Menu

Tag Archive: Onderzoek

  1. CAPI Nieuwsbrief – september 2025

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – september 2025

    Welkom terug bij de CAPI nieuwbrief! We hopen dat jullie een hele fijne zomer hebben gehad. We beginnen het academische jaar met een goed gevulde nieuwsbrief vol leuke kennis, aankomende evenementen, en meer! In deze na-zomereditie nodigen we jullie graag uit voor het volgende CAPI Café dat gaat over inclusiviteit bij onderzoek. Ook maak je kennis met PhD kandidaat Bodine Huffels en haar onderzoek naar teststrategieën van het centrum seksuele gezondheid en lees je over een onlangs gepubliceerd CAPI onderzoek over scabiës. Verder kun je nog een laatste plekje bemachtigen voor de CAPI Academy over het schrijven van een abstract, vind je een uitdagende quizvraag, staat er weer een publicatie in de spotlight, én hebben we aankomende evenementen op gebied van infectieziekten voor je gebundeld in de kalender. Heel veel leesplezier!

    Uitnodiging CAPI Café – Meepraten, meedoen, meetellen; praktische handvatten voor inclusief en participatief onderzoek

    Je bent van harte uitgenodigd om deel te nemen aan het volgende hybride CAPI Café op dinsdag 28 oktober van 12:00-13:00 uur bij GGD Gelderland-Zuid! Tijdens dit café duiken we met dr. Tessa van Loenen, senior onderzoeker bij het Radboudumc, in het thema ‘inclusief en participatief onderzoek’. Hoe maak je onderzoek écht inclusief, en kan dat wel? In dit café bespreken we waarom het belangrijk is om onderzoek inclusiever te maken, welke aandachtspunten en valkuilen er zijn, en hoe je participatieve methoden kunt toepassen in je eigen praktijk. Je krijgt praktische handvatten om je onderzoek nog inclusiever in te richten, van het betrekken van deelnemers bij het onderzoeksontwerp tot het omgaan met praktische en ethische aspecten.
    Het CAPI Café is geaccrediteerd voor artsen, verpleegkundigen, en deskundigen infectiepreventie.

    Ben jij er ook bij? Meld je dan aan via onderstaande button! Je kunt het CAPI Café online bijwonen of fysiek deelnemen bij GGD Gelderland-Zuid.

    Een evaluatie van PREP2PEER: een community-gedreven vangnetfonds voor PrEP gebruikers

    Bodine Huffels, PhD kandidaat bij AWPG CEPHIR

    Mijn naam is Bodine Huffels, ik woon in Amsterdam en heb een achtergrond in gezondheidswetenschappen. Tijdens mijn master heb ik twee wetenschappelijke stages gedaan, waarin ik enthousiast ben geworden over onderzoek. Nu ben ik eerstejaars PhD-student bij het Centrum Seksuele Gezondheid (CSGez) van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Mijn promotieonderzoek richt zich vooral op het evalueren van alternatieve test- en preventiestrategieën binnen de soa-zorg.

    Mijn eerste project richt zich op pre-expositieprofylaxe (PrEP) voor hiv in de regio Rotterdam-Rijnmond. PrEP is essentieel in hiv-preventie en zeer effectief bij goede therapietrouw. Echter, therapietrouw kan worden belemmerd door barrières, zoals de kosten van PrEP. Hoewel bij het CSGez PrEP-zorg – waaronder soa-testen – voor sleutelpopulaties gratis is, moeten cliënten zelf PrEP-pillen aanschaffen bij de apotheek. De prijs voor PrEP varieert van €16 tot €60. Voor sommigen zijn deze kosten helaas te hoog. 

    Om PrEP toegankelijker te maken heeft het CSGez Rotterdam-Rijnmond PREP2PEER opgezet (PREP2PEER | ggdrotterdamrijnmond.nl). PREP2PEER is een fonds dat mensen ondersteunt die PrEP niet kunnen kopen via de apotheek. Om de impact van dit fonds te vergroten en meer mensen te ondersteunen, worden PrEP-cliënten actief betrokken. Tijdens hun PrEP-consult wordt hen gevraagd of zij een financiële bijdrage aan het fonds willen doen. 

    Mijn onderzoek evalueert het PREP2PEER-initiatief. Daarbij staat de bereidheid tot het doen van een donatie, (economische) haalbaarheid, duurzaamheid (bv. of mensen meerdere donaties doen over tijd) en algemene acceptatie centraal. We onderzoeken hierbij ook welke factoren, zoals demografisch en sociopsychologisch, van invloed zijn. 

    Het PREP2PEER-project is halverwege juli begonnen en duurt 1 jaar. Uit de eerste resultaten blijkt dat iets minder dan een derde van de PrEP-cliënten een donatie doet. De eerste 50 tot 60 ingevulde vragenlijsten laten zien dat mensen overwegend positief zijn over het initiatief. Wel wordt er kritiek geuit op het Nederlandse beleid omtrent de eigen bijdrage voor PrEP. 

    Laatste kans! Aanmelding CAPI Academy – Het schrijven van een abstract

    De volgende editie van de online CAPI Academy gaat over het schrijven van een abstract en staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor, onderzoeker bij awpg Lumens, handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die zeer binnenkort wordt uitgezet!

    De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.

    De Academy zit bijna vol! Wil jij een van de laatste plekken bemachtigen? Meld je dan snel aan via onderstaande button!

    CAPI onderzoek gepubliceerd: Stijgende incidentie van scabiësklachten vergroot de druk op de huisartsenzorg

    Saskia van der Boor en collega-onderzoekers van AWPG AMPHI publiceerden onlangs het artikel ‘X’. Wij feliciteren alle auteurs met deze mooie prestatie! Hieronder lees je een samenvatting van het artikel. Meer weten? Bekijk hier het volledige artikel.

     

    Schurft is bezig met een opvallende comeback in Nederland en andere hoge-inkomenslanden. De huidziekte, die jarenlang relatief zeldzaam was, rukt op—maar aangezien schurft in de meeste gevallen geen meldingsplichtige aandoening is, ontbreken precieze cijfers. De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt bij schurftklachten – maar wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk? Deze studie brengt de impact van de stijgende zorglast door schurft in kaart. 

    Voor dit onderzoek werden gegevens van vijf huisartsenpraktijken onderzocht, met in totaal bijna 40.000 ingeschreven patiënten, om de stijging van schurft in kaart te brengen. We vergeleken de periode met lage incidentie (2014–2020) met de recente piekjaren (2021–2023). Daarbij keken we naar het aantal schurftgerelateerde episodes, hoe snel patiënten naar de huisarts gingen, hoe snel artsen de diagnose stelden én hoeveel zorg er nodig was. 

    Het aantal schurftgevallen nam fors toe, vooral onder vrouwen en jongeren tussen 17-25 jaar oud. Ook de werkdruk liep op. Het aantal consulten zonder behandeling of vervolgactie van de huisarts daalde, terwijl voorschriften voor behandeling en verwijzingen juist toenamen. Daarentegen werden patiënten iets sneller gezien én wisten huisartsen de diagnose vaker bij het eerste consult te stellen. 

    Deze stijging in schurftgerelateerde zorg legt een flinke druk op de eerstelijnszorg. Huisartsen en publieke gezondheidsdiensten en zullen beter moeten samenwerken om verdere verspreiding te voorkomen. Vroege herkenning, snelle behandeling en goede samenwerking tussen zorg en beleid zijn daarbij cruciaal om de uitbraak te onderdrukken. 

    CAPI Quizvraag!

    In de vorige editie van de nieuwsbrief vroegen we wat een belangrijke reden is dat AMR moeilijk onder controle te krijgen is op internationaal niveau. Het juiste antwoord, “landen hebben verschillende regels en protocollen rondom antibioticagebruik en infectiepreventie”, werd door 66% van onze lezers goed gekozen!

    In deze editie hebben we een uitdagende quizvraag om het academische jaar af te trappen. De koffers worden weer uitgepakt… maar soms reizen er ook ziekteverwekkers mee terug naar Nederland. Welke infectieziekte wordt het vaakst gediagnosticeerd bij teruggekeerde Nederlandse reizigers in de meldingsplichtige surveillance?

    Dengue

    Shigellose

    Malaria

    Hepatitis A

    Publicatie in de spotlight

    Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel: ‘How did Moroccan immigrants in the Netherlands decide with regard to their COVID-19 vaccine uptake? An exploratory qualitative study’ uit, dat is geschreven door Nora Hamdiui, Marion de Vries, Mart Stein, Rik Crutzen, Putri Hintaran, Maria van den Muijsenbergh, en Aura Timen.

    Besluitvorming rondom COVID-19-vaccinatie onder Marokkaanse immigranten in Nederland

    Hoewel de COVID-19 vaccinatiegraad in Nederland tijdens de COVID-pandemie vrij hoog was, waren er wel aanzienlijke verschillen tussen gemeenschappen. Zo bleek gedurende de vaccinatiecampagne dat onder mensen met een Marokkaanse migratie-achtergrond de vaccinatiegraad aanzienlijk lager was. Juist onder deze gemeenschap zag men ook een relatief hoger aantal overlijdens door COVID-19, wat de lagere vaccinatiegraad extra zorgwekkend maakte. Daarom is onderzoek gedaan naar het vaccinatiebesluitvormingsproces én het proces van vaccinatie-intentie tot vaccinatie-uptake bij Marokkaanse immigranten in Nederland.

    Op basis van 29 interviews met Marokkaanse immigranten in Nederland (eerste of tweede generatie, 16 jaar en ouder) is retrospectief onderzocht hoe zij hun besluitvorming rondom COVID-19-vaccinatie hebben ervaren en vormgegeven.
    In plaats van vaccinatie te beschouwen als een collectieve verantwoordelijkheid om de pandemie te bestrijden, zoals vaak werd gecommuniceerd door de overheid, bleek het voor veel respondenten vooral een persoonlijke afweging van risico’s (van de ziekte en het vaccin).

    Deze afweging om zich wel of niet te laten vaccineren werd beïnvloed door zorgen over bijwerkingen, religieuze overtuigingen en de mening van familie en vrienden. Informatie kwam uit uiteenlopende bronnen, waaronder informele bronnen zoals sociale media en WhatsApp-berichten, die regelmatig in contrast stonden met formele berichtgeving. Ook hadden deelnemers het gevoel dat de formele bronnen niet transparant waren over onzekerheden en mogelijke nadelen van het vaccin. Dit leidde tot onzekerheid en wantrouwen. Veel deelnemers stelden hun beslissing uit en wachtten af hoe anderen reageerden op het vaccin. Twijfel speelde een centrale rol. Deelnemers voelden zich soms onder druk gezet door campagnes die weinig ruimte boden voor vragen of nuance. In plaats van weerstand tegen vaccinatie was er vooral behoefte aan betrouwbare, toegankelijke en eerlijke informatie die ruimte laat voor vragen en persoonlijke overwegingen.

    De auteurs pleiten voor communicatie die aansluit bij de leefwereld van diverse gemeenschappen. Dat vraagt om meer dan alleen het vertalen van informatie: het vereist aandacht voor culturele context, religieuze waarden en de invloed van informele netwerken. Vertrouwen opbouwen begint bij het erkennen van twijfels en het serieus nemen van individuele zorgen. Daarbij is het essentieel om, ook buiten crisissituaties zoals pandemieën, actief samen te werken met sleutelfiguren en organisaties binnen de gemeenschap – zoals moskeeën en buurthuizen – om informatie over (nieuwe) vaccinaties toegankelijk en betrouwbaar over te brengen.

    Meer weten over dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

    Aankomende evenementen en promoties

    4 september

    NVIB-webinar
    13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives

    11 september

    12 september

    NVIB Webinar
    13:00 – 14:00 – In gesprek met Christian Hoebe en Jeannine Hautvast over het begeleiden van onderzoekers

    12 september

    RIVM – online EPI Refereerbijeenkomst
    12:30-13:30 – twee presentaties vanuit het centrum Epidemiologie en  Surveillance van het RIVM. Meld je aan via EPIrefereer@rivm.nl

    23 september

    CAPI Academy
    Schrijven van een abstract – 14:00u – 16:00u

    25 september

    EPI Masterclass
    RIVM – 12:30u – 13:30u
    Onderwerp volgt

    29 september

    Congres
    Nationaal Congres Preventie & Gezondheid

    2 oktober

    9 oktober

    RIVM – online EPI Masterclass 
    12:30-13:30 – onderwerp volgt

    28 oktober

    30 oktober

    RIVM – online EPI Masterclass 
    12:30-13:30 – onderwerp volgt

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.

  2. CAPI Nieuwsbrief – juli 2025

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – juli 2025

    Welkom bij de laatste editie van de CAPI nieuwsbrief voor de zomervakantie! Leuk dat je meeleest. In deze editie vind je de save the date voor het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis 2026. Ook maak je kennis met het onderzoek van CAPI PhD kandidaat Thomas Emonds over vaccinatiebesluitvorming, kun je je aanmelden voor de CAPI Academy over het schrijven van een abstract, en vertelt CAPI onderzoeker Maarten de Jong over het WaterMicro 2025 congres. Daarnaast vind je een oproep voor de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’, waarin onderzoekers vertellen over de implicaties van hun bevindingen voor de praktijk. Verder hebben we weer een tweemaandelijkse literatuurupdate, een uitdagende quizvraag én een geactualiseerde kalender. Veel leesplezier en een hele fijne zomer gewenst!

    Save the date! CAPI Symposium – Besmettelijke kennis 2026

    Met veel enthousiasme kondigen we de derde editie aan van het CAPI Symposium – Besmettelijke kennis. Ook deze keer staat het symposium volledig in het teken van infectieziekte-onderzoek uitgevoerd door én voor GGD’en. Zet 27 januari 2026 alvast in je agenda!

    • Save the date: dinsdag 27 januari 2026
    • Tijd: 09:00 – 17:30
    • Locatie: 1931 Congrescentrum, ’s-Hertogenbosch

    Voor wie: Zowel medewerkers van de teams Infectieziektebestrijding, Reizigersadvisering, Seksuele Gezondheid, Tuberculosebestrijding en Onderzoek als medewerkers van AWPG – Infectieziekten en andere geïnteresseerden zijn van harte welkom

    Kosten: Er zijn geen kosten verbonden aan deelname aan het CAPI Symposium.

    Accreditatie: Wordt aangevraagd voor artsen, verpleegkundigen en deskundigen infectiepreventie.

    Programma: Informatie over het programma zal in het najaar bekend worden gemaakt, maar we kunnen alvast een tipje van de sluier oplichten: we trappen het symposium af met keynote lecture door Prof.dr. Patricia Bruijning, kinderarts en epidemioloog bij UMC Utrecht.

    Heb je een onderzoek uitgevoerd en wil je jouw resultaten presenteren? In september volgt de call for abstracts voor GGD en AWPG medewerkers.

    Een meta-analyse van de relatie tussen vaccinatietwijfel en gedrag

    Thomas Emonds, PhD-kandidaat bij AWPG AMPHI

    Wereldwijd daalt de vaccinatiegraad, waardoor infectieziekten die eerder grotendeels onder controle waren, weer toenemen. Dit vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Een belangrijke mogelijke oorzaak is dat steeds meer mensen twijfelen over het nut of de veiligheid van vaccinaties; een verschijnsel dat vaak wordt aangeduid als vaccinatietwijfel (vaccine hesitancy).

    Hoewel de term veel wordt gebruikt, ontbrak het lange tijd aan een duidelijke en eenduidige wetenschappelijke definitie, waardoor het lastig was om goed onderzoek te doen naar de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag.  

    Een recent systematisch literatuuronderzoek (systematic review) heeft deze inconsistentie in de conceptualisering van vaccinatietwijfel in kaart gebracht en stelt een heldere definitie voor: vaccinatietwijfel als een psychologische staat van besluiteloosheid. Hierdoor is het nu wel mogelijk om de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag zorgvuldig te onderzoeken. Gebaseerd op die definitie, is het doel van ons onderzoek om de relatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag te onderzoeken middels een systematische review en een meta-analyse. 

    Uit de systematische review blijkt dat bij 95 geselecteerde studies, die de strikte definitie van vaccinatietwijfel hanteren, sprake is van aanzienlijke variatie in hoe vaccinatiegedrag wordt gedefinieerd, met name wat betreft de volledigheid en tijdigheid van vaccinatie. Deze bevinding leidde tot de ontwikkeling van vier overkoepelende definities van vaccinatiegedrag, als noodzakelijke stap om de geïncludeerde studies beter vergelijkbaar te maken om de latere meta-analyse te kunnen uitvoeren. 

    Voor de meta-analyse hebben we ruwe data opgevraagd bij alle auteurs van de review, waarvan in 16 gevallen de gegevens werden verkregen. Momenteel analyseren we de correlatie tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag, en onderzoeken we welke factoren deze relatie beïnvloeden. Voorlopige resultaten wijzen, zoals verwacht, op een negatieve samenhang tussen vaccinatietwijfel en vaccinatiegedrag. 

    Persoonlijke achtergrond wetenschap en onderzoek 

    Mijn naam is Thomas Emonds en ik ben werkzaam als promovendus bij de academische werkplaats AMPHI en de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc Nijmegen. Mijn promotietraject richt zich op vaccinatietwijfel en het besluitvormingsproces rondom vaccinatie. Ik heb een achtergrond in consumentenpsychologie en gedragswetenschappen. Tijdens de start van mijn studies was ik vooral gefascineerd door het economische beslissingsgedrag van mensen. Gaandeweg is mijn interesse echter verschoven naar het bredere vraagstuk van hoe onderzoek naar menselijk gedrag kan bijdragen aan het verbeteren van het welzijn van individuen. Wat me aanspreekt in het doen van onderzoek is de verantwoordelijkheid om iets nieuws en onbekends te ontdekken over menselijk gedrag. Het biedt mij de kans om complexe vraagstukken te doorgronden en deze op een heldere manier over te brengen, terwijl ik intensief samenwerk met collega’s die dezelfde passie delen. 

    Aanmelden CAPI Academy –
    Schrijven van een abstract

    De volgende editie van de online CAPI Academy staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Deze keer staat het schrijven van een abstract centraal – een belangrijke vaardigheid voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke publicaties en een abstract willen indienen voor een congres of symposium.

    Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor van awpg Lumens handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die na de zomervakantie volgt!

    De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.

    Er is nog een beperkt aantal plekken vrij voor deze Academy. Wil jij erbij zijn? Meld je dan snel aan via onderstaande button!

    CAPI onderzoeker medeorganisator van WaterMicro 2025 congres

    CAPI PhD-kandidaat Maarten de Jong doet onderzoek op het gebied van rioolwatersurveillance en was mede-organisator van het internationale WaterMicro congres 2025 dat in juni plaatsvond in Amersfoort. Maarten vertelt: WaterMicro is hét tweejaarlijkse congres waar alle experts op het gebied van watermicrobiologie en gezondheid wereldwijd naar uitkijken. Tijdens deze editie werd opnieuw duidelijk hoe sterk de verschillende wetenschappelijke disciplines met elkaar beginnen te verweven. Waar ik normaal gesproken vooral infectieziekte-epidemiologiecongressen bezoek, liet dit congres zien dat water- en infectieziektengerelateerde onderwerpen elkaar steeds vaker tegenkomen.

     

    Diezelfde ontwikkeling zie ik ook bij andere congressen, zoals ESCAIDE, waar rioolwatersurveillance steeds meer aandacht krijgt. Het was ontzettend leerzaam en waardevol voor mijn netwerk om zes dagen lang met dé internationale experts te spreken over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van rioolwatersurveillance. Wat zijn de meest recente methoden voor monstername? Welke innovaties zijn er op analysegebied? En vooral: hoe kunnen we onderzoeksresultaten beter toepassen in de praktijk? Over dat laatste onderwerp werd ik vaak aangesproken — veel deelnemers hadden mijn poster en praatje gezien over de toepasbaarheid van rioolwatersurveillance, en het bleek dat er grote behoefte was aan zo’n overzicht.

    Maarten maakte niet alleen deel uit van het organisatiecommitée, maar had ook een grote inhoudelijke bijdrage, met onder andere presentaties over gerichte rioolwatersurveillance bij uitbraken, paneldiscussies en een workshop over hoe om te gaan met infectiegevaar in een warmer wordende wereld. Wij feliciteren Maarten met deze mooie prestatie! 

    CAPI Quizvraag!

    In de vorige nieuwsbrief vroegen we waar de afkorting MeSH voor staat in PubMed. Het juiste antwoord is: Medical Subject Headings. 85% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, gaf het juiste antwoord!

    De quizvraag van deze nieuwsbrief gaat over antimicrobiële resistentie (AMR), wat ook wel de ‘stille pandemie’ wordt genoemd. Hoewel wordt voorspeld dat AMR in de komende 25 jaar verantwoordelijk zal zijn voor zo’n 39 miljoen sterfgevallen wereldwijd, blijft het probleem grotendeels buiten het publieke bewustzijn. Juist daarom is het van cruciaal belang om nu in actie te komen – voordat deze onzichtbare dreiging uitgroeit tot de volgende grote gezondheidscrisis.

    Wat is een belangrijke reden dat AMR moeilijk onder controle te krijgen is op internationaal niveau? 

    Antibiotica zijn overal gratis verkrijgbaar

    Landen hebben verschillende regels en protocollen rond antibioticagebruik en infectiepreventie

    AMR-bacteriën komen alleen voor in ziekenhuizen

    Er zijn geen internationale organisaties die zich met AMR bezighouden

    Oproep: van onderzoek naar praktijk 

    Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze resultaten zich naar de dagelijkse praktijk binnen de GGD? In deze rubriek gaan we op zoek naar voorbeelden. We brengen recent uitgevoerde studies onder de aandacht die niet alleen wetenschappelijk waardevol zijn, maar ook direct toepasbaar in het veld.

    Heb jij onderzoek gedaan dat een brug slaat tussen wetenschap en praktijk? Werk jij aan een studie die relevant is voor de dagelijkse praktijk van de infectieziektebestrijding, of ken je een goed voorbeeld waarin onderzoeksresultaten al met succes zijn geïmplementeerd?


    Neem dan contact met ons op via info@capi-consortium.nl, en misschien verschijnt jouw bijdrage wel in één van onze volgende nieuwsbrieven!

    CAPI Literatuurupdate:
    Relevante IZB-artikelen voor de GGD

    Welkom bij onze literatuurupdate van mei! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.

    In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.

    Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 18 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst.

    Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl.

    Aankomende evenementen en promoties

    14 juli

    NVIB-webinar
    13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives

    11 september

    EPI Masterclass
    RIVM – 12:30u – 13:30u
    Onderwerp volgt

    23 september

    CAPI Academy
    Schrijven van een abstract – 14:00u – 16:00u

    25 september

    EPI Masterclass
    RIVM – 12:30u – 13:30u
    Onderwerp volgt

    29 september

    Congres
    Nationaal Congres Preventie & Gezondheid

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.

  3. CAPI Nieuwsbrief – juni 2025

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – juni 2025

    Welkom bij de CAPI Nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie blikken we terug op de eerste CAPI Academy én kondigen we de volgende editie aan die gaat over het schrijven van een abstract. Ook stellen we je graag voor aan CAPI programmacoördinator Lynn Eggink, blikken we terug op het CAPI Café over AMR, en vertelt CAPI jaaronderzoeker Martijn Vink over zijn onderzoek naar scabiës diagnostiek bij asielzoekers. Verder hebben we weer een uitdagende quizvraag voor je klaarstaan, zetten we een bijzondere publicatie in de spotlight, en is de kalender weer bijgewerkt. We wensen je veel leesplezier!

    CAPI Academy

    Terugblik eerste editie

    De eerste editie van de CAPI Academy stond in het teken van literatuur zoeken in PubMed en was een groot succes! In een interactieve workshop door informatiespecialist dr. Mitch van Hensbergen hebben de enthousiaste deelnemers waardevolle strategieën geleerd om systematisch literatuur te zoeken in PubMed. De sessie was dynamisch en leerzaam, waarbij volop ruimte was voor vragen en discussie. Ga jij aan de slag met het zoeken van literatuur in PubMed? Klik dan hier om gebruik te maken van een handig zoekplan van de Radboud Universiteit!

    Aanmelden volgende editie

    De volgende editie van de online CAPI Academy staat gepland op dinsdag 23 september van 14:00u tot 16:00u. Deze keer staat het schrijven van een abstract centraal—een belangrijke vaardigheid voor onderzoekers die werken aan wetenschappelijke publicaties en een abstract willen indienen voor een congres of symposium.

    Tijdens deze Academy deelt dr. Anja van der Schoor van awpg Lumens handige tips & tricks en gaan de deelnemers in groepjes aan de slag met hun eigen abstract. Ter voorbereiding op deze Academy dien je uiterlijk maandag 15 september een abstract aan te leveren. Het abstract mag in het Engels of in het Nederlands geschreven worden, met een maximum van 300 woorden. Na afloop van de Academy ontvangt elke deelnemer feedback op het aangeleverde abstract. Handig voor de call for abstracts voor het CAPI Symposium van 2026, die na de zomervakantie volgt!

    De Academy is bedoeld voor alle GGD’ers die werkzaam zijn binnen de infectieziektebestrijding, seksuele gezondheidszorg, reizigerszorg, en tuberculosebestrijding. Wil jij deelnemen aan deze CAPI Academy? Meld je dan aan via onderstaande link. Wees er snel bij, want het aantal plekken is beperkt! Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De CAPI Academy is niet geaccrediteerd.

    Even voorstellen: Lynn Eggink, CAPI programmacoördinator vanuit awpg Lumens

    Hoi! Mijn naam is Lynn Eggink en sinds maart 2025 werk ik als programmacoördinator bij CAPI, namens AWPG Lumens. Samen met mijn collega’s houd ik me bezig met het organiseren van het jaarlijkse CAPI-symposium, coördineer ik scholingsactiviteiten zoals de CAPI-academies en cafés, verzorg ik de tweemaandelijkse literatuurupdate en houd ik onze LinkedIn en deze nieuwsbrief bij.

    Daarnaast ben ik actief binnen de onderzoeksgroep Infectieziektebestrijding van GGD Haaglanden en GGD Hollands-Midden, vanuit awpg Lumens. Ik ben hier betrokken bij diverse onderzoeksprojecten, draag bij aan de communicatie naar specifieke doelgroepen en ondersteun de onderzoekshelpdesk van de awpg Lumens-website.

    Ik krijg energie van organiseren, plannen en mensen in beweging brengen. Wat ik het belangrijkst vind? Dat onderzoek niet op de plank blijft liggen, maar écht iets doet in de praktijk. Hoe zorgen we ervoor dat kennis bijdraagt aan betere zorg en gezondheid, en aansluit bij wat professionals en burgers nodig hebben? Juist dát vraagstuk drijft mij.   

    Die drive begon tijdens mijn bachelor Gezondheid en Maatschappij in Wageningen, waar ik leerde hoe gezondheid verweven is met gedrag, beleid en maatschappelijke structuren. In mijn master Global Health aan de VU verdiepte ik me in internationale gezondheidsvraagstukken en het verbinden van praktijk en wetenschap – precies wat ik nu met veel plezier in de praktijk breng.   

    In mijn vrije tijd ben ik vaak onderweg, of het nu voor werk is, een bezoek aan vrienden, of tijd met familie. Ik geniet ervan om nieuwe plekken te ontdekken en nieuwe ervaringen op te doen. Daarnaast blijf ik graag actief met pilates, volleybal, skeeleren etc!. En tenslotte maak je me altijd blij met livemuziek, of het nu een groots festival is of een klassiek concert! 

    Terugblik CAPI Café Antimicrobiële resistentie

    Op 3 juni vond het zesde CAPI Café plaats bij GGD Zuid-Limburg. Deze keer sprak dr. Petra Wolffs, medisch moleculair microbioloog bij Maastricht UMC, over antimicrobiële resistentie (AMR). Ze gaf een diepgaande presentatie over de moleculaire ins en outs van AMR: wat houdt dit fenomeen precies in? Hoe ontstaat het, en hoe verspreidt het zich? Welke mechanismen heeft een bacterie in huis om resistent te zijn? En hoe groot is het wereldwijde probleem? We hebben deze boeiende editie van het CAPI Café beknopt voor je samengevat in een factsheet. Neem een kijkje via onderstaande button!

     

    Onderzoek naar scabiës onder nieuw aankomende asielzoekers in Nederland

    Martijn Vink, CAPI jaaronderzoeker bij CEPHIR  

    In het kader van mijn CAPI jaaronderzoek heb ik in het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar scabiës onder asielzoekers. Uit verschillende bronnen was mij al duidelijk geworden dat in asielzoekerscentra scabiës een groeiend en soms moeilijk te controleren probleem is. In mijn onderzoek wilde ik nagaan of de ziekte bij binnenkomst met een aantal gerichte screeningsvragen te detecteren was. Ook wilde ik kijken of er specifieke risicofactoren waren voor de ziekte.  

     

    Er was geen relatie met het land van herkomst. Veel asielzoekers lopen de ziekte namelijk op tijdens de vlucht, bv. in vluchtelingenkampen of gevangenissen. Omdat vrouwen in het algemeen kiezen voor minder risicovolle vluchtroutes, hebben zij ook minder vaak scabiës. Van de verschillende geteste (combinaties van) screeningsvragen was de vraag naar ‘nachtelijke jeuk’ het meest sensitief voor de diagnose ‘scabiës’. Asielzoekers met scabiës hadden gemiddeld 4,1 maand klachten voordat de diagnose werd gesteld. In de tussentijd had de ziekte zich vaak naar meerdere lichaamsdelen verspreid.  

    Onze onderzoeksresultaten gaan wij bespreken met het GZA (Gezondheidszorg Asielzoekers). Ons voorstel is om asielzoekers bij binnenkomst in Nederland gericht te screenen op scabiës. Hiermee voorkom je veel ziektelast en waarschijnlijk veel secundaire infecties in volgende AZC’s. 

    Ik vond het een voorrecht om dit onderzoek uit te voeren. Ik heb veel geleerd van de interviews met de asielzoekers, ook over de redenen waarom mensen vluchten en de moeilijkheden die zij onderweg tegenkomen. Door de talenkennis van Aziza namen asielzoekers ons snel in vertrouwen. De onderzoeksvoorbereiding duurde lang, ook omdat wij alle partijen ‘aan boord’ moesten krijgen. Het was hierbij essentieel om deze partijen vanaf het begin bij de onderzoeksopzet te betrekken. Door de afnemende asielzoekersinstroom was het moeilijk om te gewenste steekproefgrootte te bereiken. Wij zijn hierdoor langer doorgegaan met de inclusie dan aanvankelijk gepland. 

    CAPI Quizvraag!

    In de vorige nieuwsbrief vroegen we welke factor de specificiteit van een PCR bepaalt. Het juiste antwoord was de sequentie van de primers. Maar liefst 65% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, had het juiste antwoord gegeven! Gefeliciteerd! 

    In de eerste editie van de CAPI Academy over literatuur zoeken in Pubmed hebben we geleerd hoe je een goede zoekopdracht maakt en hoe je handige functies van PubMed gebruikt, zoals MeSH termen. Maar, waar staat de afkorting MeSH eigenlijk voor in PubMed? 

    Medical Subject Headings

    Medical Search Helper

    Medically Standardized Headings

    Mentioned Subject Hack

    Publicatie in de spotlight

    Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Infection prevention and control without borders: comparison of guidelines on multidrug-resistant organisms in the northern Dutch-German cross-border region” uit, dat is geschreven door Cansu Cimen, Matthijs S Berends, Mariëtte Lokate, Corinna Glasner, Jörg Herrmann, Erik Bathoorn, Axel Hamprecht, en Andreas Voss.

    Infectiepreventie en -bestrijding zonder grenzen: vergelijking van richtlijnen over multiresistente micro-organismen in de Nederlands-Duitse grensregio

    Bijna 40% van de EU-bevolking woont in een grensregio, waar patiënten regelmatig zorg over de grens zoeken. In het noordelijke Nederlands-Duitse grensgebied (Ems-Dollard gebied) gebeurt dit al jaren intensief, wat ook risico’s meebrengt voor de verspreiding van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO’s), oftwel bacteriën die ongevoelig zijn voor meerdere soorten antibiotica. Omdat BMRO-infecties erg moeilijk te behandelen zijn, nemen ziekenhuizen preventie- en bestrijdingsmaatregelingen bij BMRO’s zoals patiënt-isolatie, extra hygiënemaatregelen, en screening in risicogroepen. Deze maatregelingen zijn opgenomen in nationale protocollen.

    Maar hoe zit dit in grensgebieden, bijvoorbeeld in het Ems-Dollard gebied? Deze recente vergelijkende studie brengt opvallende verschillen aan het licht in infectiepreventiemaatregelen (IPC) voor BRMO’s tussen Nederland en Duitsland. De onderzoekers analyseerden zowel nationale richtlijnen als de lokale protocollen van twee academische ziekenhuizen in het Nederlands-Duitse grensgebied; het UMCG in Groningen en het Klinikum Oldenburg in Oldenburg. Opvallend is dat de Nederlandse richtlijnen vaak centraler en strikter zijn, terwijl Duitsland – mede door de federale structuur – juist meer ruimte laat voor lokale invulling.

    De studie richtte zich specifiek op richtlijnen rond drie groepen BRMO’s: vancomycineresistente enterokokken (VRE), ESBL-producerende Enterobacterales (ESBL-E) en carbapenemase-producerende Enterobacterales (CPE/CRE). Met behulp van documentanalyse vergeleken de onderzoekers de richtlijnen met betrekking tot de gehanteerde definities (zoals de laboratoriumcriteria om een bacterie als BRMO te classificeren), screeningscriteria, isolatiemaatregelen en uitgangspunten voor het opheffen van isolatie. Ook epidemiologische verschillen werden in kaart gebracht. Zo bleek de prevalentie van VRE in Duitse ziekenhuizen in het Ems-Dollard gebied tot 30 keer hoger dan in Nederlandse, wat deels kan samenhangen met verschillen in screeningsbeleid.

    Dit onderzoek benadrukt het belang van goede afstemming bij grensoverschrijdende patiëntenzorg. In grensregio’s zoals de Eems-Dollard is het essentieel dat zorginstellingen elkaar begrijpen en informatie over BRMO-dragers efficiënt uitwisselen. De studie benadrukt dat verschil in definities en richtlijnen – zoals het wel of niet screenen op ESBL-E – dit belemmert. Daarom bevelen de auteurs meer samenwerking en harmonisatie aan, bijvoorbeeld in de vorm van gezamenlijke afspraken of een cross-border labelsysteem. Eerder succes van MRSA-Net heeft aangetoond aan dat zo’n aanpak werkt. GGD’en kunnen hierin een cruciale rol spelen: door zorgnetwerken te verbinden, informatie-uitwisseling te stroomlijnen, gezamenlijk overleg te faciliteren en te zorgen dat infectiepreventie niet stopt bij de grens.

    Meer weten over dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel.

    Aankomende evenementen en promoties

    5 juni

    Symposium
    Gedrag & Pandemieën – RIVM

    5-6 juni

    WEON congres
    Leiden

    11 juni

    Promotie
    Beyond the red lights: Understanding the STI/HIV burden and sexual healthcare needs of home-based and migrant sex workers – Charlotte Peters, AWPG Mosa

    12 juni

    Masterclass
    RIVM EPI Masterclass – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt

    18 juni

    Meet&Greet
    Soa Aids Nederland – Utrecht

    14 juli

    NVIB-webinar
    13:00u-14:00 – Ontmoet de Dutch Disease Detectives

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.

  4. CAPI Nieuwsbrief – mei 2025

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – mei 2025

    Welkom bij de CAPI nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie vind je de aankondiging voor het komende CAPI Café, waar antimicrobiële resistentie centraal staat. Ook maak je kennis met CAPI jaaronderzoeker Rosa van Hoorn en CAPI programmacoördinator Elfi Brouwers. Daarnaast nieuw in deze editie: de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’, waarin onderzoekers vertellen over de implicaties van hun bevindingen voor de praktijk. Verder hebben we weer een tweemaandelijkse literatuurupdate, een uitdagende quizvraag én een geactualiseerde kalender voor de komende twee maanden. Veel leesplezier!

    CAPI Café 3 juni 2025 – Antimicrobiële resistentie

    Op dinsdag 3 juni van 12:00 uur tot 13:00uur vindt het volgende hybride CAPI Café plaats bij GGD Zuid-Limburg! Tijdens deze editie zal dr. Petra Wolffs, medisch moleculair microbioloog bij Maastricht UMC, ons aan de hand van voorbeelden uit de publieke gezondheidszorg meer vertellen over antimicrobiële resistentie (AMR). Wat houdt AMR precies in en hoe vaak komt het eigenlijk voor, wereldwijd en in Nederland? Dr. Petra Wolffs legt uit hoe bacteriën antibioticumresistentie ontwikkelen én besteedt aandacht aan factoren die bijdragen aan de verspreiding van antibioticumresistentie. Ook wordt uitgelegd hoe deze verspreiding kan worden voorkomen. Tot slot wordt besproken hoe de publieke gezondheidszorg bij kan dragen aan het verminderen van verspreiding, aan de hand van voorbeelden van praktijkgericht onderzoek naar AMR.

    Ben jij erbij? Meld je dan aan via onderstaande button! Je kunt zowel online als fysiek deelnemen.

    Testbereidheid tijdens een infectieziekte-uitbraak
    Rosa van Hoorn, CAPI jaaronderzoeker vanuit AWPG Lumens

    Mijn naam is Rosa van Hoorn, ik heb een achtergrond in gezondheidswetenschappen, gericht op infectieziekten en publieke gezondheid en ben bij GGD Haaglanden gaan werken tijdens de COVID-19-pandemie. Daar heb ik meegewerkt aan de monitoring en surveillance van SARS-CoV-2. Al snel merkte ik dat mijn interesse vooral lag bij onderzoek. 

    Met twee gehonoreerde subsidies – een stimuleringsimpuls pandemische paraatheid via ZonMw en een regioproject gefinancierd door RIVM Cib – zijn we vorig jaar gestart met onderzoek naar testbereidheid tijdens infectieziektenuitbraken onder inwoners van de regio’s Hollands Midden en Haaglanden.

    Vanaf januari dit jaar heb ik via CAPI en de AWPG Lumens de mogelijkheid gekregen om verder te werken binnen deze onderzoekslijn en daar ben ik heel blij mee. Naast dat ik bij de GGD Haaglanden werk heb ik ook een gastaanstelling bij de Universiteit Leiden, afdeling Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie, wat handig is mbt de samenwerking. 

    De aanleiding van ons onderzoek is dat GGD’en signaleren dat een test vaker wordt geweigerd, wat zorgelijk is gezien de toenemende dreiging van uitbraken en de dalende vaccinatiegraad. Daarom is de centrale vraag van het onderzoek: welke factoren beïnvloeden de testbereidheid bij een infectieziektenuitbraak? 

    Via interviews onderzoeken we testbereidheid van inwoners en de onderliggende drijfveren en barrières. We nemen de deelnemers mee in een hypothetische vogelgriepuitbraak die overdraagbaar is van mens-op-mens. De informatie die we uit de interviews halen is van groot belang om bij een toekomstige infectieziekte uitbraak beter te kunnen inspelen op de behoeften en wensen van de inwoners. Op deze manier dragen we bij aan een aanpak op maat voor testen tijdens toekomstige uitbraken. Binnenkort starten we ook een kwantitatieve vervolgstudie naar testbereidheid tijdens bron- en contactonderzoek. 

    In mijn vrije tijd ben ik graag met mijn gezin, familie of vrienden. Ik vind het leuk om zelf kleding te maken, te koken/bakken en te lezen. Maar het meest ontspannen word ik van hardlopen in de natuur. Ik heb in februari dit jaar mijn eerste trailmarathon gelopen in de omgeving van Noordwijk (zie foto). 

    Maak kennis met Elfi Brouwers,
    CAPI programmacoördinator vanuit AWPG Mosa

    Mijn naam is Elfi en ik ben een van de vijf programmacoördinatoren van CAPI, vanuit de AWPG Mosa. Sinds de oprichting in 2023 ben ik met veel plezier aan het werk binnen het Consortium en betrokken als programmacoördinator en secretaris. Mijn hoofdtaken zijn afstemming met de andere 4 AWPG’en op het gebied van juridische zaken als samenwerkingsovereenkomsten opstellen, vragen bij alle GGD’en ophalen, zorgen dat processen blijven lopen en ondersteuning van de programmaleiders op allerhande vlak als informatie opvragen over bijv. financiën, personeel, bijdrage aan opleidingen etc.  

    Naast mijn taken bij CAPI ben ik ook projectcoördinator en onderzoeker/epidemioloog bij AWPG Mosa/ GGD Zuid-Limburg. Daar draag ik bij aan projectondersteuning van alle onderzoekers en hou ik (mede) overzicht op lopende projecten, financiën, personeel, etc., en neem ik deel aan het MT en Coaching en Coördinatie team van onze AWPG.  

     

    Ik ben sinds 2003 werkzaam in de GGD wereld en heb diverse functies gehad als verpleegkundige soa-bestrijding, reizigers advisering, tuberculosebestrijding, unithoofd. Daarnaast heb ik als coördinator het Lokaal zorg Arrangement binnen de TBC zorg in Zuid-Limburg, een samenwerkingsverband tussen GGD Zuid-Limburg en het Academisch Ziekenhuis Maastricht (MUMC+) mee vorm gegeven.  Naast mijn andere werkzaamheden ben ik bezig met een PhD-traject bij onderzoeksschool CAPHRI bij universiteit Maastricht, vanuit AWPG Mosa. Ik onderzoek het vóórkomen en de risicogroepen van hepatitis B, hepatitis C en hiv. Afgelopen jaren heb ik onderzoek gedaan naar migrantengroepen, gedetineerden in een Limburgse gevangenis en heb ik een studie naar prikaccidenten buiten de ziekenhuissetting gedaan. 

    Ik heb een superleuke baan: De verbinding mogen maken tussen praktijk, onderzoek en beleid. Ik ben geen wetenschapper uit alleen de boeken. Ik kijk vanuit mijn visie als onderzoeker met een andere blik dan wanneer ik als verpleegkundige kijk. Hierdoor kan ik steeds een mooie combinatie van inzichten in onze projecten meenemen.  

    Ik ben mama van 2 puberdochters, loop graag hard of wandel met onze hond en ik ga graag iets gezelligs doen met vrienden. Oh ja, ik maak ook nog graag stedentrips en verre reizen. Eigenlijk verveel ik me nooit ????

    CAPI Quizvraag!

    In de vorige nieuwsbrief vroegen we wat het betekent dat antilichamen tegen het usutuvirus bij kippen na ongeveer 20 weken snel afnemen. Het juiste antwoord was dat personen (of dieren) na ongeveer vijf maanden minder beschermd kunnen zijn tegen een nieuwe infectie door hetzelfde virus. 74% van de lezers die de quizvraag hebben beantwoord, had het juiste antwoord gegeven!

    In de rubriek ‘Van onderzoek naar praktijk’ heb je gelezen over de toepassing van een PCR-test om Hepatitis A te diagnosticeren. De quizvraag voor deze maand is:

    Welke factor bepaalt vooral de specificiteit van een PCR, oftewel welk DNA-fragment wordt gekopieerd?

    De concentratie van het virale DNA in het monster

    Het type thermal-cycler dat wordt ingezet

    De sequentie van de primers

    Hoe zorgvuldig het protocol is gevolgd

    Van onderzoek naar praktijk:
    Toepassing van feces-PCR bij een uitbraak in de gehandicaptenzorg
     

    Binnen het werkveld van de infectieziektebestrijding wordt op allerlei manieren voortdurend onderzoek gedaan. Maar hoe vertalen deze onderzoeksresultaten zich naar de dagelijkse GGD-praktijk? In deze nieuwe rubriek zoomen we in op de praktijkrelevantie van recent uitgevoerde studies uit het werkveld.

    Deze maand lees je over de toepassing van feces-PCR, waar onderzoek naar is gedaan door Marloes Stradmeijer, Harry Vennema, Irene Vroom, Diane de Zwart-Slats, Joan Roozemond, Petra Ligthart, Ellen Verspui-van der Eijk en Rosaline van den Berg. Dit onderzoek was een samenwerking tussen GGD Hollands Midden, GGD Zuid-Holland Zuid, en het RIVM. 


     
    Feces-PCR: een goede diagnostische optie bij het bestrijden van een hepatitis A-uitbraak in de gehandicaptenzorg 

    Eind 2023 kregen we in de GGD-regio’s Zuid-Holland Zuid en Hollands-Midden te maken met twee uitbraken van hepatitis A binnen dagopvanglocaties van dezelfde koepelorganisatie voor (meervoudig) gehandicapte kinderen en jongvolwassenen, waarvoor in beide GGD-regio’s een uitbraakonderzoek is uitgevoerd. Gebrekkig hygiënebesef van de cliënten, atypische klachtenpresentatie en intensieve contacten met zorgprofessionals – vaak verspreid over verschillende zorglocaties – zijn bekende risicofactoren voor transmissie van hepatitis A binnen deze doelgroep – factoren die tevens een uitdaging in het uitbraakmanagement van hepatitis A vormen. 

    Conform de richtlijn werden vaccinaties aangeboden en werd bloedafname voor diagnostiek overwogen, maar dit laatste bleek vaak een drempel bij deze doelgroep van (meervoudig) gehandicapte kinderen/jongvolwassenen, en kon daardoor niet laagdrempelig worden ingezet. De inzet van feces-PCR werd wél laagdrempelig geaccepteerd en was een patiëntvriendelijk alternatief dat ons in staat stelde om snel en gericht maatregelen te treffen. Daarmee droeg het bij aan de beheersing van de uitbraak én het beschermen van deze kwetsbare doelgroep. Het bleek ook een goede keuze te zijn bij contacten buiten de instellingen, zeker omdat een deel van de diagnostiek verricht werd in het belang van de publieke gezondheidszorg en niet in het individuele belang.  
     

    Adviezen voor de praktijk 
    Wanneer je te maken hebt met een hepatitis A-uitbraak in de gehandicaptenzorg of onder kinderen, overweeg dan het inzetten van feces-PCR. Met feces-PCR is diagnostiek mogelijk, ook wanneer bloedafname lastig of niet haalbaar is. Dit vergroot het zicht op de uitbraak en maakt gerichtere bestrijdingsmaatregelen mogelijk. Bovendien kunnen met feces-PCR ook asymptomatische of vroeg geïnfecteerde personen worden opgespoord, wat van grote waarde is bij het indammen van verdere verspreiding. 

    CAPI Literatuurupdate:
    Relevante IZB-artikelen voor de GGD

    Welkom bij onze literatuurupdate van mei! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten. 

    In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen. 

    Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 22 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst. 

    Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl  

    Aankomende evenementen en promoties

    8 mei

    CAPI Academy
    Literatuur zoeken in PubMed – 14:00u – 16:00u

    8 mei

    Masterclass
    EPI – 12:30u-13:30u
    Changing epidemiology of influenza A(H5) viruses in animals, with implications for human health risks

    19-23 mei

    Infectiepreventieweek

    20 mei

    Webinar
    RIVM – 12.00u -13.00u
    Ervaren pandemische paraatheid in Nederland

    20 mei

    Webinar
    ECDC’s Lighthouse webinar – 13.00 -14.00 CET
    Behavioural science in action: Social and behavioural science in outbreak investigation and response

    22 mei

    Webinar
    Regionale Zorgnetwerken AMR – MUIZ in de Praktijk:
    Signaleren, Delen, Handelen – 19:00u – 20:30u

    22 mei

    Masterclass
    EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt

    3 juni

    CAPI Café
    Antimicrobiële resistentie – 12:00u – 13:00u

    5 juni

    Symposium
    Gedrag & Pandemieën – RIVM

    12 juni

    Masterclass
    EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt

    26 juni

    Masterclass
    EPI – 12:30u-13:30u – onderwerp volgt

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.

  5. CAPI Nieuwsbrief – april 2025

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – april 2025

    Welkom bij deze lente-editie van de CAPI nieuwsbrief! Leuk dat je meeleest. In deze editie blikken we terug op het CAPI Café over wet- en regelgeving bij infectieziekteonderzoek, vertelt PhD kandidaat Laura Boogaard over haar onderzoek gericht op de infectielast van arbeidsmigranten en blikken we vooruit op de komende CAPI Academy. Ook stelt CAPI programmacoördinator Jonna Wijburg zich voor, en kun je kennis maken met de nieuwste CAPI publicatie van Daniel Franken. Ook staat er een publicatie in de spotlight van onze tweemaandelijkse literatuurupdate, vind je weer een nieuwe quizvraag en is de kalender bijgewerkt. Kortom: een goed gevulde nieuwsbrief! Veel leesplezier!

    CAPI Café: terugblik met factsheet

    Op 11 maart vond het CAPI Café over wet- en regelgeving bij infectieziekte-onderzoek plaats op locatie bij GGD Amsterdam. Tijdens haar overzichtelijke presentatie nam Dr. Marjolein Booij, onderzoekscoördinator bij de afdeling infectieziekten van GGD Amsterdam, ons mee in de verschillende wetten en processen die van belang zijn bij het doen van medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen. Wij hebben de take-home messages van dit CAPI Café voor je op een rijtje gezet. Benieuwd? Klik dan op onderstaande button!

    Infectieziektelast en arbeidsmigratie in Europa
    Laura Boogaard, PhD bij AMPHI

    Arbeidsmigratie is de voornaamste reden voor internationale migratie. In Europa is 1 op de 10 werknemers arbeidsmigrant en dit aantal zal blijven stijgen. De verwachting is dat praktisch geschoolde arbeidsmigranten in laagbetaalde sectoren een hogere infectieziektelast en slechtere toegang tot zorg hebben, door factoren gerelateerd aan migratie en een lage sociaaleconomische status. Het doel van dit promotietraject is om het inzicht te vergroten in (determinanten van) infectieziektelast bij praktisch geschoolde arbeidsmigranten in Europa, evenals hun behoefte aan, gebruik van en ervaring met de zorg voor deze infectieziekten.  

    Hiertoe combineren we kwalitatieve en kwantitatieve methoden. Twee van de kwantitatieve studies focussen op het voorkomen van, risicofactoren voor en verspreiding van COVID-19. Voor de studie die nu loopt werken diverse GGD-en samen om data te verzamelen over meldingsplichtige infectieziekten en gerelateerd zorggebruik bij arbeidsmigranten. Een kwalitatieve studie richt zich op de ervaringen en behoeften van arbeidsmigranten met betrekking tot zorg voor infectieziekten, en op barrières en bevorderende factoren daarin. 

    Uitgelicht: Binnen dit PhD-traject hebben we een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd naar infectieziektelast bij praktisch geschoolde arbeidsmigranten die werken in de EU. We zochten in de belangrijkste databases op systematische wijze studies over morbiditeit, mortaliteit en zorggebruik van infectieziekten bij deze doelgroep. Ruim vijftig studies bleken verricht te zijn op dit onderwerp. Het merendeel van de studies richt zich op morbiditeit. De helft betreft studies naar infectieziektelast voor SOA, HIV en hepatitis B en C in sekswerkers. De infectieziektelast voor deze ziekten bleek over het algemeen verhoogd in deze groep arbeidsmigranten. Studies naar COVID-19 bleken ook veel voorkomend, en gericht op arbeidsmigranten in een breder scala aan beroepen, zoals landbouw en industrie. Deze resultaten worden momenteel geanalyseerd. 

    CAPI Academy – Literatuur zoeken in PubMed

    In de vorige nieuwsbrief kondigden we de eerste editie van de CAPI Academy aan: een online workshop op 8 mei van 14:00 – 16:00 uur, waarin we aan de slag gaan met strategieën om systematisch literatuur te zoeken in PubMed.

    We zijn blij dat we in een korte tijd veel aanmeldingen hebben ontvangen! De workshop is inmiddels vol en de inschrijving is gesloten. Je kunt je nog wel aanmelden voor de wachtlijst door te mailen naar info@capi-consortium.nl. Wanneer er een plek vrijkomt, krijg jij als eerste bericht!

    CAPI publicatie: Naleving van malariapreventiemaatregelen onder reizigers 

    Reizigers in een subtropisch gebied

    CAPI PhD-kandidaat Daniel Franken publiceerde onlangs het artikel: ‘Adherence to stand-by emergency treatment and mosquito protection measures in short-term travellers to moderate malaria risk areas’. Wij feliciteren Daniel en co-auteurs met deze publicatie! 

    Malaria blijft een bedreiging voor reizigers naar (sub)tropische gebieden. Dit onderzoek beoordeelde de naleving van malariapreventiemaatregelen onder reizigers naar malariagebieden met een matig risico, waaronder het gebruik van stand-by-noodbehandeling (SBET), het zoeken van gezondheidszorg tijdens koorts en maatregelen ter bescherming tegen muggen. 

    Van de 686 gerekruteerde reizigers vulden er 405 (59%) het dagboek in. Van deze reizigers kreeg 44% vóór de reis een SBET voorgeschreven, hoewel vermoedelijk slechts een klein deel van hen daadwerkelijk op afstand reisde. Geen van de 25 reizigers die koorts rapporteerden, gebruikte het voorgeschreven SBET en vijf zochten medische hulp. Vijfendertig procent van de deelnemers gebruikte DEET en 5% gebruikte een klamboe op ≥75% van de nachten met malariarisico. Een langere reisduur was geassocieerd met een lager DEET-gebruik. 

    Weinig reizigers met koorts gebruikten SBET of zochten medische hulp, ondanks hun advies vóór de reis. Om kosten en verspilling van medicatie te beperken, zou SBET alleen moeten worden geadviseerd aan reizigers die naar zeer afgelegen gebieden reizen waar medische hulp ontoegankelijk is. Verder onderzoek moet zich richten op de gedragsconcepten die aan deze keuzes ten grondslag liggen.

    Lees het hele artikel.

    Even voorstellen: Jonna Wijburg, CAPI programmacoördinator vanuit CEPHIR 

    Mijn naam is Jonna en ik ben een van de vijf programmacoördinatoren van CAPI, vanuit de AWPG CEPHIR. Al anderhalf jaar zet ik me met veel plezier in voor het consortium. Wat ik zoal doe? Samen met mijn collega’s organiseer ik het jaarlijkse CAPI Symposium, coördineer ik het scholingsaanbod – zoals de CAPI Cafés en Academies – en stellen we de tweemaandelijkse literatuurupdate en deze nieuwsbrief samen.  

    Naast mijn taken bij CAPI ben ik ook junior onderzoeker bij de GGD Rotterdam-Rijnmond. Daar heb ik onderzoek gedaan naar no-shows bij het Centrum Seksuele Gezondheid. Door middel van statistische analyses bracht ik in kaart welke factoren hierop van invloed zijn, zodat we gerichter kunnen werken aan oplossingen. Daarnaast ben ik betrokken bij projecten over transmissie van orale gonorroe en maternale kinkhoestvaccinatie.

    Mijn werk bij zowel CAPI als de GGD sluit helemaal aan bij wat ik belangrijk vind: wetenschap toegankelijk maken en bijdragen aan verbeteringen die direct impact hebben op de samenleving. Dit ontdekte ik al tijdens mijn studie Biomedische Wetenschappen in Bordeaux (Frankrijk), toen ik als gids in een wetenschapsmuseum werkte. Daar werd ik me ervan bewust hoe belangrijk het is om wetenschappelijke kennis op een boeiende manier over te brengen– bij voorkeur al op jonge leeftijd, om zo de kloof tussen wetenschap en maatschappij te verkleinen. Dit motiveerde me om een tweede master te doen: Global Health aan de VU, waarmee ik mijn ambitie verder kon verdiepen. 

    Ook buiten mijn werk blijft mijn nieuwsgierigheid mij drijven. Ik volg graag nieuwe interessante cursussen (momenteel ‘documentaire maken’!), leer graag talen en reis het liefst avontuurlijk – liftend en wildkamperend, omdat je zo de meest onverwachte mensen, situaties en plekken tegenkomt. Daarnaast ben ik vaak creatief bezig en heb ik misschien iets te veel hobby’s. 

    Publicatie in de spotlight

    Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight. In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Sentinel chicken surveillance reveals previously undetected circulation of West Nile virus in the Netherlands” uit, dat is geschreven door Kiki Streng, Nnomzie Atama, Felicity Chandler, Rody Blom, Henk van der Jeugd, Maarten Schrama, Marion Koopmans, Wim van der Poel, en Reina Sikkema. 

    Surveillance van sentinelkippen onthult eerder onopgemerkte circulatie van West-Nijlvirus in Nederland. 

    In 2020 werd Nederland voor het eerst geconfronteerd met een uitbraak van het West-Nijlvirus (WNV), terwijl het Usutuvirus (USUV) al sinds 2016 circuleerde. Beide virussen worden vooral door muggen overgedragen en kunnen ernstige ziekten veroorzaken bij vogels en mensen. Vroege detectie en monitoring van deze virussen helpen bij het voorkomen van verdere verspreiding en het nemen van preventieve maatregelen. 

    Na de ontdekking van WNV in Nederland vroegen wetenschappers zich af of kinderboerderijen konden dienen als stedelijke wachtposten om de verspreiding van deze virussen te monitoren. Kinderboerderijen zijn geschikt voor virusmonitoring omdat ze vaak in stedelijke gebieden liggen en een constante populatie van dieren hebben die regelmatig in contact komen met mensen en andere dieren.  

    Voor het onderzoek werden gedurende een jaar kippen (n=639) van 36 kinderboerderijen en achtertuinen binnen een straal van 15 kilometer van de uitbraakgebieden bemonsterd. Hun bloed werd onderzocht op antilichamen tegen WNV en USUV. Daarnaast werden ook muggen (n=47) verzameld op de bemonsteringslocaties om hun bloedvoedingsgedrag te beoordelen en te testen of ze drager zijn van de virussen WNV en USUV.  

    De resultaten waren opvallend: zowel WNV als USUV werden gedetecteerd in de bloedmonsters, zelfs buiten de oorspronkelijke uitbraakgebieden. Dit toont aan dat bemonstering van kinderboerderij-kippen en muggen een waardevolle rol kan spelen in de viruscirculatie monitoring, vooral in stedelijke gebieden.  

    Hoewel deze studie het belang van innovatieve surveillancemethoden benadrukt en wijst op gezondheidsrisico’s die anders onopgemerkt zouden blijven, is verder onderzoek nodig om de effectiviteit van bemonstering van kinderboerderij-kippen en muggen als monitoringsinstrument volledig te begrijpen. 

    Meer weten over de resultaten van dit onderzoek? Lees hier het volledige artikel. 

    CAPI Quizvraag!

    In de vorige quizvraag vroegen we jullie hoe er binnen de bestrijding van infectieziekten wordt omgegaan met privacy-uitdagingen bij rioolwatersurveillance. Het juiste antwoord, het analyseren en rapporteren van geaggregeerde data op regionaal niveau, werd door 88% van de lezers gekozen. 

    Welkom bij de quizvraag van deze maand!  

    In de rubriek ‘Publicatie in de spotlight’ heb je kunnen lezen over de rol van sentinelkippen bij het monitoren van het West-Nijlvirus (WNV). Deze kippen dienen als vroege waarschuwingssystemen voor viruscirculatie en potentiële overdracht naar de mens. Antilichamen spelen een cruciale rol in dit proces, omdat ze het immuunsysteem helpen om virussen te herkennen en te bestrijden. 

    Recent onderzoek heeft aangetoond dat de antilichamen tegen het usutuvirus (USUV) bij kippen na ongeveer 20 weken snel afnemen. Wat betekent dit?  

    Kippen kunnen na ongeveer vijf maanden minder beschermd zijn tegen een nieuwe infectie door hetzelfde virus. 

    Onderzoek naar antilichamen bij kippen is niet de juiste methode om de circulatie van het virus te monitoren.

    De aanwezigheid van antilichamen tegen het USUV heeft geen invloed op de kans op herinfectie bij kippen.

    Aankomende evenementen en promoties

    24 april

    Webinar
    EPI Masterclass CIb RIVM van 12:30-13:30
    (onderwerp volgt)

    6 mei

    Deadline
    Subsidiecall ZonMw Infectieziektebestrijding

    8 mei

    CAPI Academy
    Literatuur zoeken in PubMed

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.

  6. CAPI Nieuwsbrief – december 2024

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – december 2024

    Welkom bij de laatste CAPI nieuwsbrief van dit jaar! In deze editie vind je de CAPI Masterclass over het schrijven van een wetenschappelijk artikel, lees je over het onderzoek over schurft in Nederland door PhD kandidaat Sunia Somra, en maak je kennis met CAPI programmaleider Janneke Heijne. Ook blikken we terug op de wrap-up bijeenkomst van de CAPI jaaronderzoekers van 2024 en geven we een terugkoppeling over de CAPI meedenksessies die dit najaar met GGD’en werden gehouden. Verder vind je in deze nieuwsbrief een kerstige quizvraag, de kalender met aankomende evenementen en promoties, én de publicatie in de spotlight, die deze keer gaat over de maternale kinkhoestvaccinatie. Veel leesplezier en alvast fijne feestdagen gewenst!

    Terugblik op de CAPI wrap-up:
    waar komen de resultaten van de CAPI jaaronderzoekers terecht?

    Op dinsdag 12 november kwamen de CAPI jaaronderzoekers van 2024 bijeen tijdens een online wrap-up sessie. Het doel? Samen nadenken over hoe ze hun onderzoeksresultaten effectief kunnen delen en benutten. Hoe zorg je dat de juiste boodschap bij de juiste doelgroep terecht komt? En wat als je onderzoek meerdere doelgroepen heeft? De sessie bracht veel discussie met creatieve ideeën teweeg, waaronder:

    • Doelgerichte factsheets
      Ontwikkel factsheets die specifiek aansluiten bij je doelgroep, zoals een toegankelijke versie voor studie-deelnemers en een technische versie voor professionals. Let daarbij op onbedoelde effecten, zoals twijfels versterken in plaats van wegnemen.
    • Webinars en symposia
      Organiseer bijeenkomsten gericht op je doelgroep en maak gebruik van relevante kanalen om deelnemers te werven. Betrek je netwerk en nodig gericht mensen uit. Accreditatie kan zorgprofessionals extra motiveren.
    • Gebruik bestaande platforms
      Meeliften op bestaande congressen, vaktijdschriften of netwerken vergroot je bereik. Onderzoeksresultaten kunnen ook bijdragen aan beleid of richtlijnen. Zoek de verbinding met beleidsmakers.
    • Nieuwe doelgroepen
      Overweeg of je resultaten ook relevant zijn voor groepen buiten je oorspronkelijke doelgroep. Dit kan de impact van je onderzoek vergroten.

    En wat als je ideeën hebt, maar de expertise in het ontwikkelen van een symposium of een filmpje niet bezit? In je netwerk zit vast iemand die zoiets al eerder heeft gedaan en je verder kan helpen. Dat bleek ook uit deze wrap-up: samen komen we verder!

    Wij bedanken de CAPI jaaronderzoekers voor hun actieve bijdrage en wensen hun veel succes met het uitvoeren van hun plannen!

    Schurft in Nederland
    door CAPI PhD kandidaat Sunia Somra

    Ik ben in 2023 getart met mijn PhD-onderzoek bij GGD Rotterdam-Rijnmond en Erasmus MC. Mijn onderzoek richt zich op schurft in Nederland. In de afgelopen jaren is het aantal gevallen van schurft in Nederland en andere Europese landen sterk toegenomen. Mijn onderzoek richt zich op factoren die verspreiding van schurft bevorderen en hoe we schurft beter kunnen voorkomen.

    Voor mijn eerste paper, dat inmiddels is ingediend, hebben we onderzocht in hoeverre studenten met schurft al hun contacten waarschuwen en welke factoren daarop van invloed zijn. Vijftien studenten die recent schurft hadden gehad, namen deel aan semigestructureerde diepte-interviews.

    De resultaten laten zien dat de meeste studenten hun contacten tijdig informeren, behalve bij losse bedpartners en minder hechte contacten, die vaak te laat of helemaal niet worden geïnformeerd. Twijfels over de bron van de infectie en de effectiviteit van de behandeling spelen een rol, net als negatieve emoties en het stigma buiten de studentenkring. Toekomstige interventies zouden deze belemmeringen moeten aanpakken, bijvoorbeeld door studenten bewust te maken van de gevolgen van het niet informeren van losse contacten en door het tegengaan van stigmatiserende opvattingen. 

    Daarnaast hebben we 15 studenten geïnterviewd die in contact zijn geweest met iemand met schurft, met als doel inzicht te krijgen in hoeverre zij de aanbevolen maatregelen naleven en welke sociaalpsychologische factoren hierbij een rol spelen. Verder onderzoeken we het zorgtraject van mensen die de huisarts bezoeken omdat ze denken dat ze schurft hebben of omdat ze in contact zijn geweest met iemand die besmet is. Dit is een kwantitatief onderzoek en hiervoor maken we gebruik van gegevens van Rijnmond Gezond, een database met informatie van huisartsen, zoals diagnoses en medicijngebruik. 

    Tijdens mijn studie gezondheidswetenschappen ontdekte ik mijn passie voor onderzoek. Mijn interesse in infectieziekten begon echter bij de GGD Haaglanden, waar ik epidemiologisch onderzoek naar COVID-19 verrichtte. In mijn vrije tijd breng ik graag tijd door met mijn 11 maanden oude zoontje of sta ik in de keuken om iets lekkers te bakken. 

    Terugkoppeling GGD Meedenksessies:
    Hulplijn voor onderzoek

    In oktober 2024 organiseerde CAPI een drietal online meedenksessies met afgevaardigden van de GGD IZB-teams met het doel om knelpunten en benodigdheden rondom het doen van wetenschappelijk onderzoek bij GGD’en te bespreken. IZB professionals van 15 verschillende GGD regio’s gaven hun input tijdens deze sessies. Deze input geeft CAPI richting voor mogelijke ontwikkelpunten in het kader van academisering van GGD’en. Lees hier het uitgebreide verslag van de meedenksessies.

    Het hoofdpunt dat naar voren kwam, is de landelijke behoefte aan een plek waar je terecht kan om hulp te vragen bij onderzoek. Hoewel CAPI niet de capaciteit heeft om uitgebreide inhoudelijke ondersteuning te bieden, zetten we ons netwerk graag in om collega’s te helpen waar mogelijk. Heb je een vraag over bijvoorbeeld juridische ondersteuning, onderzoeksvragen of methodes, expertises van de verschillende academische werkplaatsen, of een vraag over onderzoeksprocessen? Stuur je vraag naar info@capi-consortium.nl en CAPI zal je, indien mogelijk, verbinden met een collega binnen een AWPG die meer weet over jouw vraag. Voor uitgebreide inhoudelijke ondersteuning (bijvoorbeeld het meeschrijven aan een DPIA of onderzoeksvoorstel), kun je contact zoeken met andere GGD-collega’s of een AWPG.

    CAPI Masterclass ‘Schrijven van een internationaal wetenschappelijk artikel’

    Samen met GGD GHOR Nederland werkte CAPI aan een reeks VIP-masterclasses, waarin de verschillende stappen van het doen van praktijkgericht onderzoek worden behandeld. Prof.dr. Christian Hoebe en dr. Ymke Evers maakten de onderzoeks-cyclus rond met de derde en daarmee laatste masterclass, getiteld ‘Het schrijven van een internationaal wetenschappelijk artikel’. In deze masterclass leer je hoe je van jouw onderzoek tot een gestructureerde publicatie komt die écht impact maakt. Waar moet je allemaal rekening mee houden? Hoe breng je structuur aan? En wat is een goede titel? Christian en Ymke nemen je mee in alle stappen en geven je praktische handvatten die je kunt toepassen terwijl je zelf aan het schrijven bent. Veel kijkplezier!

    CAPI Quizvraag!

    In de vorige nieuwsbrief vroegen we wat de belangrijkste uitdaging is voor het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) in de volksgezondheid bij het voorspellen van ziekte-uitbraken. Het juiste antwoord was dat AI-systemen vaak grote hoeveelheden goed georganiseerde gegevens nodig hebben, die in de publieke gezondheidszorg niet altijd beschikbaar zijn. Van alle lezers die de quizvraag hebben beantwoord gaf 36% het juiste antwoord!

    Voor deze nieuwsbrief hebben we een quizvraag opgesteld die past bij de tijd van het jaar.
    Welk effect van een kerstbezoek aan de schoonfamilie op de darmflora werd in een onderzoek ontdekt?

    De darmflora werd gezonder door de positieve effecten van het samenzijn met familie op de algehele gezondheid.

    Er was een afname van de ruminococcus-bacterie in de darmflora, wat ook bij stress en depressie wordt gezien.

    Het eten van kerstmaaltijden met veel vlees en vetten maakte de darmflora gezonder.

    De samenstelling van de darmflora bleef onveranderd.

    Maak kennis met CAPI programmaleider
    Janneke Heijne

    Sinds april vorig jaar werk ik als Programmaleider voor CAPI namens het Sarphati Initiatief. Het Sarphati initiatief is de academische werkplaats publieke gezondheid voor de regio Noord-Holland en Flevoland. Het is een samenwerkingsverband tussen onder andere de afdeling Infectieziekten van het Amsterdam UMC en de GGD’en in de regio.

    Binnen de werkplaats ben ik projectleider voor infectieziekten.
    Bij CAPI richt ik me breed op het academiseren van GGD’en. Zo gaf ik een Masterclass met de titel “Van onderzoeksvraag naar resultaten” en modereerde ik het eerste CAPI-café. Daarnaast begeleid ik verschillende onderzoekers die verbonden zijn aan CAPI en/of het Sarphati Initiatief.

    Naast mijn rol bij CAPI en het Sarphati Initiatief ben ik hoofd van het team Onderzoek en Preventieontwikkeling bij de GGD Amsterdam. Ons team voert een breed scala aan onderzoeken uit, vrijwel allemaal gericht op het verbeteren of (wetenschappelijk) onderbouwen van beleid rond infectieziektebestrijding. Het team werkt interdisciplinair, met een nauwe samenwerking tussen praktijk, onderzoek, beleid en onderwijs.  

    Van oudsher ligt onze focus op de preventie en bestrijding van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa). Een voorbeeld hiervan is de Amsterdam Cohort Studies, een van de langstlopende hiv-onderzoeken ter wereld, dat al meer dan 40 jaar loopt. Dit cohort heeft een belangrijke rol gespeeld in onze huidige kennis over hiv en is een succesvolle samenwerking tussen de GGD Amsterdam en het Amsterdam UMC. Zelf hou ik mij ook bezig met het ontwikkelen van rekenmodellen om de impact van maatregelen op verspreiding te berekenen, met een focus op antimicrobiële resistentie. 

    Voordat ik bij CAPI begon, werkte ik 10 jaar bij het RIVM als senior onderzoeker, en later als (plaatsvervangend) afdelingshoofd van de soa groep. In mijn vrije tijd luister ik graag naar podcasts, maak ik wandelingen (bij voorkeur in de bergen), en doe ik regelmatig aan bootcamp. En koffiedrinken natuurlijk – dat blijft toch wel mijn favoriete bezigheid! 

    Publicatie in de spotlight

    Elke twee maanden zetten we een publicatie uit de tweemaandelijkse literatuur update in de spotlight! In deze nieuwsbrief lichten we het artikel “Insights into maternal pertussis vaccination counselling: a qualitative study on perspectives and experiences among midwives and gynaecologists in the Netherlands” uit, dat is geschreven door Veja Widdershoven, Eveline van Eerd, Marije Pfeyffer, Liesse Vanderhoven, Amanja Verhaegh-Haasnoot, Rianne Reijs en Christian Hoebe.

     Inzicht in voorlichting over maternale kinkhoestvaccinatie: een kwalitatieve studie over perspectieven en ervaringen van verloskundigen en gynaecologen in Nederland. 

    De maternale kinkhoestvaccinatie (MKV) is een effectieve manier om pasgeborenen te beschermen tegen bepaalde infectieziekten. Verloskundigen hebben de taak om de MKV kort te bespreken, informatiefolders uit te delen en hun cliënten door te verwijzen naar de JGZ. Toch blijft de vaccinatiegraad voor de MKV in Nederland laag, met slechts 64%.

    Onderzoek toont aan dat MKV aanbevelingen van zorgprofessionals een grote invloed hebben op de vaccinatiebereidheid van zwangere vrouwen. Maar welke factoren beïnvloeden de manier waarop verloskundigen en gynaecologen deze vaccinatie bespreken? Om dit te onderzoeken voerde Veja Widdershoven interviews uit met 14 zorgprofessionals (verloskundigen en gynaecologen). Dit onderzoek bracht obstakels en mogelijkheden aan het licht die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van betere strategieën om de vaccinatiegraad te verhogen.

    Uit de interviews bleek dat zorgprofessionals in deze studie een vergelijkbare aanpak hanteren: ze vragen naar de kennis van cliënten over de MKV, geven basisinformatie over de vaccinatie en delen flyers uit. Tegelijkertijd kwamen er verschillende uitdagingen naar voren. Zorgprofessionals proberen neutraal te blijven en vermijden vaak een expliciete aanbeveling om wel of niet te vaccineren, hoewel ze zich bewust zijn van hun invloed op de besluitvorming van cliënten. Tijdgebrek, onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en een gebrek aan financiële ondersteuning vormen belangrijke obstakels. Daarnaast voelen sommige zorgprofessionals zich onzeker over het beantwoorden van lastige vragen of over het omgaan met vaccinatietwijfel. 

    De zorgmedewerkers benadrukken het belang van neutrale voorlichting, zodat er een onafhankelijke keuze gemaakt kan worden over de MKV. Om de vaccinatiegraad te verhogen is het belangrijk om zorgprofessionals te ondersteunen met duidelijke richtlijnen, extra training en financiële compensatie voor hun tijdsinvestering. Dit onderzoek benadrukt de noodzaak van gerichte interventies om zorgprofessionals beter in staat te stellen om de MKV effectief te promoten.

    Ben je geïnteresseerd en wil je meer weten over dit onderzoek? Lees dan hier het volledige artikel.

    Aankomende evenementen en promoties

    15 december

    Deadline
    Abstract submissions NVMM spring meeting

    17 januari

    Bijeenkomst
    (Pandemische) Paraatheid bijeenkomst bij het RIVM voor verpleegkundigen, artsen, beleidsmedewerkers, communicatieadviseurs, coördinatoren LFI implementatie, epidemiologen en managers betrokken bij IZB op de GGD.  

    23 januari

    Deadline
    Aanmelden CAPI Symposium 2025

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.

  7. CAPI Nieuwsbrief – november 2024

    Reacties uitgeschakeld voor CAPI Nieuwsbrief – november 2024

    Welkom bij een goed gevulde editie van de CAPI Nieuwsbrief! In deze editie vind je de aanmeldlink voor het CAPI Symposium 2025. Ook maak je kennis met twee CAPI jaaronderzoeken: Senne Wijnen vertelt over haar afgeronde jaaronderzoek over post-COVID en Lotte Werner geeft een kijkje in haar onderzoek over de EZI-PrEP studie. Ook vertelt PhD-kandidaat Maarten de Jong over zijn onderzoek rondom rioolwatersurveillance, waar hij onlangs een artikel over publiceerde, en blikken we terug op het CAPI Café over het gebruik van AI voor vroege uitbraakdetectie. Verder vind je in deze nieuwsbrief een nieuwe quizvraag, de literatuurupdate, én de kalender met aankomende evenementen en promoties. Veel leesplezier!

    Uitnodiging CAPI Symposium 2025

    Op donderdag 30 januari 2025 organiseren we de tweede editie van het jaarlijkse CAPI Symposium – Besmettelijke kennis in Utrecht. Dit symposium staat in het teken van onderzoek op het vlak van infectieziektebestrijding, seksuele gezondheid, reizigersadvisering, en tuberculosebestrijding, uitgevoerd door en voor GGD’en. Naast presentaties over praktijkgericht infectieziekten-onderzoek door GGD’en en AWPG’en, staan dit jaar de keynote lectures ‘Is voorkomen beter dan genezen?’ door Prof.dr. Maarten Schim van der Loeff en ‘’Dealen met de media’ – volksgezondheidsonderzoek door de lens van een journalist’ door onafhankelijk wetenschapsjournalist Jop de Vrieze op het programma. Ben jij er ook bij? Meld je dan uiterlijk 23 januari 2025 aan.

    Wil jij de onderzoeksresultaten van jouw infectieziekten-onderzoek presenteren op het CAPI Symposium? Tot en met 22 november 2024 staat de call for abstracts open.

    CAPI Publicatie: Uitbraken van infecties in de gaten houden via het rioolwater, het kan!

    CAPI PhD-kandidaat Maarten de Jong publiceerde onlangs een artikel over een van zijn onderzoeksprojecten over rioolwatersurveillance. In deze rubriek vertelt Maarten over zijn onderzoek. Wil je het volledige artikel lezen, klik dan hier. Wij feliciteren Maarten met zijn publicatie!

    Bij sommige infectieziekten, zoals hepatitis A, kan een geïnfecteerd persoon geen klachten hebben maar toch anderen besmetten. Om deze zogenaamde ‘stille transmissie’ te monitoren, hebben we rioolmonsters genomen in de buurt van een school in Amsterdam, waar in oktober 2022 bij meerdere kinderen hepatitis A werd vastgesteld. We gebruikten kleine, goedkope en makkelijk te gebruiken riool bemonsteraars om virussen die in ontlasting zitten uit het rioolwater te filteren. 
     
    Het is ons gelukt om het hepatitis A-virus in het rioolwater te detecteren. Het specifieke type hepatitis A-virus in het rioolwater was identiek aan dat van de geïnfecteerde kinderen. De maatregelen om de uitbraak te beheersen bleken effectief, omdat dit specifieke type hepatitis A-virus uit het riool verdween. We vonden ook een ander type hepatitis A-virus in het riool, maar niemand werd getest met dit type hepatitis A-virus. Dit onthulde stille transmissie van een ander type hepatitis A-virus in dat stadsgebied. 

    We hebben voor de eerste keer aangetoond dat het mogelijk is om hepatitis A-virus in rioolwater te detecteren met behulp van riool bemonsteraars om een uitbraak in de gaten te houden. Maar het is ook mogelijk om andere infectieziekten in andere uitbraak-settings via het rioolwater te detecteren en in de gaten te houden.  

    We gaan deze nieuwe en relatief eenvoudige techniek inzetten bij uitbraken van andere infectieziekten in de regio Amsterdam. Ook willen we onderzoeken of we rioolwatermonsters kunnen analyseren met draagbare, relatief goedkope en makkelijk te gebruiken mini-laboratoria. Daarnaast willen we deze techniek gaan inzetten in gebieden waar infectieziekten lastig te bestrijden zijn zoals bijvoorbeeld vluchtelingenkampen waar ik regelmatig heb gewerkt voor Artsen zonder Grenzen. 

    Jaaronderzoeker Lotte Werner vertelt over de EZI-PrEP studie

    Ik ben Lotte en ik ben werkzaam bij de GGD Amsterdam als junior onderzoeker. Voor mijn huidige CAPI-onderzoek werk ik aan een onderzoek binnen de EZI-PrEP studie. De EZI-PrEP studie richt zich op het laagdrempeliger maken van de zorg rondom PrEP-gebruik ter preventie van hiv. PrEP is namelijk zeer effectief om hiv te voorkomen, maar er zijn wel mogelijke barrières gerelateerd aan PrEP-zorg. Denk hierbij aan het moeten vrij nemen van werk of school om naar afspraken te gaan, of een gebrek aan privacy op locatie.

    Binnen de EZI-PrEP studie wordt daarom gekeken naar de mogelijkheid om PrEP-consulten en hiv- en soa-testen online aan te bieden in plaats van op de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) van de GGD’en. Daarnaast wordt een minder hoge frequentie van controle afspraken (6-maandelijks in plaats van 3-maandelijks) onderzocht.  

    In mijn onderzoek richt ik mij specifiek op de ervaringen van deelnemers: hoe tevreden waren ze over de zorg die ze hebben ontvangen, en wat zijn hun voorkeuren voor PrEP-zorg? Daarbij kijken we vooral naar de verschillen tussen deelnemers die verschillende vormen van zorg hebben ontvangen (online versus op locatie, en 6-maandelijks versus 3-maandelijks). 

    De voorlopige resultaten laten zien dat online PrEP-zorg over het algemeen als bruikbaar werd ervaren. Ook zien we dat voorkeuren van deelnemers (online of op het CSG; 6-maandelijks of 3-maandelijks) vooral afhangen van de zorg die mensen tijdens de studie hebben ontvangen – men heeft dus de neiging om voorkeur te geven aan wat vertrouwd is. Om de drempel voor PrEP-zorg zo laag mogelijk te houden, zou het aanbieden van keuze voor locatie en frequentie van controle bezoeken voor geïnteresseerden in PrEP een goede benadering zijn. 
     
    Tijdens mijn master Epidemiologie ben ik bij de GGD terechtgekomen voor een onderzoeksstage bij de EZI-PrEP studie – ontzettend leuk om hiermee door te kunnen gaan tijdens mijn CAPI onderzoek! In mijn vrije tijd houd ik van verschillende sporten zoals hardlopen en dansen.

    Terugblik CAPI Café

    Op dinsdag 15 oktober was de vierde editie van het CAPI Café, dit keer bij GGD Groningen. Ruim 100 GGD-collega’s en andere public health professionals waren live of online aanwezig. Maarten Homburg, huisarts en promovendus, heeft ons meegenomen in de wereld van Artificial Intelligence en Natural Language Processing, en hoe dit gebruikt kan worden om op basis van huisartsendata infectieziekte-uitbraken vroegtijdig te voorspellen. Hij vertelde onder andere hoe het AI-model in staat was om retrospectief de RS uitbraak in de zomer van 2021 te identificeren. Na de presentatie was er ruim de tijd voor de vele vragen, zoals de vraag hoe de implementatie van het model in de praktijk eruit zou zien. Het was een inspirerende presentatie, wat terug te zien was in de betrokken deelname. Wij bedanken Maarten en alle deelnemers voor deze leerzame sessie!

    CAPI Quizvraag!

    De quizvraag in de vorige nieuwsbrief ging over het verschil tussen een associatie en een correlatie. Een associatie betekent dat er een relatie is tussen twee variabelen. Correlatie is een vorm van associatie, waarbij er een negatieve of positieve trend in de relatie aanwezig is. Van alle lezers die de quizvraag hebben beantwoord gaf 52% het juiste antwoord!

    Voor de quizvraag van deze nieuwsbrief hebben we ons laten inspireren door het CAPI Café en vroegen we AI om een quizvraag voor jullie te bedenken.
    Wat is de belangrijkste uitdaging voor het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) in de volksgezondheid bij het voorspellen van ziekte-uitbraken?

    AI-modellen hebben vaak grote hoeveelheden goed georganiseerde gegevens nodig, die in de publieke gezondheidszorg niet altijd beschikbaar zijn.

    De voorspellende nauwkeurigheid van AI kan sterk variëren tussen regio’s, wat betekent dat het niet mogelijk is om betrouwbare resultaten te krijgen in gebieden met beperkte gezondheidsdata.

    AI-modellen vereisen veel rekenkracht, waardoor het moeilijk is om voorspellingen snel genoeg te maken voor effectief ingrijpen bij ziekte-uitbraken.

    Afgerond CAPI onderzoek: De impact van de post-COVID-conditie

    CAPI jaaronderzoeker Senne Wijnen heeft onlangs haar onderzoek naar de impact van de post-COVID-conditie, uitgevoerd bij AWPG Mosa, afgerond. In deze rubriek neemt Senne ons mee in haar belangrijkste bevindingen en wat die betekenen voor de praktijk. Ook blikt ze terug op haar tijd als onderzoeker: wat ze leuk vond, welke uitdagingen ze tegenkwam, handige tips en wat ze uit deze ervaring meeneemt.

    Samenvatting studie

    Uit onderzoek blijkt dat tenminste één op de zes Zuid-Limburgers langdurige klachten heeft overgehouden aan hun SARS-CoV-2 infectie (1). Dit staat bekend als post-COVID-19 conditie (PCC) of longCOVID. Het hebben van PCC kan een behoorlijke impact hebben op fysieke, mentale en sociale gezondheid. Leven met PCC en met de gevolgen daarvan zou kunnen leiden tot het ervaren van stress. Vaak wordt stress in een individuele context onderzocht, terwijl omgevingsfactoren, zoals sociale contacten, werk, buurt, en verenigingen, ook een belangrijke rol hierin kunnen spelen. Aan de hand van data verkregen uit gedetailleerde digitale vragenlijsten binnen de PRIME (Prevalentie, Risico factoren en IMpact Evaluatie) post-COVID studie onderzocht ik ervaren stress en de daarmee geassocieerde factoren op verschillende niveaus (individueel, interpersoonlijk, gemeenschap en samenleving) bij volwassenen met PCC, en vergeleek deze met volwassenen zonder PCC. Uit de data van ruim 3200 deelnemers, waarvan 1044 met PCC, bleek dat deelnemers met PCC meer stress ervaren dan deelnemers zonder PCC. Op alle niveaus zijn er factoren geassocieerd met stress, en de associaties tussen deze factoren en stress blijken over het algemeen weinig te verschillen tussen de mensen met en zonder PCC. Wat wél opvallend is, is dat deze stress-geassocieerde factoren vaker voorkomen bij mensen met PCC. Denk hierbij aan minder (effectief) kunnen werken door gezondheidsproblemen, minder gunstig sociaal netwerk, het hebben van post-exertionele malaise (PEM) en meer eenzaamheid. De hogere prevalentie van de stress-geassocieerde factoren is een plausibele verklaring voor de hogere stress levels bij deelnemers met PCC.  

    1. Pagen DME, van Bilsen CJA, Brinkhues S, Van Herck M, Konings K, den Heijer CDJ, Ter Waarbeek HLG, Spruit MA, Hoebe CJPA, Dukers-Muijrers NHTM. Prevalence of Long-term Symptoms Varies When Using Different Post-COVID-19 Definitions in Positively and Negatively Tested Adults: The PRIME Post-COVID Study. Open Forum Infect Dis. 2023 Sep 18;10(10) 

    Terug naar de praktijk

    De onderzoeksresultaten zijn relevant voor de maatschappij, werkomgeving maar ook zorgprofessionals. Mede dankzij deze bevindingen hopen wij dat zij herkennen maar ook erkennen dat mensen met PCC meer stress ervaren doordat zij vaker te maken hebben met stress-geassocieerde factoren. Daarbij is het ook belangrijk om bewust te zijn van de volgende drie aspecten: 

    1. Stress omvat een complexe wisselwerking van verschillende omgevings- en individuele factoren, die mogelijk ook elkaar beïnvloeden. Het is dus belangrijk om te focussen op de combinatie van deze verschillende factoren als strategie om stress te verminderen, in plaats van te focussen op één enkele factor.  
    2. Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die hersteld zijn van PCC nog steeds verhoogde stress levels ervaren. Hoewel PCC-gerelateerde klachten verminderd kunnen zijn, zijn de gevolgen dat vaak niet (bv, opbouwen sociaal netwerk of re-integreren op werk kost tijd). Dus blijf ook alert op stress bij mensen die recentelijk hersteld zijn van PCC.  
    3. Het aanpakken van stress en factoren die daarmee samenhangen zou mensen met PCC kunnen ondersteunen, maar het is geen genezing voor PCC. 

    Wat vond je leuk? 

    Het was een waardevolle, leuke ervaring om het hele proces van een onderzoek mee te maken: van het identificeren van kennis hiaten, het opstellen van een vragenlijst en het analyseren van een dataset, tot het schrijven van een artikel en hopelijk binnenkort het publiceren ervan.

    Wat was een uitdaging?

    Voor het uitzetten van een nieuwe vragenlijst binnen ons PRIME cohort, hebben we een factsheet gemaakt om eerdere bevindingen binnen het onderzoek met deelnemers te kunnen delen. Het was een leuke uitdaging om deze bevindingen te vertalen naar begrijpelijke taal voor de burger, zonder essentiële wetenschappelijke informatie te verliezen. Ondanks de uitdaging, was het erg interessant om op een andere manier naar de bevindingen te kijken.

    Heb je tips voor GGD-medewerkers die starten met een onderzoek?  

    Zorg dat je een onderwerp kiest waar je interesse ligt, zodat je met plezier in het onderwerp duikt. Wees daarnaast niet bang om hulp te vragen aan collega’s, want in het begin zal er veel nieuw voor je zijn. Maar juist door vragen te stellen leer je het meeste en het snelste.  

    Wat is de belangrijkste les die je is bijgebleven? 

    Een belangrijke les die me is bijgebleven, is dat een onderzoek met een grote dataset meer tijd kost dan je denkt.  Vaak moet je teruggaan, bijschaven en aspecten opnieuw aanpakken door nieuwe inzichten gedurende het onderzoek. Maar het is het zeker waard wanneer je uiteindelijk een mooi eindproduct kunt neerzetten waar de burger echt iets aan heeft. 

    CAPI Literatuurupdate:
    Relevante IZB-artikelen voor de GGD

    Welkom bij onze literatuurupdate! Hier vind je wetenschappelijke artikelen, vers van de pers, die relevant zijn voor jou als professional in de wereld van infectieziekten.

    In een tijd waarin voortdurend onderzoek wordt gedaan naar infectieziekten(bestrijding), is het essentieel om op de hoogte te blijven van de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.

    Daarom hebben wij een literatuurlijst samengesteld met een selectie van artikelen die speciaal relevant zijn voor IZB-medewerkers. Elke twee maanden vullen wij deze lijst aan. Deze keer hebben we 14 artikelen toegevoegd. Bekijk hier de literatuurlijst.

    Wil je meer weten over de samenstelling van deze lijst? Neem een kijkje op onze website of stuur een e-mail naar info@capi-consortium.nl.

    Aankomende evenementen en promoties

    12 november

    Promotie
    Koen Gorgels
    Unravelling Pandemic Drivers

    20 november

    2 december

    Promotie
    Lisanne Steijvers
    Connections that count: Unraveling the impact of social networks on health and the role in pandemic preparedness

    9 december

    Congres
    VIP Congres Nieuwegein

    10 december

    Promotie
    Veja Widdershoven
    Unravelling vaccination behaviour: observational and experimental studies

    15 december

    Deadline
    Abstract submissions NVMM spring meeting

    Wil je meer weten over CAPI? Neem een kijkje op onze website en volg ons op LinkedIn.