen, is er nu een nieuw, compleet Nederlandstalig standaardwerk verschenen: Infectieziektenbestrijding, uitgegeven door Van Gorcum (zie afbeelding). Onder redactie van drie artsen M+G infectieziektebestrijding – Jeannette de Boer, Toos Waegemaekers en Hans van den Kerkhof – en met bijdragen van maar liefst veertig auteurs uit het veld, biedt dit boek een uniek en actueel overzicht van alle kennisdomeinen van de Nederlandse infectieziektebestrijding.
De COVID-19-pandemie, recente uitbraken van mazelen en mpox en de voortdurende discussie over vaccinaties hebben laten zien hoe groot de impact van infectieziekten op onze samenleving is. Veel mensen hebben er een mening over, maar hoe werkt de bestrijding nu écht? Welke organisaties en professionals zijn betrokken, hoe zit het met wet- en regelgeving, wie mag welke maatregelen nemen en op basis waarvan? En hoe houden we zicht op wat er speelt of dreigt?

Dit leerboek geeft heldere antwoorden op deze vragen. De basisprincipes van infectieziektebestrijding worden stap voor stap uitgelegd, zowel binnen de Nederlandse context als vanuit internationaal perspectief, rijk geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Naast organisatie, wetgeving en diagnostiek is er ruime aandacht voor thema’s als zoönose, vectoren, antimicrobiële resistentie, planetaire gezondheid, tuberculosebestrijding en seksuele gezondheid.
Infectieziektenbestrijding is daarmee ook voor iedereen betrokken bij CAPI een onmisbare bron van kennis – van arts M+G, verpleegkundige, epidemioloog en beleidsmedewerker tot arts-assistent en student. De veertig auteurs hebben ieder vanuit hun eigen expertise bijgedragen om dit complexe vakgebied toegankelijk, scherp en inspirerend neer te zetten.
Referentie: Infectieziektenbestrijding – Jeannette de Boer, Toos Waegemaekers & Hans van den Kerkhof (red.)
ISBN: 9789465070421

In de vorige editie van de CAPI nieuwsbrief was de quizvraag ‘Welke bacterie is hittebestendig (sporen) en kan toxines produceren in etensrestjes die te lang op tafel hebben gestaan?’. Het juiste antwoord was: Bacillus cereus. Hopelijk heb je iets aan deze kennis gehad tijdens de kerst!
Met deze eerste quizvraag van het jaar staan we ook even stil bij 2025. Het was een jaar met veel gebeurtenissen wereldwijd in de IZB. Tussen de mazelen uitbraak en de stop van USAID, was het een intens jaar. Echter waren er ook een aantal successen! Op welke successen van 2025 kunnen we ook terugblikken?
De Malediven hebben als eerste de moeder-kind transmissie van HIV, syphilis en hepatitis B gestopt, oftewel “triple elimination” van deze drie ziekten.
De aanneming van het WHO-uitbraakakkoord: een krachtig voorbeeld van wat multilateralisme kan bereiken wanneer landen kiezen voor samenwerking boven verdeeldheid.
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuurupdate in de spotlight. Deze keer is dat het artikel ‘The influence of case factors and system factors on the timeliness of testing and contact tracing for COVID-19 in The Netherlands’ geschreven door Jizzo Bosdriesz, Elke den Boogert, Suzan van Dijken, Nicole Dukers, Hannelore Götz, Irene Goverse, Tjalling Leenstra, Mariska Petrignani, Stijn Raven, Maarten Schim van der Loeff, Susan van den Hof, Kirsten Wevers, en Amy Matser. De samenvatting van het artikel lees je hieronder.
De invloed van casus- en systeemfactoren op de tijdigheid van testen en contactonderzoek voor COVID-19 in Nederland
Tijdens de COVID-19 pandemie waren laagdrempelig testen en het uitvoeren van bron- en contactonderzoek (BCO) essentieel om verdere transmissie van SARS-CoV-2 te voorkomen. Vanwege de korte incubatietijd van SARS-CoV-19 was het belangrijk om het BCO zo snel mogelijk uit te voeren. Maar welke factoren beïnvloeden de duur van het BCO? In deze studie werkten 9 GGD regio’s samen met het RIVM om de tijdigheid van BCO te onderzoeken, en te onderzoeken welke casus- en systeemfactoren de tijdigheid van het BCO-proces bij COVID-19 beïnvloedden.
De onderzoekers verzamelden data van 384.591 symptomatische personen die positief getest waren van 1 juni 2020 tot 28 februari 2021 in de 9 deelnemende GGD-regio’s. De mediane tijdsintervallen tussen de verschillende stappen van het BCO werden berekend. Met multi-level logistische regressieanalyses werden associaties tussen casus- en systeemfactoren en vertraging in het BCO onderzocht.
De resultaten laten zien de mediane tijd tussen het krijgen van symptomen en de start van het BCO 3 dagen was. Verschillende casusfactoren hielden verband met een vertraagd BCO (>3 dagen). Zo hadden personen met een hogere leeftijd (>34 jaar), personen met een migratieachtergrond, en niet-werkenden, hogere odds op vertraging in het BCO. Personen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg of in het onderwijs hadden juist een significant lagere odds op een vertraagd BCO in vergelijking met andere beroepsgroepen. Als laatste waren een hogere caseload per bron-en contactonderzoeker en een afgeschaald BCO geassocieerd met hogere odds op een vertraagd BCO.
Hoewel BCO tijdens de COVID-19-pandemie voordelen kan hebben gehad door mensen aan te zetten tot isolatie of quarantaine voordat vaccins beschikbaar waren, en het verzamelen van data voor surveillance, wijzen de tijdsintervallen erop dat handmatige uitvoer van het BCO op grote schaal niet snel genoeg was om transmissieketens te doorbreken. Digitale BCO-tools die werden ingezet, zoals de CoronaMelder app, waren veelbelovend, maar hun toegevoegde waarde blijft nog onzeker. Wat mogelijk wél helpt, is het betrekken van burgers om hoog-risico contacten te identificeren en te informeren. Op die manier kan het traditionele BCO doelgericht worden ingezet voor hoog-risico populaties.
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl.

8 januari
RIVM – online EPI refereerbijeenkomst
12.30-13.30 – Inferring SARS-CoV-2 infections from longitudinal serological VASCO data & From tool to Practice: Privacy Considerations When Using AI in Research. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
22 januari
RIVM – online EPI refereerbijeenkomst
12.30-13.30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
27 januari
CAPI Symposium – Besmettelijke kennis
Congrescentrum 1931 ‘s-Hertogenbosch
2 en 3 februari
NVIB Tweedaagse
Conferentiecentrum Koningshof in Veldhoven
5 februari
RIVM – online EPI refereerbijeenkomst
12.30-13.30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
3 februari
8e MINC-LINK hybride symposium: Superbugs: van krabben tot crisis
17.00 – 22.15 uur – Lumière Cinema Maastricht
12 februari
2e Nederlandse Vaccinatie Dag 2026
Congrescentrum De Eenhoorn in Amersfoort, Nederland
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Een winters welkom bij de laatste CAPI nieuwsbrief van het jaar! Leuk dat je meeleest. Om dit jaar af te sluiten hebben we een feestelijke inhoud. Je kunt je aanmelden voor het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis, en lezen over het afgeronde onderzoek van Colette van Bokhoven over lastige situaties bij bron- en contactonderzoek. Ook hebben we een korte terugblik op CAPI op internationaal congres, en vind je de nieuwe publicatie van PhD kandidaat Sunia Somra over schurft notificatie onder studenten. We hebben ook ditmaal weer een leuke, kerstige, quizvraag met een leuk feitje om tijdens het kerstdiner uit te blinken. Zoals gebruikelijk vind je ook weer de literatuurupdate en de kalender voor de komende twee maanden. Veel leesplezier en alvast hele fijne feestdagen gewenst!


Op dinsdag 27 januari 2026 organiseren we de derde editie van het jaarlijkse
CAPI Symposium – Besmettelijke Kennis bij Congrescentrum 1931 in
‘s-Hertogenbosch. Dit symposium staat in het teken van onderzoek op het gebied van infectieziektebestrijding, infectiepreventie, seksuele gezondheid, reizigersadvisering, en tuberculosebestrijding, uitgevoerd door én voor GGD’en.
Naast presentaties over praktijkgericht infectieziekte-onderzoek staan er deze editie wederom twee keynote lectures op het programma: ‘Schoolziek of ziek van school? Verspreiding van infectieziekten onder de loep’ door Prof.dr. Patricia Bruijning-Verhagen en ‘Gedragsverandering en infectieziektebestrijding: verstandshuwelijk of echte liefde?’ door Prof.dr. Rik Crutzen.
Ben jij er ook bij? Meld je dan uiterlijk 12 januari 2026 aan!
Colette van Bokhoven deed onderzoek naar lastige situaties bij bron- en contactonderzoek bij AWPG AMPHI. Onlangs is haar onderzoek afgerond én is het artikel gepubliceerd in het Infectieziekten Bulletin. Het artikel lees je hier. In deze rubriek vertelt Colette kort over de resultaten en implicaties voor de praktijk, en deelt ze haar ervaringen met het doen van onderzoek naast haar GGD-werk.
In deze studie hebben we onderzocht welke factoren bijdragen aan het feit dat een BCO door professionals als lastig wordt ervaren, en ook welke factoren de uitvoering van BCO beïnvloeden. We hebben hiervoor 15 IZB-, SG- en TBC-professionals geïnterviewd.
Deze professionals benoemden een diversiteit aan factoren. De factoren die een BCO lastig maken vallen onder de thema’s: de cliënt, maatregelen uit de richtlijn, de professional en de werkomgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan weerstand bij een cliënt bij de uitvoering van een BCO. Bij de factoren die meespeelden bij het handelen van de professional werden dezelfde thema’s genoemd, met het ziektebeeld als aanvulling hierop. Voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat professionals bij cliënten die kwetsbaar zijn of bij een ernstige ziekte meer effort stoppen in het BCO. We concludeerden dat een BCO soms best lastig kan zijn en niet altijd op dezelfde wijze wordt uitgevoerd.
Terug naar de praktijk
Om professionals te ondersteunen bij het handelen in lastige BCO-situaties, adviseren wij meer training in gespreksvaardigheden. Om daarnaast te voorkomen dat er ongewenste variatie ontstaat in het handelen bij lastige BCO-situaties, is het belangrijk dat GGD-professionals deze situaties met elkaar bespreken en reflecteren op hun handelen, zowel al tijdens de opleiding, maar ook later tijdens casuïstiek overleggen of intervisies.
Wat vond je leuk?
Ik vond vooral het doen van de interviews en de analyse van de data leuk om te doen. Ik heb echt leuke gesprekken met de deelnemers gehad.
Wat was een uitdaging?
De grootste uitdaging vond ik de balans tussen voortgang houden in het onderzoek en daarnaast mijn werk op de GGD, met daarbij veel landelijke taken. Er waren momenten dat deze combi echt wel pittig was.
Heb je tips voor GGD-medewerkers die starten met onderzoek?
Ik denk dat het goed is om naar je totale workload te kijken voordat je start. En als je onderzoek niet fulltime doet, om dan bij een al lopend project aan te sluiten. Als je alles van voor tot achter zelf moet doen, is dat best pittig in 1 jaar, zeker als dat ook nog deeltijd is.
Wat is de belangrijkste les die je is bijgebleven?
Dat is niet één les, maar meer het doorlopen van het hele onderzoeksproces. Ik kan hierdoor onderzoeksstudenten bij de GGD nu ook beter begeleiden.

Het organiserend comité van de preconference.
EPH Conference: AMPHI en CEPHIR in Helsinki!
Door Hélène Voeten, CAPI programmaleider bij AWPG CEPHIR
Van 12 tot 15 november was de 18e European Public Health Conference in Helsinki. De dag ervoor was een pre-conference workshop over vaccinatie-uptake en vaccinatietwijfel. Daar mochten Daphne Bussink-Voorend (AMPHI) en ikzelf (CEPHIR) presenteren, naast bijdragen vanuit de ECDC en de Babeș-Bolyai universiteit in Roemenië. We begonnen de ochtend met een ‘human bingo’, waardoor veel mensen al even informeel kennis met elkaar hadden gemaakt. Daarna volgden presentaties afgewisseld met groepswerk, waarbij iedereen actief aan de slag ging met het 5C-model, barrières en interventies. Het was een geslaagde ochtend, met deelnemers die vol lof waren en die elkaar de rest van het congres telkens weer zagen en spraken.
Het congres zelf was heel breed, van mentale gezondheid en jeugd tot e-health en desinformatie. Er was veel aandacht voor vaccinatietwijfel en ander gedragsonderzoek, wat ikzelf 2 jaar geleden op de ESCAIDE een beetje had gemist. Leuk was ook het gratis klassieke concert in het concertgebouw en het ‘nordic walking’ vroeg in de ochtend. En Helsinki is een mooie stad, waar we ook nog een Klimt-tentoonstelling konden meepikken.

CAPI in Warschau
Door Lynn Eggink, CAPI programmacoördinator bij Awpg Lumens
ESCAIDE is Europa’s grootste conferentie voor toegepaste infectieziekte-epidemiologie, georganiseerd door European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). Jaarlijks komen hier honderden professionals uit wetenschap, beleid en praktijk samen rondom infectieziektepreventie en -bestrijding.
De centrale thema’s van ESCAIDE 2025 waren evidence in public health, One Health en health equity. Daarbij lag de nadruk op hoe wetenschappelijke inzichten vertaald kunnen worden naar beleid en praktijk, de verwevenheid van mens-, dier- en milieugezondheid, en het bevorderen van inclusiviteit en gelijke toegang tot zorg.
En natuurlijk was CAPI daarbij! Samen met collega’s uit de vijf verschillende academische werkplaatsen waren we zichtbaar aanwezig. We deden nieuwe ideeën op, versterkten bestaande samenwerkingen en kregen volop inspiratie voor de praktijk.
Onze bijdragen:
Dank aan ECDC en alle betrokkenen voor een geslaagde editie van ESCAIDE 2025!

In de vorige editie van de CAPI nieuwsbrief was de quizvraag ‘Vele onderzoeken worden uitgevoerd op W.E.I.R.D. populaties: Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic. Waarom kan dit een probleem zijn? ’. Het juiste antwoord was: De resultaten worden gegeneraliseerd, terwijl de onderzoekspopulatie geen goede afspiegeling is van de totale bevolking.
Voor deze nieuwsbrief hebben we een leuke quizvraag in kerstsfeer! Elk jaar krijgen 650 000 mensen een voedselvergiftiging. Helaas, ook tijdens kerst kan je de pineut zijn… Ja, wie wil kerst nou op de wc doorbrengen door een avondje gourmetten? Daarom is de quizvraag: welke bacterie vormt hittebestendig sporen en kan toxines produceren in etensrestjes die te lang op tafel hebben gestaan?
Het aantal schurftgevallen onder jongvolwassenen neemt toe, waaronder ook de studenten. Het is essentieel dat studenten die schurft hebben hun contacten volledig en tijdig waarschuwen, zodat verdere verspreiding van schurft kan worden voorkomen. Daarom onderzochten wij welke sociaalpsychologische determinanten hierbij een rol spelen.
Voor ons onderzoek hebben wij interviews afgenomen met 15 studenten uit verschillende studentensteden die recentelijk schurft hadden gehad.
Uit de interviews bleek dat de meeste participanten hun contacten wel correct informeren, maar casual bedpartners vaak niet of te laat worden gewaarschuwd. Deelnemers gaven daarnaast aan dat de richtlijnen voor contactwaarschuwing soms onduidelijk zijn. Ook voelen zij zich geregeld onzeker over hoe zij zelf besmet zijn geraakt en of de behandeling daadwerkelijk werkt. Emoties spelen eveneens een rol: negatieve gevoelens zorgen er soms voor dat contacten helemaal niet of pas later worden geïnformeerd. Daarnaast blijkt de aard van de relatie belangrijk. Zo vertelde een deelnemer dat ze na een one night stand de ander tóch waarschuwde voor schurft, simpelweg omdat hij “aardig” was. Hoewel de meeste participanten denken dat hun medestudenten hun contacten zouden waarschuwen, noemden zij toch verschillende redenen waarom dit in de praktijk niet altijd gebeurt. Schaamte, angst voor stigma en het zelf niet ontvangen van een waarschuwing werden daarbij vaak genoemd. Bovendien werd erkend dat er buiten de studentencommunity nog steeds stigma rond schurft bestaat, wat contactwaarschuwing extra lastig kan maken.
Door kennis en bewustwording, emoties, sociale normen en stigma aan te pakken, kunnen studenten beter worden ondersteund bij het tijdig en correct waarschuwen van hun contacten. Het is belangrijk dat zij zich bewust zijn van de gevolgen van het niet informeren van hun casual bedpartners. Door schurft bespreekbaar te maken, kan stigmatisering buiten de studentenwereld worden verminderd. Daarnaast is het cruciaal dat het positieve gedrag wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld de meerderheid van de studenten waarschuwt zijn of haar contacten.
Hebben wij je nieuwsgierig gemaakt naar het onderzoek? De publicatie is terug te lezen via de volgende link: Socio-psychological determinants of scabies contact notification among Dutch students: A qualitative study | PLOS Neglected Tropical Diseases
Welkom bij onze literatuurupdate van december! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.
In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.
Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 15 artikelen toegevoegd.
Deze maand kun je nog een aantal extra artikelen vinden. We zijn er namelijk door een oplettende lezer op geattendeerd dat de artikelen gepubliceerd in de maand juni ontbraken in de literatuurlijst. De artikelen gepubliceerd in de maand juni zijn inderdaad aan onze search ‘ontsnapt’ 😉 door onze jaarlijkse zomerstop. Wij hebben alsnog deze artikelen bekeken en een selectie toegevoegd aan de literatuurlijst. Dank aan onze oplettende lezer!
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl.

11 december
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
18 december
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
27 januari
CAPI Symposium – Besmettelijke kennis
Congrescentrum 1931 ‘s-Hertogenbosch
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de CAPI nieuwbrief! In deze editie vind je de uitnodiging voor het CAPI Symposium, vertellen we over de CAPI onderzoekersdag, en lees je over de nieuwe publicatie van PhD kandidaat Babette van Deursen over uitbraakdetectie na COVID-19. Ook blikken we terug op het laatste CAPI Café over inclusief en participatief onderzoek. Verder maak je kennis met het PhD traject van Daniel Franken over malariapreventie en behandeling en vind je een oproep voor de rubriek ‘van onderzoek naar praktijk’. We hebben een boeiende publicatie uit de literatuurupdate in de spotlight gezet, er staat zoals altijd een nieuwe quizvraag voor je klaar, en tot slot is de kalender voor de komende twee maanden weer up to date. Veel leesplezier!

ZoOp dinsdag 27 januari 2026 organiseren we de derde editie van het jaarlijkse
CAPI Symposium – Besmettelijke Kennis bij Congrescentrum 1931 in
‘s-Hertogenbosch. Dit symposium staat in het teken van onderzoek op het gebied van infectieziektebestrijding, infectiepreventie, seksuele gezondheid, reizigersadvisering, en tuberculosebestrijding, uitgevoerd door én voor GGD’en.
Naast presentaties over praktijkgericht infectieziekte-onderzoek staan er deze editie wederom twee keynote lectures op het programma: ‘Schoolziek of ziek van school? Verspreiding van infectieziekten onder de loep’ door Prof.dr. Patricia Bruijning-Verhagen en ‘Gedragsverandering en infectieziektebestrijding: verstandshuwelijk of echte liefde?’ door Prof.dr. Rik Crutzen.
Ben jij er ook bij? Meld je dan uiterlijk 12 januari 2026 aan!
Op 9 oktober kwamen de jaaronderzoekers, promovendi en de stuurgroep van CAPI samen in ‘s-Hertogenbosch voor een dag vol uitwisseling, verdieping en ontmoeting. In een warme en open sfeer ontstonden waardevolle gesprekken en nieuwe inzichten.
Op het programma stond de interactieve workshop ‘Zien wie je (nog) niet ziet’ door dr. Tessa van Loenen, senior onderzoeker bij het Radboudumc. Tessa deelde inzichten over inclusief onderzoek en gaf handvatten om blinde vlekken te kunnen herkennen en te verkleinen. Ook gingen de onderzoekers in groepjes aan de slag met het oplossen van bekende struikelblokken bij het doen van inclusief onderzoek. In de middag gaven promovendi Jorg van Beek en Daniël Huijten van GGD Zuid-Limburg een energieke workshop over PowerPoint, vol praktische tips om presentaties naar een hoger niveau te tillen. We praatten nog een uurtje na en maakten de iconische trapfoto met alle huidige onderzoekers en stuurgroep!

CAPI PhD kandidaat Babette van Deursen publiceerde onlangs het artikel: ‘A “Pandemic-Proof” Methodology for Outbreak Detection Adapted From COVID-19’s Impact on Notifications of Infectious Diseases in the Netherlands: Surveillance Study’.

Wij feliciteren Babette en co-auteurs met deze mooie prestatie! Hieronder vind je een samenvatting van het onderzoek en de link naar het artikel.
Tijdens de COVID-19 pandemie nam het aantal meldingen van andere meldingsplichtige infectieziekten aanzienlijk af. De precieze impact van de pandemie per infectieziekte is echter onduidelijk. Voor betrouwbare surveillance en uitbraakdetectie is dit inzicht essentieel, zodat hier voor gecorrigeerd kan worden. In dit onderzoek analyseerden we de impact van de COVID-19 pandemie op de infectieziektemeldingen in Nederland en integreerden we deze in een gecorrigeerde alarmgrens voor uitbraakdetectie.
We hebben meldingen van 25 meldingsplichtige infectieziekten in Nederland tussen 2015 en 2023 geanalyseerd. Door incidentieratio’s per COVID-19 periode te berekenen, konden we bepalen welke infectieziekte waren geraakt door de COVID-19 pandemie. Om voor de uitbraakdetectie de afname in meldingen tijdens de COVID-periode te corrigeren, testten we drie correctiemethoden: 1) de COVID-jaren als missing; 2) imputatie met de laatste pre-COVID-observatie; en 3) imputatie met het historische voortschrijdend gemiddelde.
Uit de analyse bleek dat meldingen van malaria, buiktyfus, hepatitis A, meningokokkeninfectie, paratyfus, Q-koorts, shigellose, mazelen, bof en kinkhoest significant minder gemeld waren tijdens de COVID-19-pandemie, maar de duur en omvang van het effect verschilden per infectieziekte. Daarnaast toonden de nieuw berekende alarmwaardes een opvallend verschil ten opzichte van de oorspronkelijke, niet-gecorrigeerde alarmwaarde. De variatie tussen de drie correctiemethodes was echter niet substantieel.
Voor robuuste en betrouwbare uitbraakdetectie is het aan te raden om te corrigeren voor de impact van de COVID-19 op de meldingen van de aangedane infectieziekten, zodat infectieziektebestrijding professionals zo accuraat, tijdig en datagedreven mogelijk kunnen handelen. Verdere validatie door de praktijk is essentieel om de toepasbaarheid van de aangepaste alarmwaarde voor uitbraakdetectie te beoordelen.
Op dinsdag 28 oktober vond het laatste CAPI café van 2025 plaats bij GGD Gelderland-Zuid, met als thema ‘inclusief en participatief onderzoek doen’. Tijdens dit café gaf dr. Tessa van Loenen, onderzoeker bij het Radboudumc, ons een mooi overzicht over het belang van inclusiviteit. Door haar vele jaren ervaring op dit gebied, kon ze ons goed vertellen over de veelvoorkomende barrières die in de weg staan om écht inclusief en participatief onderzoek te doen. Om deze barrières te overkomen, gaf ze praktische tips en handvatten, die we als onderzoekers mee kunnen nemen in het opzetten en uitvoeren van onderzoek.
Meer weten? CAPI heeft de inhoud samengevat in deze factsheet.
Mijn naam is Daniel Franken en ik werk als arts en promovendus bij de GGD Amsterdam. Mijn promotieonderzoek richt zich op malariapreventie en prikaccidenten, met als doel de bestaande richtlijnen binnen de infectiepreventie wetenschappelijk te onderbouwen en te verbeteren.

Tijdens mijn werkzaamheden bij het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) en op de reizigerspoli van de GGD Amsterdam kwam regelmatig de vraag naar voren hoe het beleid rond de in 2017 geïntroduceerde malarianoodbehandeling beter kon worden vormgegeven met name om verspilling van tabletten te voorkomen en het opvolgen van adviezen te verbeteren. Deze noodbehandeling is bedoeld voor reizigers die naar middelmatig malariarisicogebieden reizen en niet altijd toegang hebben tot medische zorg. Bij koorts kunnen zij dan in afgelegen gebieden starten met de noodbehandeling en vervolgens medische hulp zoeken. Begin dit jaar publiceerden we een studie waaruit bleek dat deze adviezen in de praktijk vaak niet goed worden toegepast.
Om beter te begrijpen waarom reizigers de adviezen frequent niet opvolgden, zijn we afgelopen jaar een vervolg onderzoek gestart waarin 19 diepte-interviews met reizigers werden afgenomen. Belangrijke redenen om de noodbehandeling niet te starten bij koorts waren dat klachten als mild werden beoordeeld, dat men alternatieve verklaringen (zoals voedselvergiftiging) aannemelijker vond en dat men bang was voor bijwerkingen. Mogelijke strategieën voor het verbeteren van het beleid in de toekomst zijn het aanbieden van een malariasneltest aan reizigers die naar zeer afgelegen gebieden reizen en het faciliteren van contact met een arts bij koorts. Deze benaderingen verdienen nader onderzoek.
Daarnaast kreeg ik tijdens mijn werk in de infectieziektebestrijding regelmatig vragen over prikaccidenten en het beleid rondom het voorkomen van transmissie van hiv, hepatitis B en C. Er blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan over de risico-inschatting, waarbij vooral de aanwezigheid van zichtbaar bloed bepalend is bij intramusculaire prikaccidenten. Om die reden onderzoeken we nu de risico-inschatting van prikaccidenten. Daarnaast zijn we op dit moment bezig met een onderzoek waarin we het aantal hiv-diagnoses bij mensen analyseren die zich daarvoor op Nederlandse spoedeisende hulpen hebben gemeld voor een prik- of seksaccident, en kijken we naar mogelijke verbeteringen, zoals de rol van PrEP bij deze groep. Deze onderzoeken raken verschillende thema’s, en hebben eenzelfde doel namelijk het verbeteren van de infectiepreventie op basis van problemen en vragen uit de praktijk.
Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze resultaten zich naar de dagelijkse praktijk binnen de GGD? In deze rubriek laten we zien hoe recent wetenschappelijk onderzoek wordt toegepast in de praktijk. We brengen recent uitgevoerde studies onder de aandacht die belangrijke inzichten geven voor de praktijk van de infectieziektebestrijding.
Heb jij onderzoek gedaan dat een brug slaat tussen wetenschap en praktijk? Werk jij aan een studie die relevant is voor de dagelijkse praktijk van de infectieziektebestrijding, of ken je een goed voorbeeld waarin onderzoeksresultaten al met succes zijn geïmplementeerd? Neem dan contact met ons op via info@capi-consortium.nl, en misschien verschijnt jouw bijdrage wel in één van onze volgende nieuwsbrieven!

In de vorige editie van de CAPI nieuwsbrief was de quizvraag ‘Welke uitspraak over het vermelden van statistische resultaten in een abstract is correct?’. Het juiste antwoord was: Odds ratios met betrouwbaarheidsintervallen zijn waardevoller om te vermelden dan een p-waarde.
Ditmaal staat onze quizvraag in het teken van inclusief onderzoek doen.
Vele onderzoeken worden uitgevoerd op W.E.I.R.D. populaties: Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic. Waarom kan dit een probleem zijn?
De resultaten van een onderzoek zijn altijd ongeldig als enkel de W.E.I.R.D. populatie is onderzocht.
Resultaten op basis van een W.E.I.R.D. onderzoekspopulatie kunnen niet gepubliceerd worden in een goede journal.
De resultaten worden gegeneraliseerd, terwijl de onderzoekspopulatie geen goede afspiegeling is van de totale bevolking.
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuurupdate in de spotlight. Deze keer is dat het artikel ‘Subpopulations with frequent healthcare barriers have increased risk of sexually transmitted infections and dropping out from HIV preexposure prophylaxis care’ geschreven door Eline Wijstma, Vita Jongen, Anders Boyd, Henry de Vries, Maarten Schim van der Loeff, Maria Prins, en Elske Hoornenborg. De samenvatting van het artikel lees je hieronder.
Subpopulaties met frequente barrières in toegang tot zorg lopen meer risico op soa en uitval bij hiv-PrEP
In het nationale PrEP Pilot Programma (NPP) werd gesubsidieerde PrEP-zorg aangeboden voor mensen met een verhoogd risico op het oplopen van hiv. Subpopulaties die barrières ervaren in de toegang tot (PrEP)zorg, kregen prioriteit om deel te nemen aan het NPP. Dit betrof personen <25 jaar oud, transgenders en genderdiverse personen, sekswerkers, personen zonder zorgverzekering, en migranten uit lage- en middeninkomenslanden.
Deze studie had het doel om te beoordelen in hoeverre geprioriteerde en niet-geprioriteerde subpopulaties die deelnamen aan het NPP in Amsterdam baat hadden bij PrEP voor hiv-preventie. Dit werd onderzocht door hun soa- en hiv-incidentie tijdens het gebruik van PrEP te monitoren en te vergelijken. Ook de uitval en terugkomst in PrEP-programma’s werd onderzocht.
Uit de resultaten blijkt dat de hiv-incidentie tijdens het gebruik van PrEP laag was in zowel de geprioriteerde als de niet-geprioriteerde groep. De soa-indicentie was hoger bij bijna alle geprioriteerde groepen in vergelijking met de niet-geprioriteerde groep, behalve bij transgenders en genderdiversen. Verder hadden alle geprioriteerde groepen vaker uitval uit PrEP-zorg dan de niet-geprioriteerde groepen. De uitvallers afkomstig uit lage- en midden-inkomenslanden kwamen vaker opnieuw terug in de PrEP-zorg dan de uitvallers afkomstig uit hoge-inkomenslanden. Uitval bij personen uit hoge-inkomenslanden komt vaak door een lagere ervaren kans op hiv, bijvoorbeeld door veranderd seksueel gedrag, en is daarom niet per se onwenselijk. Echter geven de bevindingen uit deze studie inzichten in de uitdagingen bij het behouden van geprioritiseerde groepen in gesubsidieerde PrEP-programma’s.
Het NPP eindigde in augustus 2024 en sindsdien is de toegang tot PrEP in Nederland aanzienlijk veranderd. De reguliere prijs voor PrEP is hoger dan in het NPP en de tabletten kunnen enkel bij een apotheek verkregen worden, waarbij persoonsgegevens geregistreerd moeten worden. Hierdoor is PrEP niet meer laagdrempelig beschikbaar. De auteurs benadrukken dat PrEP aanbieders maatregelen moeten treffen om de toegang tot PrEP beter te regelen. Het is van belang dat gerichte interventies worden ingezet om barrières tot PrEP-zorg te verminderen en het (voortzetten van) PrEP-gebruik te faciliteren.

13 november
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
14 november
18 november
19 november
Landelijk GHOR Congres – Onze veiligheid in de zorg van morgen!?
‘s-Hertogenbosch
19-21 november
ESCAIDE – Scientific Conference
Warschau
20 november
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
27 november
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
1 december
4 december
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
11 december
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
18 december
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de CAPI nieuwbrief! In deze editie vind je de call for abstracts voor het CAPI Symposium én de aankondiging van een nieuw initiatief: de Spread the Science Award. Ook maak je kennis met het CAPI onderzoek over het inwinnen van reisadvies van Iris Scholte. Verder kun je je aanmelden voor het aankomende CAPI Café over inclusief en participatief onderzoek en blikken we terug op de laatste CAPI Academy. Verder hebben we in deze nieuwsbrief weer een nieuwe quizvraag, een update van recent gepubliceerde literatuur, en een bijgewerkte kalender. Veel leesplezier!

Zoals eerder aangekondigd, organiseert het Consortium van Academische werkplaatsen Publieke Gezondheid – Infectieziekten de derde editie van het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis op dinsdag 27 januari 2026. Ook ditmaal staat het symposium in het teken van infectieziekte-onderzoek uitgevoerd door én voor GGD’en.
Heb jij via een GGD en/of academische werkplaats publieke gezondheid een infectieziekte-onderzoek uitgevoerd? Dan nodigen we je van harte uit om jouw onderzoek in te dienen en de resultaten te presenteren op het CAPI Symposium! Er is ruimte voor presentaties van onderzoek op het gebied van algemene infectieziektebestrijding, reizigersadvisering, seksuele gezondheid, TBC, en pandemische paraatheid.
Via onderstaande button kun je tot en met vrijdag 14 november 2025 een abstract van jouw onderzoek indienen.
Er kunnen enkel onderzoeken worden ingediend waarvan op de dag van het symposium resultaten gepresenteerd kunnen worden.
CAPI gelooft dat praktijkgericht onderzoek écht impact maakt als de resultaten landen op de juiste plek. Daarom introduceren we op het komende CAPI Symposium op 27 januari 2026 iets nieuws: de Spread the Science Award!
Heb jij infectieziekte-onderzoek gedaan én actief werk gemaakt van het delen van je resultaten met (zorg)professionals, burgers, en andere betrokkenen? En vind je het leuk om anderen te inspireren met jouw aanpak? Dan willen wij jou in het zonnetje zetten! ????

Of je nu folders hebt gemaakt, video’s hebt gedeeld, of een webinar hebt georganiseerd: als je jouw resultaten actief hebt verspreid, dan kun jij kans maken op een plek op ons grote podium tijdens het CAPI Symposium om jouw aanpak voor kennisdeling te pitchen. Het publiek bepaalt de winnaar, die naar huis gaat met de Spread the Science Award. De prijs? Een cheque voor een nationaal congresbezoek! Benieuwd naar de procedure? Klik op onderstaande button voor meer informatie!
Mijn naam is Iris Scholte en ik ben junior onderzoeker infectieziektebestrijding bij GGD Hollands Midden. Door verschillende stages tijdens mijn master in Biomedical Sciences ben ik enthousiast geworden over publieke gezondheid, onderzoek en infectieziekten.

Mijn onderzoek richt zich op de beweegredenen van reizigers om wel of geen reisadvies op te zoeken voor reizen met een Europese bestemming. Op de reizigersafdeling van GGD Hollands Midden zagen we in 2024 dat minder dan 2% van de bezoekers die langskwamen voor reisadvies dit deden voor een Europese bestemming. Voor verre reizen zoals naar Azië of Zuid-Amerika wordt vaak wel gedacht aan reisadviezen, maar reizigers naar landen zoals Roemenië en Albanië denken daar niet altijd aan, terwijl voor die landen ook vaccinaties en hygiënemaatregelen worden aangeraden. Daarnaast zijn er ook nog landen waar de te nemen maatregelen afhangen van de reiziger zelf – denk bijvoorbeeld aan iemand met een kwetsbare gezondheid – of van de activiteiten die tijdens de reis worden ondernomen, zoals een langdurige vakantie in bosrijk gebied waardoor mensen meer risico lopen op tekenbeten.
Aan de hand van interviews met reizigers willen we onderzoeken wat bevorderende en belemmerende factoren zijn voor hen om reisadvies in te winnen. Hiervoor gaan we zowel reizigers die wel reisadvies hebben opgezocht interviewen als reizigers die dit niet hebben gedaan. Met deze informatie hopen we reizigers die zich niet bewust zijn van reis-gerelateerde infectieziekterisico’s in Europa maar wel risico lopen, in de toekomst beter te bereiken.
Verder ben ik in mijn vrije tijd graag bij familie en vrienden. Ik lees graag – en doe dat ook veel tijdens mijn reistijd van Amersfoort naar de GGD in Leiden. Ook vind ik buiten zijn heerlijk; of het nou een rondje hardlopen in de buurt is, een wandelweekend in het buitenland of lekker in de moestuin.
Je bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende hybride CAPI Café op dinsdag 28 oktober van 12:00-13:00 uur bij GGD Gelderland-Zuid! Tijdens dit café duiken we met dr. Tessa van Loenen, senior onderzoeker bij het Radboudumc, in het thema ‘inclusief en participatief onderzoek’. Hoe maak je onderzoek écht inclusief, en kan dat wel? In dit café bespreken we waarom het belangrijk is om onderzoek inclusiever te maken, welke aandachtspunten en valkuilen er zijn, en hoe je participatieve methoden kunt toepassen in je eigen praktijk. Je krijgt praktische handvatten om je onderzoek nog inclusiever in te richten, van het betrekken van deelnemers bij het onderzoeksontwerp tot het omgaan met praktische en ethische aspecten.
Het CAPI Café is geaccrediteerd voor artsen, verpleegkundigen, en deskundigen infectiepreventie.
Ben jij er ook bij? Meld je dan aan via onderstaande button! Je kunt het CAPI Café online bijwonen of fysiek deelnemen bij GGD Gelderland-Zuid.
… het RIVM budget beschikbaar stelt voor vier onderzoeksprojecten op het thema ‘vaccineren en doelgroepen’? Projectaanvragen kunnen zich richten op: (1) vertrouwen opbouwen; (2) gevoelsaspecten; (3) kennis over (verspreiding van informatie in) de doelgroep(en); (4) effectiviteit van initiatieven die de toegankelijkheid tot vaccineren vergroten. Per aanvraag kan 50.000 tot 70.000 euro worden aangevraagd. De deadline voor het indienen van een projectaanvraag is vrijdag 7 november 2025. Klik hier voor meer informatie over deze subsidie-oproep.
Hoe schrijf je een sterk abstract, dat duidelijk in elkaar steekt en voldoet aan de woordenlimiet? Waar moet je op letten tijdens het schrijfproces, en welke valkuilen kun je beter vermijden? Tijdens de afgelopen CAPI Academy gaf dr. Anja van der Schoor, postdoc-onderzoeker bij AWPG Lumens, handige inzichten en schrijftips.
In deze interactieve workshop nam ze ons stap voor stap mee in het schrijfproces. Daarbij kwamen verschillende elementen aan bod, zoals de opbouw van een goed abstract, de aanbevolen schrijfstijl, en de onmisbare onderdelen die in een abstract thuishoren. Aan de hand van een voorbeeld abstract konden deelnemers experimenteren met de do’s en don’ts van het schrijven van een abstract. Vervolgens dingen de deelnemers in kleine groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ieders abstract werd aandachtig bestudeerd en er werd actief feedback gegeven. Bedankt aan alle deelnemers voor deze waardevolle, enthousiaste, sessie!
Ga jij binnenkort ook een abstract schrijven en kun je wel wat praktische handvatten gebruiken? Bekijk dan hier de factsheet, die de belangrijkste tips samenvat!

In de vorige editie van de nieuwsbrief vroegen we welke infectieziekte het vaakst wordt gediagnosticeerd bij teruggekeerde Nederlandse reizigers in de meldingsplichtige surveillance. Het juiste antwoord was “Shigellose”!
De quizvraag van deze nieuwsbrief gaat over het schrijven van abstracts.
Welke van de onderstaande uitspraken over het vermelden van statistische resultaten in een abstract is correct?
Welkom bij onze literatuurupdate van oktober! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.
In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.
Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 18 artikelen toegevoegd.
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl

16 oktober
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives
21 oktober
ECDC Webinar
13.00-14.00 CET – The role of behavioural science and AI for infectious disease control
28 oktober
CAPI Café – Inclusiviteit bij onderzoek
12:00 – 13:00
30 oktober
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
6 november
Symposium Klimaatadaptatie en Infectieziekten
13:00-17:00 – Rotterdam
6 november
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
7 november
Deadline indiening projectaanvragen RIVM
Thema vaccineren en doelgroepen
12-14 november
13 november
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
14 november
19 november
Landelijk GHOR Congres – Onze veiligheid in de zorg van morgen!?
‘s-Hertogenbosch
19-21 november
ESCAIDE – Scientific Conference
Warschau
20 november
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
27 november
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Zoals eerder aangekondigd organiseert het Consortium van Academische werkplaatsen Publieke Gezondheid – Infectieziekten de derde editie van het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis op dinsdag 27 januari 2026. Ook ditmaal staat het symposium in het teken van infectieziekte-onderzoek uitgevoerd door én voor GGD’en.
Heb jij via een GGD en/of academische werkplaats publieke gezondheid een infectieziekte-onderzoek uitgevoerd? Dan nodigen we je van harte uit om jouw onderzoek in te dienen en de resultaten te presenteren op het CAPI Symposium! Er is ruimte voor presentaties van onderzoek op het gebied van algemene infectieziektebestrijding, reizigersadvisering, seksuele gezondheid, TBC, en pandemische paraatheid.
Via onderstaande button kun je tot en met vrijdag 14 november 2025 een abstract van jouw onderzoek indienen.
Mochten er meer abstracts worden ingediend dan er ruimte is om te presenteren, dan zullen wij een keuze maken welke onderzoeken gepresenteerd kunnen worden. Hierbij houden we rekening met een zo gelijk mogelijke verdeling van GGD-regio’s, academische werkplaatsen en onderzoeksthema’s.
???? Dit jaar presenteert CAPI een nieuw onderdeel van het Symposium: de Spread the Science Award!
Heb jij infectieziekte-onderzoek gedaan én actief werk gemaakt van het delen van je resultaten met (zorg)professionals, burgers, en andere betrokkenen? En vind je het leuk om anderen te inspireren met jouw aanpak? Als je jouw resultaten actief hebt verspreid, lees dan hier snel verder!
Welkom terug bij de CAPI nieuwbrief! We hopen dat jullie een hele fijne zomer hebben gehad. We beginnen het academische jaar met een goed gevulde nieuwsbrief vol leuke kennis, aankomende evenementen, en meer! In deze na-zomereditie nodigen we jullie graag uit voor het volgende CAPI Café dat gaat over inclusiviteit bij onderzoek. Ook maak je kennis met PhD kandidaat Bodine Huffels en haar onderzoek naar teststrategieën van het centrum seksuele gezondheid en lees je over een onlangs gepubliceerd CAPI onderzoek over scabiës. Verder kun je nog een laatste plekje bemachtigen voor de CAPI Academy over het schrijven van een abstract, vind je een uitdagende quizvraag, staat er weer een publicatie in de spotlight, én hebben we aankomende evenementen op gebied van infectieziekten voor je gebundeld in de kalender. Heel veel leesplezier!
Je bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende hybride CAPI Café op dinsdag 28 oktober van 12:00-13:00 uur bij GGD Gelderland-Zuid! Tijdens dit café duiken we met dr. Tessa van Loenen, senior onderzoeker bij het Radboudumc, in het thema ‘inclusief en participatief onderzoek’. Hoe maak je onderzoek écht inclusief, en kan dat wel? In dit café bespreken we waarom het belangrijk is om onderzoek inclusiever te maken, welke aandachtspunten en valkuilen er zijn, en hoe je participatieve methoden kunt toepassen in je eigen praktijk. Je krijgt praktische handvatten om je onderzoek nog inclusiever in te richten, van het betrekken van deelnemers bij het onderzoeksontwerp tot het omgaan met praktische en ethische aspecten.
Het CAPI Café is geaccrediteerd voor artsen, verpleegkundigen, en deskundigen infectiepreventie.
Ben jij er ook bij? Meld je dan aan via onderstaande button! Je kunt het CAPI Café online bijwonen of fysiek deelnemen bij GGD Gelderland-Zuid.
Mijn naam is Bodine Huffels, ik woon in Amsterdam en heb een achtergrond in gezondheidswetenschappen. Tijdens mijn master heb ik twee wetenschappelijke stages gedaan, waarin ik enthousiast ben geworden over onderzoek. Nu ben ik eerstejaars PhD-student bij het Centrum Seksuele Gezondheid (CSGez) van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Mijn promotieonderzoek richt zich vooral op het evalueren van alternatieve test- en preventiestrategieën binnen de soa-zorg.

Mijn eerste project richt zich op pre-expositieprofylaxe (PrEP) voor hiv in de regio Rotterdam-Rijnmond. PrEP is essentieel in hiv-preventie en zeer effectief bij goede therapietrouw. Echter, therapietrouw kan worden belemmerd door barrières, zoals de kosten van PrEP. Hoewel bij het CSGez PrEP-zorg – waaronder soa-testen – voor sleutelpopulaties gratis is, moeten cliënten zelf PrEP-pillen aanschaffen bij de apotheek. De prijs voor PrEP varieert van €16 tot €60. Voor sommigen zijn deze kosten helaas te hoog.
Om PrEP toegankelijker te maken heeft het CSGez Rotterdam-Rijnmond PREP2PEER opgezet (PREP2PEER | ggdrotterdamrijnmond.nl). PREP2PEER is een fonds dat mensen ondersteunt die PrEP niet kunnen kopen via de apotheek. Om de impact van dit fonds te vergroten en meer mensen te ondersteunen, worden PrEP-cliënten actief betrokken. Tijdens hun PrEP-consult wordt hen gevraagd of zij een financiële bijdrage aan het fonds willen doen.
Mijn onderzoek evalueert het PREP2PEER-initiatief. Daarbij staat de bereidheid tot het doen van een donatie, (economische) haalbaarheid, duurzaamheid (bv. of mensen meerdere donaties doen over tijd) en algemene acceptatie centraal. We onderzoeken hierbij ook welke factoren, zoals demografisch en sociopsychologisch, van invloed zijn.
Het PREP2PEER-project is halverwege juli begonnen en duurt 1 jaar. Uit de eerste resultaten blijkt dat iets minder dan een derde van de PrEP-cliënten een donatie doet. De eerste 50 tot 60 ingevulde vragenlijsten laten zien dat mensen overwegend positief zijn over het initiatief. Wel wordt er kritiek geuit op het Nederlandse beleid omtrent de eigen bijdrage voor PrEP.
De volgende editie van de online CAPI Academy gaat over het schrijven van een abstract en staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor, onderzoeker bij awpg Lumens, handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die zeer binnenkort wordt uitgezet!
De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.
De Academy zit bijna vol! Wil jij een van de laatste plekken bemachtigen? Meld je dan snel aan via onderstaande button!
Saskia van der Boor en collega-onderzoekers van AWPG AMPHI publiceerden onlangs het artikel ‘X’. Wij feliciteren alle auteurs met deze mooie prestatie! Hieronder lees je een samenvatting van het artikel. Meer weten? Bekijk hier het volledige artikel.

Schurft is bezig met een opvallende comeback in Nederland en andere hoge-inkomenslanden. De huidziekte, die jarenlang relatief zeldzaam was, rukt op—maar aangezien schurft in de meeste gevallen geen meldingsplichtige aandoening is, ontbreken precieze cijfers. De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt bij schurftklachten – maar wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk? Deze studie brengt de impact van de stijgende zorglast door schurft in kaart.
Voor dit onderzoek werden gegevens van vijf huisartsenpraktijken onderzocht, met in totaal bijna 40.000 ingeschreven patiënten, om de stijging van schurft in kaart te brengen. We vergeleken de periode met lage incidentie (2014–2020) met de recente piekjaren (2021–2023). Daarbij keken we naar het aantal schurftgerelateerde episodes, hoe snel patiënten naar de huisarts gingen, hoe snel artsen de diagnose stelden én hoeveel zorg er nodig was.
Het aantal schurftgevallen nam fors toe, vooral onder vrouwen en jongeren tussen 17-25 jaar oud. Ook de werkdruk liep op. Het aantal consulten zonder behandeling of vervolgactie van de huisarts daalde, terwijl voorschriften voor behandeling en verwijzingen juist toenamen. Daarentegen werden patiënten iets sneller gezien én wisten huisartsen de diagnose vaker bij het eerste consult te stellen.
Deze stijging in schurftgerelateerde zorg legt een flinke druk op de eerstelijnszorg. Huisartsen en publieke gezondheidsdiensten en zullen beter moeten samenwerken om verdere verspreiding te voorkomen. Vroege herkenning, snelle behandeling en goede samenwerking tussen zorg en beleid zijn daarbij cruciaal om de uitbraak te onderdrukken.

In de vorige editie van de nieuwsbrief vroegen we wat een belangrijke reden is dat AMR moeilijk onder controle te krijgen is op internationaal niveau. Het juiste antwoord, “landen hebben verschillende regels en protocollen rondom antibioticagebruik en infectiepreventie”, werd door 66% van onze lezers goed gekozen!
In deze editie hebben we een uitdagende quizvraag om het academische jaar af te trappen. De koffers worden weer uitgepakt… maar soms reizen er ook ziekteverwekkers mee terug naar Nederland. Welke infectieziekte wordt het vaakst gediagnosticeerd bij teruggekeerde Nederlandse reizigers in de meldingsplichtige surveillance?
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel: ‘How did Moroccan immigrants in the Netherlands decide with regard to their COVID-19 vaccine uptake? An exploratory qualitative study’ uit, dat is geschreven door Nora Hamdiui, Marion de Vries, Mart Stein, Rik Crutzen, Putri Hintaran, Maria van den Muijsenbergh, en Aura Timen.
Hoewel de COVID-19 vaccinatiegraad in Nederland tijdens de COVID-pandemie vrij hoog was, waren er wel aanzienlijke verschillen tussen gemeenschappen. Zo bleek gedurende de vaccinatiecampagne dat onder mensen met een Marokkaanse migratie-achtergrond de vaccinatiegraad aanzienlijk lager was. Juist onder deze gemeenschap zag men ook een relatief hoger aantal overlijdens door COVID-19, wat de lagere vaccinatiegraad extra zorgwekkend maakte. Daarom is onderzoek gedaan naar het vaccinatiebesluitvormingsproces én het proces van vaccinatie-intentie tot vaccinatie-uptake bij Marokkaanse immigranten in Nederland.
Op basis van 29 interviews met Marokkaanse immigranten in Nederland (eerste of tweede generatie, 16 jaar en ouder) is retrospectief onderzocht hoe zij hun besluitvorming rondom COVID-19-vaccinatie hebben ervaren en vormgegeven.
In plaats van vaccinatie te beschouwen als een collectieve verantwoordelijkheid om de pandemie te bestrijden, zoals vaak werd gecommuniceerd door de overheid, bleek het voor veel respondenten vooral een persoonlijke afweging van risico’s (van de ziekte en het vaccin).
Deze afweging om zich wel of niet te laten vaccineren werd beïnvloed door zorgen over bijwerkingen, religieuze overtuigingen en de mening van familie en vrienden. Informatie kwam uit uiteenlopende bronnen, waaronder informele bronnen zoals sociale media en WhatsApp-berichten, die regelmatig in contrast stonden met formele berichtgeving. Ook hadden deelnemers het gevoel dat de formele bronnen niet transparant waren over onzekerheden en mogelijke nadelen van het vaccin. Dit leidde tot onzekerheid en wantrouwen. Veel deelnemers stelden hun beslissing uit en wachtten af hoe anderen reageerden op het vaccin. Twijfel speelde een centrale rol. Deelnemers voelden zich soms onder druk gezet door campagnes die weinig ruimte boden voor vragen of nuance. In plaats van weerstand tegen vaccinatie was er vooral behoefte aan betrouwbare, toegankelijke en eerlijke informatie die ruimte laat voor vragen en persoonlijke overwegingen.
De auteurs pleiten voor communicatie die aansluit bij de leefwereld van diverse gemeenschappen. Dat vraagt om meer dan alleen het vertalen van informatie: het vereist aandacht voor culturele context, religieuze waarden en de invloed van informele netwerken. Vertrouwen opbouwen begint bij het erkennen van twijfels en het serieus nemen van individuele zorgen. Daarbij is het essentieel om, ook buiten crisissituaties zoals pandemieën, actief samen te werken met sleutelfiguren en organisaties binnen de gemeenschap – zoals moskeeën en buurthuizen – om informatie over (nieuwe) vaccinaties toegankelijk en betrouwbaar over te brengen.
Meer weten over dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

4 september
NVIB-webinar
13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives
11 september
Congres Mythen, Missers, Maatwerk + Meesterwerk – Infectieuze Bedreigingen
Hotel en congrescentrum de ReeHorst, Ede
12 september
NVIB Webinar
13:00 – 14:00 – In gesprek met Christian Hoebe en Jeannine Hautvast over het begeleiden van onderzoekers
12 september
RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl
23 september
CAPI Academy
Schrijven van een abstract – 14:00u – 16:00u
25 september
EPI Masterclass
RIVM – 12:30u – 13:30u
Onderwerp volgt
29 september
Congres
Nationaal Congres Preventie & Gezondheid
2 oktober
PDPC Congres – Navigeren door crises – Data en besluitvorming in
onzekere tijden
Postillion Hotel & Convention Centre WTC Rotterdam
9 oktober
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
28 oktober
CAPI Café – Inclusiviteit bij onderzoek
12:00 – 13:00
30 oktober
RIVM – online EPI Masterclass
12:30-13:30 – onderwerp volgt
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de laatste editie van de CAPI nieuwsbrief voor de zomervakantie! Leuk dat je meeleest. In deze editie vind je de save the date voor het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis 2026. Ook maak je kennis met het onderzoek van CAPI PhD kandidaat Thomas Emonds over vaccinatiebesluitvorming, kun je je aanmelden voor de CAPI Academy over het schrijven van een abstract, en vertelt CAPI onderzoeker Maarten de Jong over het WaterMicro 2025 congres. Daarnaast vind je een oproep voor de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’, waarin onderzoekers vertellen over de implicaties van hun bevindingen voor de praktijk. Verder hebben we weer een tweemaandelijkse literatuurupdate, een uitdagende quizvraag én een geactualiseerde kalender. Veel leesplezier en een hele fijne zomer gewenst!
Met veel enthousiasme kondigen we de derde editie aan van het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis. Ook deze keer staat het symposium volledig in het teken van infectieziekte-onderzoek uitgevoerd door én voor GGD’en. Zet 27 januari 2026 alvast in je agenda!
Voor wie: Zowel medewerkers van de teams Infectieziektebestrijding, Reizigersadvisering, Seksuele Gezondheid, Tuberculosebestrijding en Onderzoek als medewerkers van AWPG – Infectieziekten en andere geïnteresseerden zijn van harte welkom
Kosten: Er zijn geen kosten verbonden aan deelname aan het CAPI Symposium.
Accreditatie: Wordt aangevraagd voor artsen, verpleegkundigen en deskundigen infectiepreventie.
Programma: Informatie over het programma zal in het najaar bekend worden gemaakt, maar we kunnen alvast een tipje van de sluier oplichten: we trappen het symposium af met keynote lecture door Prof.dr. Patricia Bruijning, kinderarts en epidemioloog bij UMC Utrecht.
Heb je een onderzoek uitgevoerd en wil je jouw resultaten presenteren? In september volgt de call for abstracts voor GGD en AWPG medewerkers.

Wereldwijd daalt de vaccinatiegraad, waardoor infectieziekten die eerder grotendeels onder controle waren, weer toenemen. Dit vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Een belangrijke mogelijke oorzaak is dat steeds meer mensen twijfelen over het nut of de veiligheid van vaccinaties; een verschijnsel dat vaak wordt aangeduid als vaccinatietwijfel (vaccine hesitancy).
Hoewel de term veel wordt gebruikt, ontbrak het lange tijd aan een duidelijke en eenduidige wetenschappelijke definitie, waardoor het lastig was om goed onderzoek te doen naar de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag.
Een recent systematisch literatuuronderzoek (systematic review) heeft deze inconsistentie in de conceptualisering van vaccinatietwijfel in kaart gebracht en stelt een heldere definitie voor: vaccinatietwijfel als een psychologische staat van besluiteloosheid. Hierdoor is het nu wel mogelijk om de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag zorgvuldig te onderzoeken. Gebaseerd op die definitie, is het doel van ons onderzoek om de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag te onderzoeken middels een systematische review en een meta-analyse.
Uit de systematische review blijkt dat bij 95 geselecteerde studies, die de strikte definitie van vaccinatietwijfel hanteren, sprake is van aanzienlijke variatie in hoe vaccinatiegedrag wordt gedefinieerd, met name wat betreft de volledigheid en tijdigheid van vaccinatie. Deze bevinding leidde tot de ontwikkeling van vier overkoepelende definities van vaccinatiegedrag, als noodzakelijke stap om de geïncludeerde studies beter vergelijkbaar te maken om de latere meta-analyse te kunnen uitvoeren.
Voor de meta-analyse hebben we ruwe data opgevraagd bij alle auteurs van de review, waarvan in 16 gevallen de gegevens werden verkregen. Momenteel analyseren we de correlatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag, en onderzoeken we welke factoren deze relatie beïnvloeden. Voorlopige resultaten wijzen, zoals verwacht, op een negatieve samenhang tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag.
Persoonlijke achtergrond wetenschap en onderzoek
Mijn naam is Thomas Emonds en ik ben werkzaam als promovendus bij de academische werkplaats AMPHI en de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc Nijmegen. Mijn promotietraject richt zich op vaccinatietwijfel en het besluitvormingsproces rondom vaccinatie. Ik heb een achtergrond in consumentenpsychologie en gedragswetenschappen. Tijdens de start van mijn studies was ik vooral gefascineerd door het economische beslissingsgedrag van mensen. Gaandeweg is mijn interesse echter verschoven naar het bredere vraagstuk van hoe onderzoek naar menselijk gedrag kan bijdragen aan het verbeteren van het welzijn van individuen. Wat me aanspreekt in het doen van onderzoek is de verantwoordelijkheid om iets nieuws en onbekends te ontdekken over menselijk gedrag. Het biedt mij de kans om complexe vraagstukken te doorgronden en deze op een heldere manier over te brengen, terwijl ik intensief samenwerk met collega’s die dezelfde passie delen.
De volgende editie van de online CAPI Academy staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Deze keer staat het schrijven van een abstract centraal – een belangrijke vaardigheid voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke publicaties en een abstract willen indienen voor een congres of symposium.
Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor van awpg Lumens handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die na de zomervakantie volgt!
De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.
Er is nog een beperkt aantal plekken vrij voor deze Academy. Wil jij erbij zijn? Meld je dan snel aan via onderstaande button!
CAPI PhD-kandidaat Maarten de Jong doet onderzoek op het gebied van rioolwatersurveillance en was mede-organisator van het internationale WaterMicro congres 2025 dat in juni plaatsvond in Amersfoort. Maarten vertelt: WaterMicro is hét tweejaarlijkse congres waar alle experts op het gebied van watermicrobiologie en gezondheid wereldwijd naar uitkijken. Tijdens deze editie werd opnieuw duidelijk hoe sterk de verschillende wetenschappelijke disciplines met elkaar beginnen te verweven. Waar ik normaal gesproken vooral infectieziekte-epidemiologiecongressen bezoek, liet dit congres zien dat water- en infectieziektengerelateerde onderwerpen elkaar steeds vaker tegenkomen.

Diezelfde ontwikkeling zie ik ook bij andere congressen, zoals ESCAIDE, waar rioolwatersurveillance steeds meer aandacht krijgt. Het was ontzettend leerzaam en waardevol voor mijn netwerk om zes dagen lang met dé internationale experts te spreken over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van rioolwatersurveillance. Wat zijn de meest recente methoden voor monstername? Welke innovaties zijn er op analysegebied? En vooral: hoe kunnen we onderzoeksresultaten beter toepassen in de praktijk? Over dat laatste onderwerp werd ik vaak aangesproken — veel deelnemers hadden mijn poster en praatje gezien over de toepasbaarheid van rioolwatersurveillance, en het bleek dat er grote behoefte was aan zo’n overzicht.
Maarten maakte niet alleen deel uit van het organisatiecommitée, maar had ook een grote inhoudelijke bijdrage, met onder andere presentaties over gerichte rioolwatersurveillance bij uitbraken, paneldiscussies en een workshop over hoe om te gaan met infectiegevaar in een warmer wordende wereld. Wij feliciteren Maarten met deze mooie prestatie!

In de vorige nieuwsbrief vroegen we waar de afkorting MeSH voor staat in PubMed. Het juiste antwoord is: Medical Subject Headings. 85% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, gaf het juiste antwoord!
De quizvraag van deze nieuwsbrief gaat over antimicrobiële resistentie (AMR), wat ook wel de ‘stille pandemie’ wordt genoemd. Hoewel wordt voorspeld dat AMR in de komende 25 jaar verantwoordelijk zal zijn voor zo’n 39 miljoen sterfgevallen wereldwijd, blijft het probleem grotendeels buiten het publieke bewustzijn. Juist daarom is het van cruciaal belang om nu in actie te komen – voordat deze onzichtbare dreiging uitgroeit tot de volgende grote gezondheidscrisis.
Wat is een belangrijke reden dat AMR moeilijk onder controle te krijgen is op internationaal niveau?
Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze resultaten zich naar de dagelijkse praktijk binnen de GGD? In deze rubriek gaan we op zoek naar voorbeelden. We brengen recent uitgevoerde studies onder de aandacht die niet alleen wetenschappelijk waardevol zijn, maar ook direct toepasbaar in het veld.
Heb jij onderzoek gedaan dat een brug slaat tussen wetenschap en praktijk? Werk jij aan een studie die relevant is voor de dagelijkse praktijk van de infectieziektebestrijding, of ken je een goed voorbeeld waarin onderzoeksresultaten al met succes zijn geïmplementeerd?
Neem dan contact met ons op via info@capi-consortium.nl, en misschien verschijnt jouw bijdrage wel in één van onze volgende nieuwsbrieven!
Welkom bij onze literatuurupdate van mei! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.
In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.
Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 18 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst.
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl.

14 juli
NVIB-webinar
13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives
11 september
EPI Masterclass
RIVM – 12:30u – 13:30u
Onderwerp volgt
23 september
CAPI Academy
Schrijven van een abstract – 14:00u – 16:00u
25 september
EPI Masterclass
RIVM – 12:30u – 13:30u
Onderwerp volgt
29 september
Congres
Nationaal Congres Preventie & Gezondheid
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de CAPI Nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie blikken we terug op de eerste CAPI Academy én kondigen we de volgende editie aan die gaat over het schrijven van een abstract. Ook stellen we je graag voor aan CAPI programmacoördinator Lynn Eggink, blikken we terug op het CAPI Café over AMR, en vertelt CAPI jaaronderzoeker Martijn Vink over zijn onderzoek naar scabiës diagnostiek bij asielzoekers. Verder hebben we weer een uitdagende quizvraag voor je klaarstaan, zetten we een bijzondere publicatie in de spotlight, en is de kalender weer bijgewerkt. We wensen je veel leesplezier!
De eerste editie van de CAPI Academy stond in het teken van literatuur zoeken in PubMed en was een groot succes! In een interactieve workshop door informatiespecialist dr. Mitch van Hensbergen hebben de enthousiaste deelnemers waardevolle strategieën geleerd om systematisch literatuur te zoeken in PubMed. De sessie was dynamisch en leerzaam, waarbij volop ruimte was voor vragen en discussie. Ga jij aan de slag met het zoeken van literatuur in PubMed? Klik dan hier om gebruik te maken van een handig zoekplan van de Radboud Universiteit!
De volgende editie van de online CAPI Academy staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Deze keer staat het schrijven van een abstract centraal—een belangrijke vaardigheid voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke publicaties en een abstract willen indienen voor een congres of symposium.
Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor van awpg Lumens handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die na de zomervakantie volgt!
De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Wil jij deelnemen aan deze CAPI Academy? Meld je dan aan via onderstaande link. Wees er snel bij, want het aantal plekken is beperkt! Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.
Hoi! Mijn naam is Lynn Eggink en sinds maart 2025 werk ik als programmacoördinator bij CAPI, namens AWPG Lumens. Samen met mijn collega’s houd ik me bezig met het organiseren van het jaarlijkse CAPI-symposium, coördineer ik scholingsactiviteiten zoals de CAPI-academies en cafés, verzorg ik de tweemaandelijkse literatuurupdate en houd ik onze LinkedIn en deze nieuwsbrief bij.

Daarnaast ben ik actief binnen de onderzoeksgroep Infectieziektebestrijding van GGD Haaglanden en GGD Hollands-Midden, vanuit awpg Lumens. Ik ben hier betrokken bij diverse onderzoeksprojecten, draag bij aan de communicatie naar specifieke doelgroepen en ondersteun de onderzoekshelpdesk van de awpg Lumens-website.
Ik krijg energie van organiseren, plannen en mensen in beweging brengen. Wat ik het belangrijkst vind? Dat onderzoek niet op de plank blijft liggen, maar écht iets doet in de praktijk. Hoe zorgen we ervoor dat kennis bijdraagt aan betere zorg en gezondheid, en aansluit bij wat professionals en burgers nodig hebben? Juist dát vraagstuk drijft mij.
Die drive begon tijdens mijn bachelor Gezondheid en Maatschappij in Wageningen, waar ik leerde hoe gezondheid verweven is met gedrag, beleid en maatschappelijke structuren. In mijn master Global Health aan de VU verdiepte ik me in internationale gezondheidsvraagstukken en het verbinden van praktijk en wetenschap – precies wat ik nu met veel plezier in de praktijk breng.
In mijn vrije tijd ben ik vaak onderweg, of het nu voor werk is, een bezoek aan vrienden, of tijd met familie. Ik geniet ervan om nieuwe plekken te ontdekken en nieuwe ervaringen op te doen. Daarnaast blijf ik graag actief met pilates, volleybal, skeeleren etc!. En tenslotte maak je me altijd blij met livemuziek, of het nu een groots festival is of een klassiek concert!

Op 3 juni vond het zesde CAPI Café plaats bij GGD Zuid-Limburg. Deze keer sprak dr. Petra Wolffs, medisch moleculair microbioloog bij Maastricht UMC, over antimicrobiële resistentie (AMR). Ze gaf een diepgaande presentatie over de moleculaire ins en outs van AMR: wat houdt dit fenomeen precies in? Hoe ontstaat het, en hoe verspreidt het zich? Welke mechanismen heeft een bacterie in huis om resistent te zijn? En hoe groot is het wereldwijde probleem? We hebben deze boeiende editie van het CAPI Café beknopt voor je samengevat in een factsheet. Neem een kijkje via onderstaande button!

Martijn Vink, CAPI jaaronderzoeker bij CEPHIR
In het kader van mijn CAPI jaaronderzoek heb ik in het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar scabiës onder asielzoekers. Uit verschillende bronnen was mij al duidelijk geworden dat in asielzoekerscentra scabiës een groeiend en soms moeilijk te controleren probleem is. In mijn onderzoek wilde ik nagaan of de ziekte bij binnenkomst met een aantal gerichte screeningsvragen te detecteren was. Ook wilde ik kijken of er specifieke risicofactoren waren voor de ziekte.

Er was geen relatie met het land van herkomst. Veel asielzoekers lopen de ziekte namelijk op tijdens de vlucht, bv. in vluchtelingenkampen of gevangenissen. Omdat vrouwen in het algemeen kiezen voor minder risicovolle vluchtroutes, hebben zij ook minder vaak scabiës. Van de verschillende geteste (combinaties van) screeningsvragen was de vraag naar ‘nachtelijke jeuk’ het meest sensitief voor de diagnose ‘scabiës’. Asielzoekers met scabiës hadden gemiddeld 4,1 maand klachten voordat de diagnose werd gesteld. In de tussentijd had de ziekte zich vaak naar meerdere lichaamsdelen verspreid.
Onze onderzoeksresultaten gaan wij bespreken met het GZA (Gezondheidszorg Asielzoekers). Ons voorstel is om asielzoekers bij binnenkomst in Nederland gericht te screenen op scabiës. Hiermee voorkom je veel ziektelast en waarschijnlijk veel secundaire infecties in volgende AZC’s.
Ik vond het een voorrecht om dit onderzoek uit te voeren. Ik heb veel geleerd van de interviews met de asielzoekers, ook over de redenen waarom mensen vluchten en de moeilijkheden die zij onderweg tegenkomen. Door de talenkennis van Aziza namen asielzoekers ons snel in vertrouwen. De onderzoeksvoorbereiding duurde lang, ook omdat wij alle partijen ‘aan boord’ moesten krijgen. Het was hierbij essentieel om deze partijen vanaf het begin bij de onderzoeksopzet te betrekken. Door de afnemende asielzoekersinstroom was het moeilijk om te gewenste steekproefgrootte te bereiken. Wij zijn hierdoor langer doorgegaan met de inclusie dan aanvankelijk gepland.

In de vorige nieuwsbrief vroegen we welke factor de specificiteit van een PCR bepaalt. Het juiste antwoord was de sequentie van de primers. Maar liefst 65% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, had het juiste antwoord gegeven! Gefeliciteerd!
In de eerste editie van de CAPI Academy over literatuur zoeken in Pubmed hebben we geleerd hoe je een goede zoekopdracht maakt en hoe je handige functies van PubMed gebruikt, zoals MeSH termen. Maar, waar staat de afkorting MeSH eigenlijk voor in PubMed?
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Infection prevention and control without borders: comparison of guidelines on multidrug-resistant organisms in the northern Dutch-German cross-border region” uit, dat is geschreven door Cansu Cimen, Matthijs S Berends, Mariëtte Lokate, Corinna Glasner, Jörg Herrmann, Erik Bathoorn, Axel Hamprecht, en Andreas Voss.
Bijna 40% van de EU-bevolking woont in een grensregio, waar patiënten regelmatig zorg over de grens zoeken. In het noordelijke Nederlands-Duitse grensgebied (Ems-Dollard gebied) gebeurt dit al jaren intensief, wat ook risico’s meebrengt voor de verspreiding van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO’s), oftwel bacteriën die ongevoelig zijn voor meerdere soorten antibiotica. Omdat BMRO-infecties erg moeilijk te behandelen zijn, nemen ziekenhuizen preventie- en bestrijdingsmaatregelingen bij BMRO’s zoals patiënt-isolatie, extra hygiënemaatregelen, en screening in risicogroepen. Deze maatregelingen zijn opgenomen in nationale protocollen.
Maar hoe zit dit in grensgebieden, bijvoorbeeld in het Ems-Dollard gebied? Deze recente vergelijkende studie brengt opvallende verschillen aan het licht in infectiepreventiemaatregelen (IPC) voor BRMO’s tussen Nederland en Duitsland. De onderzoekers analyseerden zowel nationale richtlijnen als de lokale protocollen van twee academische ziekenhuizen in het Nederlands-Duitse grensgebied; het UMCG in Groningen en het Klinikum Oldenburg in Oldenburg. Opvallend is dat de Nederlandse richtlijnen vaak centraler en strikter zijn, terwijl Duitsland – mede door de federale structuur – juist meer ruimte laat voor lokale invulling.
De studie richtte zich specifiek op richtlijnen rond drie groepen BRMO’s: vancomycineresistente enterokokken (VRE), ESBL-producerende Enterobacterales (ESBL-E) en carbapenemase-producerende Enterobacterales (CPE/CRE). Met behulp van documentanalyse vergeleken de onderzoekers de richtlijnen met betrekking tot de gehanteerde definities (zoals de laboratoriumcriteria om een bacterie als BRMO te classificeren), screeningscriteria, isolatiemaatregelen en uitgangspunten voor het opheffen van isolatie. Ook epidemiologische verschillen werden in kaart gebracht. Zo bleek de prevalentie van VRE in Duitse ziekenhuizen in het Ems-Dollard gebied tot 30 keer hoger dan in Nederlandse, wat deels kan samenhangen met verschillen in screeningsbeleid.
Dit onderzoek benadrukt het belang van goede afstemming bij grensoverschrijdende patiëntenzorg. In grensregio’s zoals de Eems-Dollard is het essentieel dat zorginstellingen elkaar begrijpen en informatie over BRMO-dragers efficiënt uitwisselen. De studie benadrukt dat verschil in definities en richtlijnen – zoals het wel of niet screenen op ESBL-E – dit belemmert. Daarom bevelen de auteurs meer samenwerking en harmonisatie aan, bijvoorbeeld in de vorm van gezamenlijke afspraken of een cross-border labelsysteem. Eerder succes van MRSA-Net heeft aangetoond aan dat zo’n aanpak werkt. GGD’en kunnen hierin een cruciale rol spelen: door zorgnetwerken te verbinden, informatie-uitwisseling te stroomlijnen, gezamenlijk overleg te faciliteren en te zorgen dat infectiepreventie niet stopt bij de grens.
Meer weten over dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

5 juni
Symposium
Gedrag & Pandemieën – RIVM
5-6 juni
WEON congres
Leiden
11 juni
Promotie
Beyond the red lights: Understanding the STI/HIV burden and sexual healthcare needs of home-based and migrant sex workers – Charlotte Peters, AWPG Mosa
12 juni
Masterclass
RIVM EPI Masterclass – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
18 juni
Meet&Greet
Soa Aids Nederland – Utrecht
14 juli
NVIB-webinar
13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij de CAPI nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie vind je de aankondiging voor het komende CAPI Café, waar antimicrobiële resistentie centraal staat. Ook maak je kennis met CAPI jaaronderzoeker Rosa van Hoorn en CAPI programmacoördinator Elfi Brouwers. Daarnaast nieuw in deze editie: de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’, waarin onderzoekers vertellen over de implicaties van hun bevindingen voor de praktijk. Verder hebben we weer een tweemaandelijkse literatuurupdate, een uitdagende quizvraag én een geactualiseerde kalender voor de komende twee maanden. Veel leesplezier!
Op dinsdag 3 juni van 12:00 uur tot 13:00uur vindt het volgende hybride CAPI Café plaats bij GGD Zuid-Limburg! Tijdens deze editie zal dr. Petra Wolffs, medisch moleculair microbioloog bij Maastricht UMC, ons aan de hand van voorbeelden uit de publieke gezondheidszorg meer vertellen over antimicrobiële resistentie (AMR). Wat houdt AMR precies in en hoe vaak komt het eigenlijk voor, wereldwijd en in Nederland? Dr. Petra Wolffs legt uit hoe bacteriën antibioticumresistentie ontwikkelen én besteedt aandacht aan factoren die bijdragen aan de verspreiding van antibioticumresistentie. Ook wordt uitgelegd hoe deze verspreiding kan worden voorkomen. Tot slot wordt besproken hoe de publieke gezondheidszorg bij kan dragen aan het verminderen van verspreiding, aan de hand van voorbeelden van praktijkgericht onderzoek naar AMR.
Ben jij erbij? Meld je dan aan via onderstaande button! Je kunt zowel online als fysiek deelnemen.

Mijn naam is Rosa van Hoorn, ik heb een achtergrond in gezondheidswetenschappen, gericht op infectieziekten en publieke gezondheid en ben bij GGD Haaglanden gaan werken tijdens de COVID-19-pandemie. Daar heb ik meegewerkt aan de monitoring en surveillance van SARS-CoV-2. Al snel merkte ik dat mijn interesse vooral lag bij onderzoek.
Met twee gehonoreerde subsidies – een stimuleringsimpuls pandemische paraatheid via ZonMw en een regioproject gefinancierd door RIVM Cib – zijn we vorig jaar gestart met onderzoek naar testbereidheid tijdens infectieziektenuitbraken onder inwoners van de regio’s Hollands Midden en Haaglanden.
Vanaf januari dit jaar heb ik via CAPI en de AWPG Lumens de mogelijkheid gekregen om verder te werken binnen deze onderzoekslijn en daar ben ik heel blij mee. Naast dat ik bij de GGD Haaglanden werk heb ik ook een gastaanstelling bij de Universiteit Leiden, afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie, wat handig is mbt de samenwerking.
De aanleiding van ons onderzoek is dat GGD’en signaleren dat een test vaker wordt geweigerd, wat zorgelijk is gezien de toenemende dreiging van uitbraken en de dalende vaccinatiegraad. Daarom is de centrale vraag van het onderzoek: welke factoren beïnvloeden de testbereidheid bij een infectieziektenuitbraak?
Via interviews onderzoeken we testbereidheid van inwoners en de onderliggende drijfveren en barrières. We nemen de deelnemers mee in een hypothetische vogelgriepuitbraak die overdraagbaar is van mens-op-mens. De informatie die we uit de interviews halen is van groot belang om bij een toekomstige infectieziekte uitbraak beter te kunnen inspelen op de behoeften en wensen van de inwoners. Op deze manier dragen we bij aan een aanpak op maat voor testen tijdens toekomstige uitbraken. Binnenkort starten we ook een kwantitatieve vervolgstudie naar testbereidheid tijdens bron- en contactonderzoek.
In mijn vrije tijd ben ik graag met mijn gezin, familie of vrienden. Ik vind het leuk om zelf kleding te maken, te koken/bakken en te lezen. Maar het meest ontspannen word ik van hardlopen in de natuur. Ik heb in februari dit jaar mijn eerste trailmarathon gelopen in de omgeving van Noordwijk (zie foto).
Mijn naam is Elfi en ik ben een van de vijf programmacoördinatoren van CAPI, vanuit de AWPG Mosa. Sinds de oprichting in 2023 ben ik met veel plezier aan het werk binnen het Consortium en betrokken als programmacoördinator en secretaris. Mijn hoofdtaken zijn afstemming met de andere 4 AWPG’en op het gebied van juridische zaken als samenwerkingsovereenkomsten opstellen, vragen bij alle GGD’en ophalen, zorgen dat processen blijven lopen en ondersteuning van de programmaleiders op allerhande vlak als informatie opvragen over bijv. financiën, personeel, bijdrage aan opleidingen etc.
Naast mijn taken bij CAPI ben ik ook projectcoördinator en onderzoeker/epidemioloog bij AWPG Mosa/ GGD Zuid-Limburg. Daar draag ik bij aan projectondersteuning van alle onderzoekers en hou ik (mede) overzicht op lopende projecten, financiën, personeel, etc., en neem ik deel aan het MT en Coaching en Coördinatie team van onze AWPG.

Ik ben sinds 2003 werkzaam in de GGD wereld en heb diverse functies gehad als verpleegkundige soa-bestrijding, reizigers advisering, tuberculosebestrijding, unithoofd. Daarnaast heb ik als coördinator het Lokaal zorg Arrangement binnen de TBC zorg in Zuid-Limburg, een samenwerkingsverband tussen GGD Zuid-Limburg en het Academisch Ziekenhuis Maastricht (MUMC+) mee vorm gegeven. Naast mijn andere werkzaamheden ben ik bezig met een PhD-traject bij onderzoeksschool CAPHRI bij universiteit Maastricht, vanuit AWPG Mosa. Ik onderzoek het vóórkomen en de risicogroepen van hepatitis B, hepatitis C en hiv. Afgelopen jaren heb ik onderzoek gedaan naar migrantengroepen, gedetineerden in een Limburgse gevangenis en heb ik een studie naar prikaccidenten buiten de ziekenhuissetting gedaan.
Ik heb een superleuke baan: De verbinding mogen maken tussen praktijk, onderzoek en beleid. Ik ben geen wetenschapper uit alleen de boeken. Ik kijk vanuit mijn visie als onderzoeker met een andere blik dan wanneer ik als verpleegkundige kijk. Hierdoor kan ik steeds een mooie combinatie van inzichten in onze projecten meenemen.
Ik ben mama van 2 puberdochters, loop graag hard of wandel met onze hond en ik ga graag iets gezelligs doen met vrienden. Oh ja, ik maak ook nog graag stedentrips en verre reizen. Eigenlijk verveel ik me nooit ????

In de vorige nieuwsbrief vroegen we wat het betekent dat antilichamen tegen het usutuvirus bij kippen na ongeveer 20 weken snel afnemen. Het juiste antwoord was dat personen (of dieren) na ongeveer vijf maanden minder beschermd kunnen zijn tegen een nieuwe infectie door hetzelfde virus. 74% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, had het juiste antwoord gegeven!
In de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’ heb je gelezen over de toepassing van een PCR-test om Hepatitis A te diagnosticeren. De quizvraag voor deze maand is:
Welke factor bepaalt vooral de specificiteit van een PCR, oftewel welk DNA-fragment wordt gekopieerd?
Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze onderzoeksresultaten zich naar de dagelijkse GGD-praktijk? In deze nieuwe rubriek zoomen we in op de praktijkrelevantie van recent uitgevoerde studies uit het werkveld.
Deze maand lees je over de toepassing van feces-PCR, waar onderzoek naar is gedaan door Marloes Stradmeijer, Harry Vennema, Irene Vroom, Diane de Zwart-Slats, Joan Roozemond, Petra Ligthart, Ellen Verspui-van der Eijk en Rosaline van den Berg. Dit onderzoek was een samenwerking tussen GGD Hollands Midden, GGD Zuid-Holland Zuid, en het RIVM.

Feces-PCR: een goede diagnostische optie bij het bestrijden van een hepatitis A-uitbraak in de gehandicaptenzorg
Eind 2023 kregen we in de GGD-regio’s Zuid-Holland Zuid en Hollands-Midden te maken met twee uitbraken van hepatitis A binnen dagopvanglocaties van dezelfde koepelorganisatie voor (meervoudig) gehandicapte kinderen en jongvolwassenen, waarvoor in beide GGD-regio’s een uitbraakonderzoek is uitgevoerd. Gebrekkig hygiënebesef van de cliënten, atypische klachtenpresentatie en intensieve contacten met zorgprofessionals – vaak verspreid over verschillende zorglocaties – zijn bekende risicofactoren voor transmissie van hepatitis A binnen deze doelgroep – factoren die tevens een uitdaging in het uitbraakmanagement van hepatitis A vormen.
Conform de richtlijn werden vaccinaties aangeboden en werd bloedafname voor diagnostiek overwogen, maar dit laatste bleek vaak een drempel bij deze doelgroep van (meervoudig) gehandicapte kinderen/jongvolwassenen, en kon daardoor niet laagdrempelig worden ingezet. De inzet van feces-PCR werd wél laagdrempelig geaccepteerd en was een patiëntvriendelijk alternatief dat ons in staat stelde om snel en gericht maatregelen te treffen. Daarmee droeg het bij aan de beheersing van de uitbraak én het beschermen van deze kwetsbare doelgroep. Het bleek ook een goede keuze te zijn bij contacten buiten de instellingen, zeker omdat een deel van de diagnostiek verricht werd in het belang van de publieke gezondheidszorg en niet in het individuele belang.
Adviezen voor de praktijk
Wanneer je te maken hebt met een hepatitis A-uitbraak in de gehandicaptenzorg of onder kinderen, overweeg dan het inzetten van feces-PCR. Met feces-PCR is diagnostiek mogelijk, ook wanneer bloedafname lastig of niet haalbaar is. Dit vergroot het zicht op de uitbraak en maakt gerichtere bestrijdingsmaatregelen mogelijk. Bovendien kunnen met feces-PCR ook asymptomatische of vroeg geïnfecteerde personen worden opgespoord, wat van grote waarde is bij het indammen van verdere verspreiding.
Welkom bij onze literatuurupdate van mei! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.
In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.
Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 22 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst.
Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl

8 mei
CAPI Academy
Literatuur zoeken in PubMed – 14:00u – 16:00u
8 mei
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u
Changing epidemiology of influenza A(H5) viruses in animals, with implications for human health risks
19-23 mei
Infectiepreventieweek
20 mei
Webinar
RIVM – 12.00u -13.00u
Ervaren pandemische paraatheid in Nederland
20 mei
Webinar
ECDC’s Lighthouse webinar – 13.00 -14.00 CET
Behavioural science in action: Social and behavioural science in outbreak investigation and response
22 mei
Webinar
Regionale Zorgnetwerken AMR – MUIZ in de Praktijk:
Signaleren, Delen, Handelen – 19:00u – 20:30u
22 mei
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
3 juni
CAPI Café
Antimicrobiële resistentie – 12:00u – 13:00u
5 juni
Symposium
Gedrag & Pandemieën – RIVM
12 juni
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
26 juni
Masterclass
EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.
Welkom bij deze lente-editie van de CAPI nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie blikken we terug op het CAPI Café over wet- en regelgeving bij infectieziekteonderzoek, vertelt PhD kandidaat Laura Boogaard over haar onderzoek gericht op de infectielast van arbeidsmigranten en blikken we vooruit op de komende CAPI Academy. Ook stelt CAPI programmacoördinator Jonna Wijburg zich voor, en kun je kennis maken met de nieuwste CAPI publicatie van Daniel Franken. Ook staat er een publicatie in de spotlight van onze tweemaandelijkse literatuurupdate, vind je weer een nieuwe quizvraag en is de kalender bijgewerkt. Kortom: een goed gevulde nieuwsbrief! Veel leesplezier!

Op 11 maart vond het CAPI Café over wet- en regelgeving bij infectieziekte-onderzoek plaats op locatie bij GGD Amsterdam. Tijdens haar overzichtelijke presentatie nam Dr. Marjolein Booij, onderzoekscoördinator bij de afdeling infectieziekten van GGD Amsterdam, ons mee in de verschillende wetten en processen die van belang zijn bij het doen van medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen. Wij hebben de take-home messages van dit CAPI Café voor je op een rijtje gezet. Benieuwd? Klik dan op onderstaande button!
Arbeidsmigratie is de voornaamste reden voor internationale migratie. In Europa is 1 op de 10 werknemers arbeidsmigrant en dit aantal zal blijven stijgen. De verwachting is dat praktisch geschoolde arbeidsmigranten in laagbetaalde sectoren een hogere infectieziektelast en slechtere toegang tot zorg hebben, door factoren gerelateerd aan migratie en een lage sociaaleconomische status. Het doel van dit promotietraject is om het inzicht te vergroten in (determinanten van) infectieziektelast bij praktisch geschoolde arbeidsmigranten in Europa, evenals hun behoefte aan, gebruik van en ervaring met de zorg voor deze infectieziekten.

Hiertoe combineren we kwalitatieve en kwantitatieve methoden. Twee van de kwantitatieve studies focussen op het voorkomen van, risicofactoren voor en verspreiding van COVID-19. Voor de studie die nu loopt werken diverse GGD-en samen om data te verzamelen over meldingsplichtige infectieziekten en gerelateerd zorggebruik bij arbeidsmigranten. Een kwalitatieve studie richt zich op de ervaringen en behoeften van arbeidsmigranten met betrekking tot zorg voor infectieziekten, en op barrières en bevorderende factoren daarin.
Uitgelicht: Binnen dit PhD-traject hebben we een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar infectieziektelast bij praktisch geschoolde arbeidsmigranten die werken in de EU. We zochten in de belangrijkste databases op systematische wijze studies over morbiditeit, mortaliteit en zorggebruik van infectieziekten bij deze doelgroep. Ruim vijftig studies bleken verricht te zijn op dit onderwerp. Het merendeel van de studies richt zich op morbiditeit. De helft betreft studies naar infectieziektelast voor SOA, HIV en hepatitis B en C in sekswerkers. De infectieziektelast voor deze ziekten bleek over het algemeen verhoogd in deze groep arbeidsmigranten. Studies naar COVID-19 bleken ook veel voorkomend, en gericht op arbeidsmigranten in een breder scala aan beroepen, zoals landbouw en industrie. Deze resultaten worden momenteel geanalyseerd.
In de vorige nieuwsbrief kondigden we de eerste editie van de CAPI Academy aan: een online workshop op 8 mei van 14:00 – 16:00 uur, waarin we aan de slag gaan met strategieën om systematisch literatuur te zoeken in PubMed.
We zijn blij dat we in een korte tijd veel aanmeldingen hebben ontvangen! De workshop is inmiddels vol en de inschrijving is gesloten. Je kunt je nog wel aanmelden voor de wachtlijst door te mailen naar info@capi-consortium.nl. Wanneer er een plek vrijkomt, krijg jij als eerste bericht!

CAPI PhD-kandidaat Daniel Franken publiceerde onlangs het artikel: ‘Adherence to stand-by emergency treatment and mosquito protection measures in short-term travellers to moderate malaria risk areas’. Wij feliciteren Daniel en co-auteurs met deze publicatie!
Malaria blijft een bedreiging voor reizigers naar (sub)tropische gebieden. Dit onderzoek beoordeelde de naleving van malariapreventiemaatregelen onder reizigers naar malariagebieden met een matig risico, waaronder het gebruik van stand-by-noodbehandeling (SBET), het zoeken van gezondheidszorg tijdens koorts en maatregelen ter bescherming tegen muggen.
Van de 686 gerekruteerde reizigers vulden er 405 (59%) het dagboek in. Van deze reizigers kreeg 44% vóór de reis een SBET voorgeschreven, hoewel vermoedelijk slechts een klein deel van hen daadwerkelijk op afstand reisde. Geen van de 25 reizigers die koorts rapporteerden, gebruikte het voorgeschreven SBET en vijf zochten medische hulp. Vijfendertig procent van de deelnemers gebruikte DEET en 5% gebruikte een klamboe op ≥75% van de nachten met malariarisico. Een langere reisduur was geassocieerd met een lager DEET-gebruik.
Weinig reizigers met koorts gebruikten SBET of zochten medische hulp, ondanks hun advies vóór de reis. Om kosten en verspilling van medicatie te beperken, zou SBET alleen moeten worden geadviseerd aan reizigers die naar zeer afgelegen gebieden reizen waar medische hulp ontoegankelijk is. Verder onderzoek moet zich richten op de gedragsconcepten die aan deze keuzes ten grondslag liggen.

Mijn naam is Jonna en ik ben een van de vijf programmacoördinatoren van CAPI, vanuit de AWPG CEPHIR. Al anderhalf jaar zet ik me met veel plezier in voor het consortium. Wat ik zoal doe? Samen met mijn collega’s organiseer ik het jaarlijkse CAPI Symposium, coördineer ik het scholingsaanbod – zoals de CAPI Cafés en Academies – en stellen we de tweemaandelijkse literatuurupdate en deze nieuwsbrief samen.
Naast mijn taken bij CAPI ben ik ook junior onderzoeker bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. Daar heb ik onderzoek gedaan naar no-shows bij het Centrum Seksuele Gezondheid. Door middel van statistische analyses bracht ik in kaart welke factoren hierop van invloed zijn, zodat we gerichter kunnen werken aan oplossingen. Daarnaast ben ik betrokken bij projecten over transmissie van orale gonorroe en maternale kinkhoestvaccinatie.
Mijn werk bij zowel CAPI als de GGD sluit helemaal aan bij wat ik belangrijk vind: wetenschap toegankelijk maken en bijdragen aan verbeteringen die direct impact hebben op de samenleving. Dit ontdekte ik al tijdens mijn studie Biomedische Wetenschappen in Bordeaux (Frankrijk), toen ik als gids in een wetenschapsmuseum werkte. Daar werd ik me ervan bewust hoe belangrijk het is om wetenschappelijke kennis op een boeiende manier over te brengen– bij voorkeur al op jonge leeftijd, om zo de kloof tussen wetenschap en maatschappij te verkleinen. Dit motiveerde me om een tweede master te doen: Global Health aan de VU, waarmee ik mijn ambitie verder kon verdiepen.
Ook buiten mijn werk blijft mijn nieuwsgierigheid mij drijven. Ik volg graag nieuwe interessante cursussen (momenteel ‘documentaire maken’!), leer graag talen en reis het liefst avontuurlijk – liftend en wildkamperend, omdat je zo de meest onverwachte mensen, situaties en plekken tegenkomt. Daarnaast ben ik vaak creatief bezig en heb ik misschien iets te veel hobby’s.
Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Sentinel chicken surveillance reveals previously undetected circulation of West Nile virus in the Netherlands” uit, dat is geschreven door Kiki Streng, Nnomzie Atama, Felicity Chandler, Rody Blom, Henk van der Jeugd, Maarten Schrama, Marion Koopmans, Wim van der Poel, en Reina Sikkema.
Surveillance van sentinelkippen onthult eerder onopgemerkte circulatie van West-Nijlvirus in Nederland.
In 2020 werd Nederland voor het eerst geconfronteerd met een uitbraak van het West-Nijlvirus (WNV), terwijl het Usutuvirus (USUV) al sinds 2016 circuleerde. Beide virussen worden vooral door muggen overgedragen en kunnen ernstige ziekten veroorzaken bij vogels en mensen. Vroege detectie en monitoring van deze virussen helpen bij het voorkomen van verdere verspreiding en het nemen van preventieve maatregelen.
Na de ontdekking van WNV in Nederland vroegen wetenschappers zich af of kinderboerderijen konden dienen als stedelijke wachtposten om de verspreiding van deze virussen te monitoren. Kinderboerderijen zijn geschikt voor virusmonitoring omdat ze vaak in stedelijke gebieden liggen en een constante populatie van dieren hebben die regelmatig in contact komen met mensen en andere dieren.
Voor het onderzoek werden gedurende een jaar kippen (n=639) van 36 kinderboerderijen en achtertuinen binnen een straal van 15 kilometer van de uitbraakgebieden bemonsterd. Hun bloed werd onderzocht op antilichamen tegen WNV en USUV. Daarnaast werden ook muggen (n=47) verzameld op de bemonsteringslocaties om hun bloedvoedingsgedrag te beoordelen en te testen of ze drager zijn van de virussen WNV en USUV.
De resultaten waren opvallend: zowel WNV als USUV werden gedetecteerd in de bloedmonsters, zelfs buiten de oorspronkelijke uitbraakgebieden. Dit toont aan dat bemonstering van kinderboerderij-kippen en muggen een waardevolle rol kan spelen in de viruscirculatie monitoring, vooral in stedelijke gebieden.
Hoewel deze studie het belang van innovatieve surveillancemethoden benadrukt en wijst op gezondheidsrisico’s die anders onopgemerkt zouden blijven, is verder onderzoek nodig om de effectiviteit van bemonstering van kinderboerderij-kippen en muggen als monitoringsinstrument volledig te begrijpen.
Meer weten over de resultaten van dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

In de vorige quizvraag vroegen we jullie hoe er binnen de bestrijding van infectieziekten wordt omgegaan met privacy-uitdagingen bij rioolwatersurveillance. Het juiste antwoord, het analyseren en rapporteren van geaggregeerde data op regionaal niveau, werd door 88% van de lezers gekozen.
Welkom bij de quizvraag van deze maand!
In de rubriek ‘Publicatie in de spotlight’ heb je kunnen lezen over de rol van sentinelkippen bij het monitoren van het West-Nijlvirus (WNV). Deze kippen dienen als vroege waarschuwingssystemen voor viruscirculatie en potentiële overdracht naar de mens. Antilichamen spelen een cruciale rol in dit proces, omdat ze het immuunsysteem helpen om virussen te herkennen en te bestrijden.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat de antilichamen tegen het usutuvirus (USUV) bij kippen na ongeveer 20 weken snel afnemen. Wat betekent dit?
Kippen kunnen na ongeveer vijf maanden minder beschermd zijn tegen een nieuwe infectie door hetzelfde virus.
Onderzoek naar antilichamen bij kippen is niet de juiste methode om de circulatie van het virus te monitoren.

8 april
10 april
Webinar
EPI Masterclass CIb RIVM van 12:30-13:30
Using Stepped Care to strategically organize eHealth and promote self-care: experiences from public sexual health care in the Netherlands.
11-15 april
24 april
24 april
Webinar
EPI Masterclass CIb RIVM van 12:30-13:30
(onderwerp volgt)
6 mei
Deadline
Subsidiecall ZonMw Infectieziektebestrijding
8 mei
CAPI Academy
Literatuur zoeken in PubMed
Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.